Landenweb.nl

POLEN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Pools
  Hoofdstad  Warschau
  Oppervlakte  312.685 km²
  Inwoners  38.038.428
  (mei 2019)
  Munteenheid  zloty
  (PLN)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .pl
  Code.  POL
  Tel.  +48

Steden POLEN

Krakow Lodz Warschau

Geografie en Landschap

Geografie

Polen (officieel: Rzeczpospolita Polska = Poolse republiek) is een republiek in Oost-Europa. De totale oppervlakte van Polen is 312.684 km2 en het land is daarmee ongeveer 7,5 keer zo groot als Nederland. Polen meet van noord naar zuid ca. 650 kilometer en van oost naar west ca. 700 kilometer.

advertentie

Polen: Satellietfoto

Photo:Publiek domein

Polen grenst aan zeven landen: in het westen aan Duitsland (456 km), in het oosten aan de Russische enclave Kaliningrad Oblast (206 km), Litouwen (91 km), Wit-Rusland of Belarus (407 km) en de Oekraïne (526 km), in het zuiden aan Tsjechië (658 km) en Slowakije (444 km). In het noorden grenst Polen aan de Oostzee en de kustlijn heeft een totale lengte van 491 kilometer. De grens met Duitsland wordt grotendeels bepaald door de Oder en de Neisse.

In de uiterste noordwesthoek van Polen ligt het eiland Wolin, waar het Wolinski Nationaal Park ligt, een waar vogelparadijs. Hier zijn ook de schiereilanden Hel en Mierzeja Wislana te vinden.

advertentie

landschap

Polen is over het algemeen een vlak land; 54% van de totale oppervlakte ligt onder de 150 meter, 37% heeft een hoogte tussen 150 en 300 meter. Gebergten komen alleen aan de zuidgrens voor. Qua reliëf kan Polen in drie ongeveer oost-west verlopende gordels worden verdeeld:

Langs de Oostzee liggen de kustvlakten en in de laagvlakte van de Wisla ligt het laagste punt van het land: -1,8 meter. Op deze laagvlakte sluiten de iets hoger gelegen (tot ruim 300 m) Pommerse en Mazoerische Meervlakten aan. De kuststrook bestaat uit brede zandstanden, forse duinruggen en enkele grote duinmeren.

De weer wat lager gelegen centrale vlakten en de oerstroomdalen bestaande uit het Silezische Bekken, de Kujawy, de Grootpoolse Meervlakte, het laagland van Mazowsze en van Podlachië.

Ten zuiden van de centrale vlakten liggen een aantal hooggelegen plateaus. Hiervan is de Kleinpoolse Hoogvlakte geleed in de oudste bergrug van Polen, de Góry Swietokrzyskie (Heiligekruisbergen, tot 611 m hoog), de plateaus van Silezië en Kraków-Czestochowa en de synclinale van de Nida. Het plateau van Lublin ligt tussen Wisla en Bug en is 220-300 meter hoog.

De Karpaten bestaan uit middelgebergten en hooggelegen plateaus van alpine oorsprong, die worden doorsneden door de bovenlopen van de Odra en de Wisla. De Poolse Karpaten zijn, behalve Bieszcady (Woudkarpaten) een onderdeel van de West-Karpaten. Het hoogste punt van Polen (Rysy, 2499 m) ligt in het Tatramassief.

advertentie

Mensen op de top van de Rysy, hoogste berg van Polen

Photo:publiek domein

De noordelijkste keten is de kalkachtige Pieniny. Verder westelijk, van de Karpaten gescheiden door de Moravische Poort, liggen de Sudeten, een granietmassief. Het hoogste deel hiervan is het Reuzengebergte of Karkonosze.

Ca. 53% van de Poolse grond bestaat uit podzolbodems. Dit soort bodems wordt gekenmerkt door een donkere bovenlaag met veel humus, waaronder een uitgeloogde laag ligt, die wordt gevolgd door een onderlaag waarin mineralen en organische stoffen door inspoeling opeenhopen.

advertentie

Rivieren en meren

Meer dan 9000 meren bedekken ca. 1% van de oppervlakte van Polen. De grootste zijn het Sniardwymeer (109 km2) en het Mamrymeer (102 km2), beide gelegen in Mazoerië. De meeste meren liggen in de Pommerse, Mazoerische en Grootpoolse Meervlakten, alsmede in de Kujawy.

De rivieren wateren vrijwel allemaal af op de Oostzee. De stroomgebieden van de twee hoofdrivieren, de Wisla (Weichsel, 1014 km) en de Odra (Oder), beslaan 56%, respectievelijk 34% van de rivieroppervlakte van Polen; 9% valt toe aan de stroomgebieden van kustrivieren die direct in de Oostzee stromen.

De voornaamste rivier is de Wisla, die in de Karpaten ontspringt en via Kraków en Warschau naar het noorden stroomt en in de Oostzee uitmondt. De belangrijkste zijrivier van de Wisla is de Bug, die een gedeelte vormt van de Poolse grens met Oekraïne en Wit-Rusland. De belangrijkste zijrivier van de Odra is de Warta.

De rivierstelsels van Wisla en Odra worden met elkaar verbonden door het Bydgoszczkanaal tussen de Brda, zijrivier van de Wisla, en de Notec, zijrivier van de Warta.

Klimaat en Weer

Het Poolse klimaat staat afwisselend onder invloed van Atlantische, oceanische en Aziatische, continentale luchtmassa's. Het klimaat vormt dan ook een overgang van een gematigd zeeklimaat in het noorden en westen van het land naar een droog landklimaat in het zuiden en oosten. Westenwinden heersen tegenover de oostenwinden, maar over het algemeen wordt het weer gekenmerkt door snelle wisselingen, vooral in de winter en in de bergen.

De Atlantische invloed neemt naar het oosten toe af en daardoor valt er in het westen meer neerslag dan in het oosten.

De neerslag bedraagt in de Karpaten en de Sudeten meer dan 800 mm per jaar; op de plateaus en meervlakten 600 tot 800 mm per jaar en in Centraal-Polen 450 mm. In de maanden september en oktober, de zogenaamde “gouden herfst”, wordt het al frisser en neemt de kans op regen toe, maar het aantal zonnige dagen is nog behoorlijk groot. November en december worden gekenmerkt door veel mist en regen. In de hoofdstad Warschau is januari de droogste en juli de natste maand.

De winters duren van ca. half december tot in april en zijn door de oostenwinden in het oosten en het zuiden erg streng met veel sneeuwval. Rivieren en meren zijn in die regio’s dan grotendeels bevroren. In de bergen komt de temperatuur ca. 130 dagen per jaar niet boven het vriespunt uit. De centraal gelegen Warschau kent een periode van drie maanden met gemiddelde temperaturen onder het vriespunt.

In de lange, warme zomerperiode stijgt de temperatuur gemakkelijk tot boven 25°C; in de winter daalt het kwik tot ver onder 0°C. De laagste temperatuur ooit werd in de middelgebergten gemeten: -42 °C; de hoogste in Neder-Silezië (40,2 °C). De gemiddelde julitemperatuur bedraagt 17°C aan de Oostzee tot 20°C in het zuidoosten; de gemiddelde januaritemperatuur varieert regionaal van-1°C tot -6°C.

Planten en dieren

advertentie

Planten

De huidige, typisch Midden-Europese vegetatie dateert vrijwel geheel van na de laatste ijstijd en in moerasgebieden en in de bergen treft men nog overblijfselen van de toendraflora, zoals de dwergberk, uit de tussenijstijden aan.

Door ontginningen sinds de 13de eeuw en door de beide wereldoorlogen ging veel bos verloren. Er resteert nog bos op ca. 27% van het grondgebied en het beroemde Puszcza Bialowieska, tegen de grens met Wit-Rusland, is het laatste restant van oerwouden die eens geheel Polen bedekten. Het minst bosrijk is Województwo in de provincie Lódz; het meest bosrijk zijn Zielona Góra, Koszalin en Rzeszów. Van de staatsbossen is ca. 80% naaldwoud (voornamelijk grove den en lariks); het overige gedeelte is loofwoud (voornamelijk eik, beuk, els, linde en berk). Inheemse soorten zijn onder meer de Poolse lariks en de Ojców berk.

De moeras- en heidegebieden zijn plantkundig zeer gevarieerd met o.a. 600 soorten mos en 1500 soorten paddestoelen.

De nationale bloem van Polen is de klaproos, nationale bomen zijn de witte els en de treurwilg.

advertentie

Dieren

De dierenwereld is eveneens Midden-Europees van karakter met een aantal noordelijke elementen als de eland, terwijl Oost-Europese elementen als de vlaktebewonende siezel en soeslik (soort grondeekhoorn) hier hun westgrens bereiken. De siezel of siesel is een nauwe verwant van de eekhoorn, maar met een heel andere levenswijze. Hij houdt zich op in holen en onder de grond en de karakteristieke kenmerken van de eekhoorn, lange oren en een pluimstaart, ontbreken. Het woud van Bialowieska op de grens van Polen en Wit-Rusland is wereldberoemd vanwege de vrij rondlopende wisenten, de grootste Europese zoogdieren.

De uitgestrekte Mazoerische meren, maar ook delen van Pommeren en Wielkopolska zijn zeer belangrijk als broed- en pleisterplaats van waterwild, o.a. een groot aantal broedende knobbelzwanen; kraanvogel, aalscholver en zwarte ooievaar zijn eveneens broedvogels. Verder komen hier nog wilde ganzen, wilde eenden, grijze reigers, raven en visarenden voor. Mazoerië is het broedgebied van de witte ooievaar. In het Tatragebergte op de grens met Tsjechië en Slowakije ligt een zich over beide landen uitstrekkend nationaal park met o.a. het grootst bekende gemzenras, bruine beren, everzwijnen, wolven, lynxen en wilde katten; ook de alpenmarmot komt hier voor.

Uit het zuiden en oosten van Europa zijn buidelratten, hamsters, eekhoorns, relmuizen, herten en reeën afkomstig.

In de rivieren en meren van Polen komen 55 soorten vis voor waaronder snoek, baars, brasem, harder, forel, zalm, witvis, paling en karper.

De nationale 'vogel' van Polen is de witte adelaar. De zwarte ooievaar wordt als een niet erkend nationaal symbool beschouwd.

Geschiedenis

Oudheid en vroege Middeleeuwen

In het neolithicum (4000-2000 v.Chr.) vestigden zich de eerste agrarische samenlevingen op het hedendaagse Poolse grondgebied en ontstonden er handelsroutes dwars door het dicht beboste land. In het laatste millennium voor, en enkele eeuwen n.Chr., bezetten diverse groepen zoals de Kelten, Skythen, Balten, Goten, Hunnen en vele Germaanse stammen het Poolse grondgebied, trokken meestal weer verder, maar en af en toe vestigden ze zich in deze streken. Het is vrijwel zeker dat ook de Slaven, de etnische groepering waartoe de Polen behoren, bij deze groepen zaten.

Diverse Slavonische stammen vestigden zich uiteindelijk tussen de Baltische Zee en de bergen van de Karpaten. Midden negende eeuw werden de Polanen (letterlijk: de mensen van het veld), die zich gevestigd hadden aan de oevers van de rivier de Warta bij het tegenwoordige Poznan, de dominante stam in deze regio. Hun legendarische hoofdman Piast slaagde erin om de verschillende stammen samen te brengen in een politieke eenheid en noemde de streek Polska, of Polen, naar de naam van de stam. De regio werd later bekend onder de naam Wielkopolska of Groot Polen. De vroegst bekende heerser was een afstammeling van Piast, graaf Mieszko I, die in 966 bekeerd werd tot het christendom.

Middeleeuwen

Deze dag wordt beschouwd als het formele begin van de Poolse staat. Tijdens het bewind van Mieszko werd ook de rest van de bevolking gekerstend en maakte hij gebruik van de kerk en van de adel om zijn gebied fors te vergroten. Zijn zoon Boleslaw I slaagde erin om nog grotere gebieden te annexeren. In 1000 werd het eerste aartsbisdom gesticht en in 1025 werd Boleslaw tot de eerste koning van Polen gekroond.

De belangrijkste nederzettingen in het noorden waren Gniezno, Poznan en Kalisz, die samen Groot-Polen genoemd. Klein-Polen of Malopolska omvatte Krakow, Lublin, Sandomierz en Kielce. Beiden vormden zij het hart van het Poolse rijk. Tot dit rijk behoorden ook nog Pommeren, Silezië en Mazovië.

Na de dood van Boleslaw I viel het rijk uit elkaar maar zijn opvolger Kazimierz I wist de eenheid weer te herstellen en hij verplaatste de hoofdstad in 1040 naar Kraków. Boleslaw II raakte in conflict met de bisschop van Kraków en liet hem terechtstellen. Hij werd hierna verbannen en na zijn dood in 1138 werd het Poolse grondgebied verdeeld tussen zijn vier zonen.

Ze voerden elk een onafhankelijke politiek en verdeelden hun land weer onder talloze erfgenamen waardoor het rijk werd opgedeeld in steeds kleinere hertogdommen. Het gevolg hiervan was dat de adel en geestelijkheid steeds meer macht kregen. Het gebrek aan samenwerking zorgde ervoor dat het zuiden werd binnengevallen door Tartaren die in 1241 Legnica veroverden.

Het noorden had te lijden onder een immigratiegolf vanuit Pruisen. In 1225 deed de hertog van Mazovië een beroep op de kruisridders van de Duitse Orde (Teutoonse ridders) om de Pruisen te verdrijven uit het Poolse gebied. In 1275 hadden de ridders hun taak volbracht, maar vervelend voor de Polen was dat deze ridders zelf het noorden bezetten en niet van plan waren om te vertrekken. Integendeel, door deel te gaan nemen aan de handel van de Hanze wisten ze een machtige positie op te bouwen.

De Polen hadden hierdoor geen vrije toegang meer tot de Oostzee en werden bovendien bedreigd door Bohemen vanuit het zuiden en Litouwen vanuit het oosten. Ook intern ging het slecht door de onafhankelijke positie en verdeeldheid van de adel en de steden. Pas onder koning Wladislaw I en zijn zoon en opvolger Kazimierz III Wielki (de Grote) werd Polen weer enigszins een eenheid en wist men het verzet van de machtige steden te breken. Polen roerde zich nu ook weer in het buitenland want delen van de Oekraine werden veroverd. Daarentegen verloor men Silezië aan de koning van Bohemen. Kazimierz bouwde ook overal kastelen voor de verdediging van Polen en bevorderde de ontwikkeling van handel, economie en cultuur. Gevluchte joden uit Midden-Europa werden zonder problemen toegelaten tot Polen en kregen zelfs een geringe mate van zelfbestuur. De adel werd verder verenigd door ze eigen rechten en meer belangrijke ambtelijke functies te gven. Hier werd de grondslag gelegd voor de latere adelsrepubliek.

In 1370 overleed Kazimierz en viel de troon ten deel aan Ludwik Wegierski (Lodewijk van Hongarije) van het geslacht Anjou. In 1384 werd zijn 11-jarige dochter Jadwiga tot koningin gekroond (zij werd in 1997 door de paus heilig verklaard) en een jaar later gedwongen om te trouwen met Jagiello, de groothertog van Litouwen. Na het huwelijk werden Polen en Litouwen samengevoegd tot een zogenaamde personele unie. Jagiello wist de kruisridders in het noorden te verslaan en het grondgebied van Polen aanzienlijk uit te breiden van de Oostzee tot de Zwarte Zee. Polen was op dat moment economisch, politiek en cultureel het middelpunt van deze staat met Kraków als machtig centrum.

Jagiello werd in 1434 opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw III, die in 1444 in de Slag bij Varna tegen de Turken sneuvelde. Hij werd opgevolgd door zijn broer Kazimierz IV die de Duitse Orde definitief versloeg en in 1466 bij de vrede van Torun West-Pruisen naar zich toe wist te trekken en Oost-Pruisen moest Polen als leenhoogheid erkennen. Gelukkige bijkomstigheid was dat Polen weer onbelemmerd toegang had tot de Oostzee. Eind 15e eeuw vonden er op vele gebieden grote veranderingen plaats in Polen. Zo werd de adel of “szlachta” steeds machtiger en ze kregen steeds meer openbare functies toebedeeld. In deze eeuw ontstond ook de Poolse Landdag of “Sejim”. De Sejim werd gevormd door een kamer van afgevaardigden van de szlachta en de senaat, waarin ministers, magnaten, bisschoppen en legeraanvoerders zitting hadden. Deze zittingen waren dermate belangrijk dat de koning ze zelfs bijwoonde. Dit gremium werd gekenmerkt door het “Liberum Veto” waardoor elk besluit tot wetgeving of belastingheffing unaniem genomen moest worden.

Zestiende ”gouden” eeuw

De 16e eeuw zou de “Gouden eeuw” voor Polen worden en het land was tevens de grootste staat in Europa. De Jagiellonen hadden het voor het zeggen in Polen zelf, maar ook in Litouwen, Letland, Wit-Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Bohemen en Hongarije. Land- en mijnbouw en handel bloeiden op en belangrijke handelsroutes liepen dwars door Pools grondgebied. Met name de Hanzesteden in het noorden speelden een grote rol in de economische ontwikkeling van Polen. Onder koning Zygmunt I floreerde ook de cultuur, mede door de nauwe connecties met Italië na het huwelijk met een Italiaanse dochter van een Milanese hertog.

Zygmunt werd opgevolgd door zijn zoon Zygmunt II. Ondanks drie huwelijken bleef hij kinderloos en dreigde het gevaar dat de personele unie uit elkaar zou vallen.

In deze tijd ontwikkelde zich ten koste van de adel een nieuwe klasse van machtige families, de zogenaamde “magnaten”. Deze families bezaten enorme gebieden, vele dorpen, steden, kastelen en vaak zelfs een groot leger. In feite maakten zij de dienst uit in het toenmalige Polen dat als centraal geleid koninkrijk niet zo veel meer voorstelde.

In 1569 werd door de verzamelde adel de Unie van Lublin gesloten. Hierin werden Polen en Litouwen samengevoegd tot een adelsrepubliek met een gezamenlijk parlement en een gekozen koning. In 1572 stierf Zygmunt II en begon de periode van de kieskoningen. Dit hield onder andere in dat het koningschap aanvaard werd onder voorbehoud van een aantal garanties en voorwaarden. Ondanks de sterke positie van de adel was Polen op dat moment in Europa het meest democratisch geregeerde land. De eerste gekozen koning was Henryk Walezy (van Valois) de latere koning Hendrik III van Frankrijk, die echter al snel opgevolgd werd door Stefan Bathory, de prins van Transsylvanië.

Zeventiende eeuw

Intussen was de Contra-Reformatie in heel Europa op gang gekomen en ook in Polen deed men er alles aan om de hervormers dwars te zitten. Men name onder Zygmunt III Wasa leek de Poolse contrareformatie gezegevierd te hebben. In 1592 werd Zygmunt ook koning van Zweden, maar in 1604 werd hij alweer van zijn troon gestoten. In 1605 viel Zweden het Poolse grondgebied aan maar werd verslagen. De relatie met Zweden bleef nadien zeer gespannen en leidde na een periode van vele conflicten zelfs tot de Dertigjarige Oorlog.

In 1609 werd de residentie van Zygmunt III verplaatst van Kraków naar Warschau.

In 1632 werd Zygmunt opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw IV Waza, die oorlog voerde tegen de Russen en de Turken. Hij initieerde ook de contrareformatie tegen de veelal protestants geworden adel. De Dertigjarige Oorlog werd afgesloten met de Vrede van Torun in 1648. Onder het bewind van Jan II Kazimierz Waza trokken zich echter alweer donkere wolken samen boven Polen. In 1654 volgde er een kozakkenopstand in de Oekraïne en dat betekende het verlies van een groot deel van de Oekraïne aan Rusland. Tegelijkertijd ontstonden er grote financiële problemen als gevolg van de vele oorlogen die er gevoerd waren.

In 1655 haalde Janus Radziwill de Zweden naar Polen vanwege interne problemen. Deze actie pakte echter helemaal verkeerd uit, want door de “Zweedse zondvloed” werd Polen onherstelbaar beschadigd. Grote delen van Polen werden gedwongen afgestaan aan Zweden, Rusland en Pruisen en op economisch gebied zat Polen totaal aan de grond; ontvolking, verwoeste steden, vernielde oogsten en geen enkele handelsactiviteit meer. Tot overmaat van ramp verklaarde Turkije in 1672 de oorlog aan Polen, maar de Polen onder leiding van Jan Sobieski wisten het Turkse leger te verslaan. Hierna werd Sobieski tot koning Jan III Sobieski uitgeroepen. In 1683 verrichtte Sobieski weer een goede daad door de Turken te verslaan die Wenen belegerden. Hiermee voorkwam hij dat de islam zich over geheel Europa kon verspreiden.

Macht Polen brokkelt af

Onder het bewind van Sobieski beleefde Polen als grootste land van Europa nog een keer een periode van politiek herstel en bloei. Na de dood van Sobieski brokkelde de staat Polen steeds verder af en namen vreemde mogendheden en magnaten de macht over. Zo beslisten de magnaten voortaan over de koningskeuze en werd de “Liberum Veto” orgaan zonder militaire macht en zonder financiële middelen waardoor Polen in een toestand van anarchie belandde, iets wat door de buren van Polen zeker niet tegengehouden werd.

In deze tijd kwam de Saksen met de zwakke koning August II aan de macht en na August volgde in 1704 Stanislaw Leszczynski die weer door Frankrijk en de machtige familie Potocki aan de macht gekomen was. In 1709 kwam August II weer op de troon, nu met behulp van de Russische tsaar Peter de Grote. Na diens dood volgde er een successieoorlog tussen de door Rusland gesteunde August III en de Poolse tegenkandidaat Stanislaw Leszczynski. Polen geraakte ondertussen steeds verder in een crisis en de roep om hervormingsplannen werd steeds groter.

Die roep werd beantwoord door de familie Czartoryski, die uiteindelijk ook de macht overnam. In 1764 werd er door deze familie een beroep gedaan op Catherina de Grote van Rusland om een neef van de familie op de troon te zetten. Dit lukte, maar Stanislaw August Poniatowski zou wel de laatste Poolse koning worden. Het lukte hem nog wel om enkele ingrijpende hervormingen door te voeren. Hij wist het leger te versterken en het Liberum Veto werd afgeschaft waardoor buitenlanders en magnaten hun greep op de politieke toestand in Polen kwijtraakten. Dit viel niet in goede aarde bij met name de Pruisen en de Russen, die afdwongen dat alle privileges voor de adel, de Landdag, de vrije koningskeuze en het Liberum Veto in ere werden hersteld.

Ze werden daarbij geholpen door een aantal Poolse edelen die een verbond sloten, de “Confederatie van Bar”. Hierop brak er een heuse burgeroorlog uit die echter niet kon voorkomen dat Polen in 1772 letterlijk verdeeld werd door de Pruisische koning Frederik de Grote, de Russische keizerin Catharina de Grote en Maria Theresia van Oostenrijk. Van Polen bleef alleen nog een klein protectoraat over.

Onder invloed van de Verlichting en een opkomend nationalistisch gevoel werd er op 3 mei 1791 een nieuwe grondwet aangenomen die voor die tijd zeer modern was. Onder invloed van de Franse Revolutie werd er een constitutionele monarchie gevestigd die echter door een aantal magnaten niet geaccepteerd werd en een door de Russen gesteunde “Confederatie van Targowica” gesloten werd (1792). Hervormingsgezinde Polen kwamen in datzelfde jaar in opstand die echter in 1793 neergeslagen werd door Rusland en samen met Pruisen werd Polen nog verder verdeeld tussen de drie grote mogendheden van dat moment. Op 27 november 1795 werd Stanislaw August gedwongen om af te treden en was er van een Poolse staat eigenlijk geen sprake meer.

Koninkrijk Polen en Russische onderdrukking

De drie bezetters begonnen meteen het land te koloniseren en veel Polen vluchtten naar Frankrijk. Ze namen daar dienst in het leger en hoopten zo het land ooit te kunnen bevrijden. In 1797 werden er daadwerkelijk veldtochten gehouden en ook Napoleon gebruikte deze Poolse troepen. Na de overwinning van Napoleon op Pruisen verloor Pruisen een deel van zijn Poolse gebieden en stichtte Napoleon het Groothertogdom Warschau. Hierna werd er nog een poging gedaan om samen met Frankrijk de Russen te verdrijven maar dit liep op niets uit door de val van Napoleon. Bij het Congres van Wenen in 1815 werd het Koninkrijk Polen gevormd in een personele unie met Rusland. Er kwam een constitutie naar Frans model maar de structuur van de Poolse maatschappij bleef grotendeels hetzelfde, met de macht bij de adel, en boeren die onderworpen bleven aan de adellijke grootgrondbezitters.

Constantijn Pavlovitsj van Rusland, de broer van de Russische tsaar kreeg de macht in handen en ook de hoogste ambtelijke functies werden door Russen bekleed. In deze tijd hadden met name de joden het zeer zwaar te verduren. De meeste joden hadden altijd goede posities ingenomen in de Poolse maatschappij, maar dat veranderde na de Zweedse oorlogen en Kozakkenovervallen in de 19e eeuw. Polen kreeg bovendien nog te maken met grote aantallen joodse vluchtelingen uit Rusland. Zij vestigden zich in Oost-Polen maar werden ook daar achtervolgd door de pogroms van de tsaristische politie die hierdoor gedwongen werden om te assimileren in de oorspronkelijke bevolking. In deze tijd werd Krakau een vrije stadsrepubliek en behield Oostenrijk Galicië, een van de armste streken van het toenmalige Oostenrijkse keizerrijk. In 1830 ontsnapte koning Constantijn in Warschau net aan een aanslag op zijn leven, maar uiteindelijk overleed hij al in 1831.

Wel volgde er meteen een opstand van de Polen die echter met harde hand door de Russen werd onderdrukt en met veel beperkende maatregelen werd gehandhaafd. In datzelfde jaar brak er een opstand uit in het Pruisische deel van Polen. En ook hier werden strenge maatregelen genomen. De verdere Duitse kolonisering van het gebied werd doorgezet en het Duits werd de belangrijkste taal. In 1846 brak er een opstand uit in Krakau, dat werd gebruikt door Oostenrijk om de stadsrepubliek te annexeren.

Naar aanleiding van de Italiaanse eenwording steeg ook de onrust in Polen, en dat leidde tot enkel schuchtere hervormingen, zoals het heropenen van de universiteit van Warschau en de vervanging van wat Russische ambtenaren door Polen. In 1861 volgde er weer een betoging voor de eenwording van Polen en wat later weer een heuse opstand. Deze opstand mislukte doordat de boeren niet meededen en was voor de Russen aanleiding om de touwtjes weer zeer strak aan te trekken.

Over het algemeen kan men zeggen dat zowel Rusland als Pruisen ernaar streefden om alles wat Pools was af te schaffen. Sinds 1871 maakte het Pruisische deel van Polen deel uit van het Duitse Rijk onder leiding van kanselier Bismarck. Bismarck voerde een harde germanisatiepolitiek om daarmee de Poolse adel, de taal en de katholieke kerk uit te schakelen.

Eerste Wereldoorlog en Interbellum

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak mocht de Poolse maarschalk Józef Pilsudski met een groot leger de Russische grens overtrekken. Toen de Duitsers echter aan de verliezende hand waren, liet Pilsudski zich uitroepen tot president van de Poolse republiek, die ook nog door de geallieerden werd erkend. In het Verdrag van Versailles in 1918 werd de grens met de verliezer Duitsland slechts gedeeltelijk vastgelegd. Pas na volksstemmingen in Oost-Pruisen en Opper-Silezië zou er definitief over deze gebieden beslist worden. Pilsudski wilde een federatie met de Litouwse, Oekraïense en Wit-Russische gebieden. Dit alles leidde tot de Pools-Russische oorlog waarbij zelfs Warschau in de handen van de Russen leek te gaan vallen. Op miraculeuze wijze wist Pilsudski dit te voorkomen. In 1921 werd de definitieve grens door de geallieerden vastgelegd en die liep ten oosten van de zogenaamde Curzon-lijn.

Politiek en economisch ging het in die tijd niet zo best in het nog vooral agrarische Polen. Er werd wel geprobeerd om bijvoorbeeld via landbouwhervormingen de toestand te verbeteren en ook de Amerikanen staken veel geld in het land, maar dit alles was voor niets toen de wereldwijde crisis in 1929 uitbrak. In de grondwet werden twee kamers met volksvertegenwoordigers ingevoerd, maar ook dit pakte niet goed uit. De Sejm, het Poolse parlement, bracht verschillende kabinetten ten val zodat er van regeren niet veel terecht kwam. Dit was de aanleiding voor Pilsudski om in 1926 een staatsgreep te plegen en Polen als dictator verder te leiden.

Tweede Wereldoorlog en communistisch bewind

Op 1 september 1939 vielen meer dan een miljoen Duitse soldaten Polen binnen, terwijl de Russen vanuit het oosten het land binnenvielen. Warschau capituleerde na een ongelijke strijd op 17 september en hierna werd Polen onder de twee agressors verdeeld. Ook in Polen werden vele joden gedeporteerd en naar concentratiekampen gebracht, o.a. Auschwitz, Treblinka, Majdanek en Sobibor.

In 1943 brak er een grote opstand uit in het getto van Warschau. En Warschau zelf kwam in 1944 in opstand.

Uiteindelijk zijn er zes miljoen Polen omgekomen in de Tweede Wereldoorlog en 70% van het cultuurbezit werd verwoest. Op 17 januari 1945 werd Polen van de Duitsers bevrijd.

Bij de Conferentie van Jalta werden de nieuwe grenzen van Polen vastgelegd; de Oder-Neisse-linie en de Curzon-lijn. Bijna de helft van het Poolse grondgebied moest echter afgegeven worden aan de toenmalige Sovjet-Unie en in ruil daarvoor werd Polen als het ware naar het westen geschoven. De communistische partij nam, in nauwe samenwerking met het Sovjetleger, de macht al snel in handen, mede door frauduleuze verkiezingen in 1947. Bovendien namen zij alle belangrijke posities in en werd het land onder controle gehouden door een uitgebreid politieapparaat. De communisten wilden een maatschappij naar Russisch voorbeeld en na de grondwetswijziging in 1952 werd alle macht geconcentreerd in de communistische partij. De bevolking heeft zich altijd verzet tegen deze situatie die nog verergerd werd door de economische situatie met lage lonen en slechte werkomstandigheden.

Dit leidde onvermijdelijk tot stakingen die echter met veel geweld werden onderdrukt. De situatie werd pas wat beter na de dood van Bierut, de eerste communistische president. En na de beroemde anti-Stalin toespraak van president Chroetsjow van de Sovjet-Unie. Bierut werd opgevolgd door Wladislaw Gomulka, de nieuwe secretaris-generaal van de communistische partij. In 1959 lukte het hem om de stalinisten uit de regering en de partij te stoten, maar bleef toch volledig gebonden aan het beleid en de beslissingen uit Moskou.

Economische crisis

Economisch ging het rond 1970 zeer slecht en in december 1970 werden ook nog eens de voedselprijzen drastisch verhoogd. Er volgden stakingen die echter met zeer harde hand de kop werden ingedrukt. Enkele dagen later werd Gomulka opgevolgd door Gierek, die enkele liberaliseringen doorvoerde en daardoor de levensstandaard iets wist te verhogen en de ontevredenheid onder de bevolking wist te temperen. Dit duurde echter niet lang en langzaam maar zeker kwam de bevolking erachter dat Polen in een diepe economische crisis beland was en dat radicale hervormingen noodzakelijk waren om het tij te keren. De ontevredenheid werd gesteund door de kerk, die weer wat rechten gekregen had. Bovendien werd voor het eerst in de geschiedenis een Pool tot paus gekozen in 1978.

In 1980 leidde de ontevredenheid tot een serie stakingen. Met name de stakingen bij de Lenin-werf in Gdansk trokken internationaal de volle aandacht. Lech Walesa was leider van een landelijk stakingscomité, dat uiteindelijk door de regering erkend werd en verder ging als de vakbond “Solidarnosc” (Solidariteit). Hoewel de chaos door de vele stakingen toenam, bleef deze vakbond grote druk uitoefenen op de regering om het sociaal-economische beleid grondig te hervormen.

Als reactie op deze ontwikkelingen werd in februari 1981 generaal Jaruzelski premier en in oktober partijleider. Op 13 december nam hij alle macht in handen en werd de staat van beleg afgekondigd en duizenden mensen gearresteerd. Januari 1982 had Jaruzelski de gespannen situatie weer onder controle waardoor eind 1982 de staat van beleg opheffen.

In 1985 was alles weer redelijk normaal en liet Jaruzelski zich tot president van Polen kiezen. Economisch ging het echter nog steeds erg slecht en in 1988 braken er weer stakingen uit.

Polen als eerste los van de Sovjet-Unie

In juni 1989 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden voor de nieuwe Senaat. De communisten werden weggevaagd en de oppositie won alle beschikbare zetels. In de Sejm kreeg de oppositie in totaal 35% van de zetels toegewezen. De voormalige bondgenoten van de communisten, de Democratische Partij en de Boerenpartij, kozen echter al snel de zijde van de oppositie. In juli trad Jaruzelski af als partijleider en hij werd opgevolgd door demissionair premier Rakowski. Jaruzelski werd nog wel met veel moeite tot president gekozen. Op 19 augustus werd Tadeusz Mazowiecki op voordracht van Walesa tot premier benoemd. Op het elfde partijcongres in januari 1990 hief de communistische partij (PZPR) zichzelf op en werd opgevolgd door de Sociaal-Democratie van de Republiek Polen (SdRP), die tezamen met de linkse vakbond OPZZ de Alliantie van Democratisch Links (SLD) ging vormen. Tussen 1990 en 1993 zou het met 45.000 man aanwezige Sovjetleger in Polen zich terugtrekken.

Begin 1990 maakte minister van Financiën, Leszek Balcerowicz, een begin met radicale economische hervormingen ter bestrijding van de hyperinflatie, die in 1989 tot boven de 1000% was opgelopen. De scherpe daling van de inflatie ging gepaard met een sterke daling van de levensstandaard, massale werkloosheid en een recessie. Na een breuk in de vakbond Solidariteit stelden Mazowiecki en Walesa zich beiden kandidaat voor de presidentsverkiezingen van eind 1990. In de tweede ronde op 9 december triomfeerde Walesa met ruim 74% en op 22 december werd hij als president beëdigd. In januari 1991 trad een nieuw kabinet onder leiding van Jan Krzysztof Bielecki aan. Met Duitsland werd op 14 nov. 1990 een verdrag met betrekking tot de vaststelling van de Oder-Neisse-grens getekend, gevolgd door een vriendschapsverdrag tussen beide landen op 17 juni 1991. Het Warschaupact werd op 1 juli in Praag door de zes overgebleven leden formeel opgeheven.

In juni leed president Walesa een persoonlijke nederlaag, toen de Sejm – ondanks twee maal een presidentieel veto – met het oog op de eerste democratische verkiezingen op 27 oktober 1991 een nieuwe kieswet aannam. Die verkiezingen leverden een versplinterd parlement op. Achtereenvolgens formeerden Jan Olszewski (dec. 1991 – juni 1992), Waldemar Pawlak (juni–juli 1992) en Hanna Suchocka (juli 1992 – mei 1993) een regering. Suchocka bleef aan tot de nieuwe verkiezingen onder een nieuwe kieswet in september 1993. Deze verkiezingen leverden een overwinning op voor de ex-communisten en de Poolse Boerenpartij (PSL) eindigde als tweede. Samen kregen zij tweederde van de zetels in de Sejm en driekwart van de zetels in de Senaat, en dat was ruim voldoende voor de vorming van een nieuwe regering. De coalitie beloofde het beleid van privatiseringen en andere hervormingen voort te zetten. Economisch waren de jaren negentig gunstige jaren met een groei van rond de 6%. In september 1993 verlieten de laatste Russische troepen Polen.

Bij de presidentsverkiezingen van november 1995 versloeg SLD-voorman Aleksander Kwasniewski met een klein verschil Lech Walesa. In hetzelfde jaar kwam een geldhervorming tot stand (opwaardering van de zloty) en werd een begin gemaakt met de privatisering van kleine en middelgrote staatsbedrijven. In de zomer van 1996 keurde het parlement een hervormingsplan goed om het centrale bestuur af te slanken en de rol van de overheid in de economie te beperken. In dezelfde periode trad Polen als derde voormalig communistisch land toe tot de OESO.

In 1997 werd een nieuwe grondwet, waaraan jaren was gewerkt, door beide kamers aanvaard en van kracht. Hij legde het land vast als een parlementaire democratie met een vrijemarkteconomie. In september 1997 leverden de parlementsverkiezingen een grote overwinning op voor de oppositionele Kiesactie Solidariteit (AWS), een coalitie van ruim 20 conservatieve, katholieke en nationalistische organisaties rondom de vakbond Solidariteit. Jerzy Buzek werd in oktober premier van een coalitie tussen AWS en de liberale Vrijheidsunie.

In 1997 besloot de Europese Unie dat Polen op termijn zou kunnen toetreden tot de EU. In datzelfde jaar nodigde de NAVO Polen uit lid te worden van het bondgenootschap, hetgeen in maart 1999 zijn beslag kreeg.

Eind mei 2000 trok de liberale Vrijheidsunie (UW) van vice-premier en minister van Financiën Leszek Balcerowicz zich terug uit de regeringscoalitie met de rechtse Kiesactie Solidariteit (AWS). Op de achtergrond speelde het landelijke conflict over het economische hervormingsbeleid, dat volgens de UW door een deel van de AWS werd tegengewerkt. Na een mislukte lijmpoging ging de regering-Buzek begin juni door als minderheidskabinet.

Bij de in oktober 2000 gehouden presidentsverkiezingen wist de zittende president Aleksander Kwasniewski (SLD) al in de eerste ronde met 54% de absolute meerderheid te behalen. De AWS-kandidaat Marian Krzaklewski kreeg 16%, terwijl ex-president Lech Walesa maar 1% van de stemmen kreeg. Kwasniewski werd herkozen voor een periode van vijf jaar. De opkomst was 61%.

Op 1 mei 2004 trad Polen toe tot de Europese Unie.

De parlementsverkiezingen van september 2005 werden gewonnen door de conservatieve Wet- en Rechtvaardigheidspartij (PiS), met 28% van de stemmen. Haar bondgenoot, het liberaal-conservatieve Burgerplatform (PO), kwam uit op 26%. Grote verliezer was de regerende Alliantie van Democratisch Links (SLD), de sociaal-democratische opvolger van de communistische partij met slecht 11% van de stemmen (in 2001 nog 41%!!).

De presidentsverkiezingen van oktober 2005 werden gewonnen door de conservatief Lech Kaczynski met 54% van de stemmen. Iets meer dan 50% van de keizers kwam opdagen om een keuze te maken tussen Kaczynski van de Orde- en Rechtvaardigheidspartij (PiS) en diens rivaal Donald Tusk van het liberale Burgerplatform.

Op 31 oktober 2005 is een regering o.l.v. Kazimierz Marcinkiewicz geïnstalleerd waarvan alleen PiS deel uitmaakt. Op 10 november 2005 heeft de nieuwe regering het vertrouwen van het parlement gekregen. PiS heeft hiervoor steun van het zeer populistische Samoobrona (Zelfverdediging), de ultra-conservatieve" League of Polish Families" (LPR) en de Boerenpartij PSL gekregen. Sinds 16 november 2007 is Donald Tusk premier van Polen nadat het Burgerplatform de verkiezingen won.

In mei 2009 kreeg Polen een lening van het IMF om de gevolgen van de kredietcrisis te bestrijden. In april 2010 verongelukte president Lech Kaczynski bij een vliegtuigcrash.

In juli 2010 wint Bronislaw Komorowski van het centrumrechtse Burgerplatform in de tweede ronde de presidentsverkiezingen van Jaroslaw Kaczynski, de tweelingbroer van Lech Kaczynski. In juli 2011 neemt Polen voor het eerst het roulerende voorzitterschap van de EU op. De parlementsverkiezingen van oktober 2011 worden gewonnen door het Burgerplatform onder leiding van Donald Tusk. In februari 2014 is Donald Tusk nog steeds de premier en in maart 2014 veroordeelt hij de Russische bezetting van de Krim in scherpe bewoordingen. In juni 2014 overleeft de regering net een motie van afkeuring na een afluisterschandaal. In september 2014 treedt Tusk af om voorzitter van de Europese raad te worden, Ewa Kopazc wordt premier. In mei 2015 wint Andrzej Duda van de rechtse Recht en Rechtvaardigheids partij de presidentsverkiezingen. In oktober 2015 wint die partij de absolute meerderheid bij de parlementsverkiezingen. Beate Szydlo wordt de nieuwe premier in november 2015. In 2016 is er een controverse met de EU over een nieuwe mediawet waarbij de Poolse staat meer invloed krijgt op de benoemingen bij radio en Televisie. De EU noemt dat besluit in strijd met de Europese waarden. Ook in 2017 blijft de verhouding tussen Polen en het grootste deel van de EU gespannen, vanwege de invloed die de regering beoogt op benoemingen in de rechterlijke macht. Dit escaleert in december 2020 dreigt Polen samen met Hongarije tegen de EU begroting te stemmen omdat ontvangers van EU-geld kunnen worden afgerekend op hun omgang met de rechtstaat.

Bevolking

In 2017 telde Polen 38.476.269 inwoners.

De Poolse bevolking vergrijst snel en de verwachting is dat er in de komende 10 jaar 2 miljoen gepensioneerden bijkomen en zal in 2030 één op de vier Polen gepensioneerd zal zijn. Er wonen ca. 123 personen per km2.

De bevolking bestaat voor 96,9% uit Polen (vóór de Tweede Wereldoorlog 65%) en verder zijn er Wit-Russische, Oekraïense (voor de oorlog 5 miljoen!), Russische, Litouwse, Tsjechische, Slowaakse, Griekse en Duitse (voor de oorlog 1 miljoen!) minderheden, alsmede zigeuners. Dit betekent dat sinds de Tweede Wereldoorlog Polen bijna geen grote groepen minderheden meer kent. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werden de overgebleven Oekraïeners en Duitsers verdreven. Hun plaats werd ingenomen door miljoenen Polen afkomstig uit gebieden in Rusland.

Een groot deel van bevolking was voor de Tweede Wereldoorlog joods. De joden woonden toen over het algemeen in de grote steden en in specifieke dorpen in het zuidoosten. Het grootste deel van de Poolse joden werd door de Duitse bezetter gedood. In totaal werden er 6 miljoen Polen gedood als gevolg van de oorlogshandelingen of stierf in concentratie- en werkkampen.

Heel veel Polen hebben zich in de loop de tijd gevestigd in het buitenland, op zoek naar een beter bestaan of op de vlucht voor de politieke repressie in hun land. De grootste groep, ca. 7 miljoen, vestigde zich in de Verenigde Staten en dan met name in Chicago en omstreken. Andere migratielanden waren Canada, Brazilië, Frankrijk en Duitsland. In dat laatste land vormen zij de grootste minderheid.

Ongeveer 60% van de bevolking woont in de steden; de grootste steden zijn: Warschau (Pools: Warszawa 1,77 miljoen inwoners), Lódz, Krakow, Wroclaw (= Breslau), Poznan, Gdansk, Katowice, Bialystok en Czestochowa.

Ruim een kwart van de bevolking woont in steden met meer dan 200.000 inwoners. Het dichtstbevolkte deel van Polen vormen de samengegroeide mijnsteden rond Katowice. Hier wonen meer dan 3 miljoen inwoners op nog geen 2% van het Poolse grondgebied. Het dunstbevolkt zijn de merenplateaus in het noorden en het land tussen Wisla en de oostgrens; grote steden komen hier bijna niet voor.

In de periode 1985–1995 bedroeg de gemiddelde bevolkingstoename 0,4% In de 21e eeuw kromp de bevolking licht. (2017 -0,13%)

Geboorten per 1000 inwoners: 9,5 (2017)

Overlijdens per 1000 inwoners: 10,4 (2017)

Levensverwachting voor vrouwen 81,8 jaar en voor mannen 73,9 jaar. (2017)

Taal

Het Pools behoort tot de West-Slavische tak van de familie van Baltoslavische talen. Deze familie behoort weer tot de familie der Indogermaanse talen. Tot deze familie behoort ook het Tsjechisch, Russisch en Bulgaars. Het Pools heeft zich tussen de 6e en 9e eeuw ontwikkelt uit het dialect van de stammen die woonden tussen de Odra, de Wisla en de Warta. De officiële geschreven taal was tot de zestiende eeuw het Latijn en daardoor kwamen er veel Latijnse woorden in de gesproken Poolse taal terecht.

Tot de kerstening van de Polen in 966 bestond er alleen maar gesproken taal. Sinds de middeleeuwen zijn er door de grote aantallen Duitstaligen in de steden, veel Duitse woorden in de taal opgenomen. In de 16e eeuw kwamen daar nog Tsjechische en sinds de 18e eeuw woorden uit de Franse taal bij. Het Pools is een eenheidstaal geworden die vrijwel alle dialecten heeft verdrongen.

Alleen in de Karpaten, door de Góralen, en in Kaszubië, in het merengebied ten zuidwesten van Gdansk, worden nog dialecten gesproken die dermate van het Pools afwijken dat ze zelfs voor de Polen moeilijk te verstaan zijn. In Silezië spreekt men een Pools dat sterk lijkt beïnvloed door het Duits.

Ca. 100 km ten zuidwesten van Gdansk leven ongeveer 200.000 Kasjoeben. Hun dialect, het Kasjoebisch, is het enig overgeblevene van het Pommers, een West-Slavische taal, net als het Pools en het Tsjechisch. Een verwant dialect is het Slowinskisch, dat nog door een paar verspreide gemeenschappen wordt gesproken. Het verwante Polabisch stierf in de 18e eeuw al uit.

Het alfabet bestaat uit 32 letters in Latijns schrift met een aantal diacritische tekens. In tegenstelling tot het Nederlands wordt het Pools sterk verbogen en bestaan er maar liefst zeven naamvallen. Verder kent het Pools een aantal moeilijke vervoegingen waardoor de grammatica sterk op het Latijns lijkt.

Lidwoorden kent de Poolse taal niet en in het Pools valt de klemtoon in een woord bijna altijd op de voorlaatste lettergreep. Tot de weergave van typische Poolse klanken behoren ook de opeenhopingen van sommige medeklinkers zoals in de naam van de stad Szczecin.

Enkele woorden en uitdrukkingen:

Nul = zero

Vijf = piec

Tien = dziesiec

Honderd= sto

Duizend = tysiac

Alstublieft = prosze

Dank u wel = dziekuje

Tot ziens = do widzenia

Vandaag = dzisiaj

Morgen = jutro

Ontbijt = sniadanie

Proost = na zdrowie

Dokter = lekarz

Water = woda

Soep = zupa

Markt = rynek

Winkel = sklep

Welkom = zaprasza

Kroeg = knajpa (Duits: Kneipe)

Godsdienst

Algemeen

Ongeveer 97% van de bevolking is rooms-katholiek. Ca. 1,5% behoort tot de Russisch-Orthodoxe Kerk en 0,5% is protestants, van wie de meeste lutheranen. Verder zijn er ca. 80.000 oud-katholieken. De meeste kerkgebouwen van de Russisch-Orthodoxen vindt men in het oosten van het land.

Het aantal joden, in 1939 nog 10% van de bevolking, bedroeg in 1993 nog maar 1300.

Met de kerstening in 966 werd Polen het meest oostelijke katholieke land van Europa en er ontstond een hechte band tussen kerk en staat. Opmerkelijk was dat in de vele oorlogen die de Polen voerden, de religie nauwelijks een rol speelde. Ook bleef Polen tijdens de reformatie en de contrareformatie gespaard van bloedige godsdiensttwisten.

De Rooms-Katholieke Kerk in Polen is georganiseerd in de aartsbisdommen Gniezno, Krakow, Poznan, Warschau en Wroclaw, plus twee aartsbisdommen buiten het Poolse grondgebied, Lwow en Vilnius, en 21 bisdommen. Primaat van Polen is de aartsbisschop van Warschau en Gniezno (het oudste bisdom). Tijdens het communistische regime bloeide de kerk tegen de verdrukking in. In 1950, 1956 en 1972 sloten kerk en staat overeenkomsten, waarbij de kerk het regime aanvaardde en de staat garanties gaf voor het kerkelijk bestuur en het katholiek onderwijs.

Na de omverwerping van het communisme is de scheiding van kerk en staat nog lang zo vanzelfsprekend niet als in vele andere landen. Integendeel, ook op maatschappelijk terrein is de invloed van de katholieke kerk nog enorm in Polen.

Het bezoek van paus Johannes Paulus II aan zijn vaderland in juni 1979 versterkte de positie van de kerk ten opzichte van de overheid. In mei 1989 werd een nieuw akkoord bereikt, waarbij de kerk volledig wettelijk erkend werd. In het akkoord werden de onafhankelijkheid van de kerk en de vrijheid van godsdienst vastgelegd. Bovendien kreeg de kerk recht op eigen scholen en media.

Zijn bezoek aan Polen in juni 1979 was voor de bevolking en de maatschappij in het algemeen, van groot belang. Het maakte het volk bewust van de macht van de massa en het Poolse vraagstuk werd opnieuw onder de internationale aandacht gebracht. De verkiezing van Wojtyla tot paus in 1978 betekende ook een enorme steun voor de oppositie en dan met name voor de vakbond “Solidariteit”. De kerk hielp ook veel politieke gevangenen en hun gezinnen, en veel geestelijken namen actief deel aan het verzet. Dat de regering zich absoluut geen raad wist met de positie van de kerk bleek duidelijk toen de populaire Warschause oppositiepriester Jerzy Popieluszko in 1994 vermoord werd door leden van de Poolse veiligheidsdienst.

Het kerkelijke leven in het katholieke Polen is nog springlevend en de zondagse missen zitten vaak nog afgeladen vol. Doop, communie en vormsel zijn nog steeds de hoogtepunten in het leven van de meeste Polen. Katholieke feestdagen en bedevaarten zijn onverminderd enorm populair.

De meeste tradities en gewoonten in Polen zijn verbonden met de christelijke feestdagen.

Een beroemd voorbeeld van de intense religieuze beleving van de Polen is de jaarlijkse bedevaart die in augustus wordt gehouden naar de Zwarte Madonna van Czestochowa, die zelfs beschouwd wordt als de symbolische koningin van Polen. Deze 14e-eeuwse afbeelding trekt jaarlijks anderhalf miljoen gelovigen en toeristen. De tiendaagse bedevaartstocht begint in Warschau en eindigt uiteindelijk in Czetochowa. Een ander pelgrimsdoel zijn de “Poolse Calvariebergen”, met zo nauwkeurig mogelijke nabootsingen van de berg in Jeruzalem waar Jezus gekruisigd werd.

Johannes Paulus II

Karol Wojtyla werd op 18 mei 1920 in Wadowice geboren en overleed op 2 april 2005 op 84-jarige leeftijd. Op 16 oktober 1978 werd de toenmalige aartsbisschop van Kraków tot paus Johannes Paulus II gekozen. Hij was de eerste niet-Italiaanse leider van de katholieke kerk sinds 1523.

Samenleving

Staatsinrichting

Volgens de nieuwe Grondwet van 1997 is Polen een parlementaire democratie, waarin de staatsmacht gedecentraliseerd is en de rechten van individuele burgers versterkt zijn.

De bevoegdheden van de president zijn verminderd ten gunste van het parlement en de regering. Hoogste orgaan is de Sejm, het parlement, met 460 zetels. Daarnaast werd in juni 1989 de Senaat opnieuw ingevoerd met 100 zetels. De Senaat heeft het recht van amendement, maar amendementen kunnen door de Sejm worden tegengehouden met een tweederde-meerderheid.

De leden van de Sejm worden eens in de vier jaar volgens het stelsel van evenredigheid gekozen.

De president is het staatshoofd en tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten en wordt eens in de vijf jaar rechtstreeks gekozen. Hij kan onder bepaalde omstandigheden het parlement ontbinden, bijvoorbeeld wanneer de Sejm het staatsbudget niet binnen vier maanden na lezing goedkeurt. Ook kan hij parlementaire wetgeving tegenhouden met een presidentieel veto dat weer ongedaan kan worden gemaakt met een meerderheid in beide huizen van het parlement. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Sinds 1999 is Polen bestuurlijk verdeeld in 16 provincies, die de 49 wojewodztwa uit 1975 vervangen. De toen bestaande structuren werden vervangen door zelfbestuur op drie niveaus: regionaal niveau (voivodships), districtsniveau (315 powiats), en gemeentelijk niveau (gminas). Het regionaal zelfbestuur vindt plaats via regionale gouverneurs (voivods), die door de centrale overheid worden aangesteld, en nieuw gekozen regionale raden (sejmiks). De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en uitvoering van het regionaal economisch beleid ligt bij de sejmiks, die over een onafhankelijke rechtspersoonlijkheid en een eigen budget bezitten.

De verlening van overheidsdiensten valt onder de verantwoordelijkheid van de districten of powiats.

Op gemeentelijk niveau zijn aan de 2489 gminas, om de belangrijkste diensten te kunnen verlenen, nieuwe begrotingsmiddelen gegeven en bevoegdheden tot belastingheffing verleend.

Lidmaatschap van internationale organisaties

Polen is lid van de Verenigde Naties, de WTO, de Raad van Europa, de OVSE en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Sinds maart 1999 is Polen ook lid van de NAVO en sinds 2004 van de Europese Unie.

Onderwijs

Het Poolse onderwijs is als volgt te verdelen:

Kindergarten

Basisonderwijs klas 1 t/m 6

Gimnasium klas 7 t/m 9

Liceum klas 10 t/m 12

Technikum klas 10 t/m 13

Beroepsonderwijs duurt 2 tot 3 jaar

HBO/Universiteit

Wat de voorschoolse periode betreft zijn er “kindergarten” en voorschoolse afdelingen van basisscholen voor kinderen tussen drie en zes jaar oud.

Basis- en voortgezet onderwijs tussen zeven en zestien jaar is verplicht en gratis. Leerlingen leggen elk jaar een soort examen af voordat ze naar een volgende groep mogen. Ook om naar vervolgopleidingen te kunnen moet er een algemeen certificaat behaald worden. Deze opleidingen zijn ook gratis en worden geven op algemene scholen en op beroepsopleidingen. Cijfers uit het schooljaar 1997-1998 laten zien dat 96-98% van de leerlingen van het voortgezet onderwijs een andere opleiding kiezen waarvan 30% naar algemene scholen ging en 20% naar beroepsopleidingen.De driejarige beroepsopleidingen zijn soms verbonden met bedrijven waar de leerlingen stage kunnen lopen.

Ca. 20% van de leerlingen gaat naar het hoger onderwijs. Er zijn 178 algemene universiteiten, technische universiteiten en hogescholen. Vaak moet er een toelatingsexamen met goed gevolg afgelegd worden. Staatsuniversiteiten bieden vier tot vijf en half jaar durende opleidingen terwijl privé-instituten ook driejarige opleidingen aanbieden.

In 1998 heeft het Poolse onderwijs een positieve ontwikkeling gekend. De hervorming, die in september 1999 is gestart, heeft hoofdzakelijk tot doel het algemene onderwijsniveau te verhogen. Polen heeft gekozen voor een middelbaar onderwijssysteem dat sterker dan voorheen de nadruk legt op het algemeen technisch onderwijs en het hoger onderwijs teneinde de mobiliteit van schoolverlaters op de arbeidsmarkt te verbeteren

De beroepsopleidingen komen er wat bekaaid af door deze hervorming die vooral gericht is op het algemeen en hoger onderwijs.

Economie

Algemeen

Polen heeft zich na de Tweede Wereldoorlog volledig geconcentreerd op het economische model van de Sovjet-Unie. Banken en grote bedrijven werden genationaliseerd en het grootgrondbezit werd opgeheven. Alleen de kleinere boerenbedrijven en de dienstensector bleven in particuliere handen. Het levenspeil bleef lang erg laag, maar wel veranderde Polen geleidelijk van een overwegend agrarisch in een geïndustrialiseerd land. In 1995 werkten van de beroepsbevolking 22% in de landbouw, 32% in de industrie en 46% in handel en dienstensector.

De particuliere sector verschaft op dit moment werk aan 65% van de Poolse beroepsbevolking. De regionale verschillen in werkloosheid zijn groot. Stedelijke gebieden als Warschau, Krakow en Poznan hebben een laag werkloosheidscijfer. In 2017 is het werkeloosheidspercentage 4,9% voor heel Polen.

Tussen 1980 en 1995 steeg het bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking gemiddeld met 2,4% per jaar. Ook Polen heeft last gehad van de economische crisis. De laatste jaren (2011,2012 en 2013) bedroeg de groei respectievelijk 4,5%, 1,9% en 1,3%. In 2017 bedroeg de economische groei 4,7% In absolute termen is het bnp echter niet heel hoog (in 2017 $29.600 per hoofd van de bevolking).

Na toetreding tot de Europese Unie in 2004 verliet Polen de CEFTA. De Cefta was een overeenkomst gesloten inzake de onderlinge handel met Hongarije, Slowakije, Slovenië, Roemenië, Bulgarije en Tsjechië.

Landbouw, veehouderij en visserij

Het grootgrondbezit werd na de communistische machtsovername opgeheven, dat wil zeggen het grondbezit boven de 50 ha (100 ha in de nieuw verworven westelijke gebieden). Aanvankelijk werden de kleinere particuliere bedrijven met rust gelaten, maar na 1949 werd geprobeerd de boeren ertoe te bewegen hun bedrijven samen te voegen in collectieve bedrijven of coöperaties aan te gaan.

In een poging meer greep op de agrarische sector te krijgen werden zogenaamde landbouwkringen opgericht: instellingen die landbouwmachines verhuren, als gezamenlijk inkoopbureau voor particuliere boeren fungeren en het verenigingsleven op het platteland organiseren. Het particuliere bezit in de agrarische sector heeft gedurende de communistische periode steeds overheerst (tussen de 75 en 85% van het totale landbouwareaal). In oktober 1991 werden de staatsboerderijen opgeheven.

Van de huidige 2 miljoen agrarische bedrijven is ca. 95% in particuliere handen. De 0,5 miljoen boeren van die bedrijven waren vrij om voor zichzelf te beginnen. Het gemiddelde particuliere bedrijf had in 2013 een oppervlakte van 1-10 ha en het gemiddelde agrarische bedrijf is maar 7 ha groot. De werkloosheid in de landbouw, met name in het noorden en noordoosten, is vrij snel gestegen. De hele landbouwsector draagt voor slechts beperkt bij in het bnp. (2,4% in 2017)

Behalve granen (tarwe, rogge, gerst en haver) produceert Polen traditioneel veel aardappelen en suikerbieten.

De veehouderij omvat voornamelijk runder- en varkensteelt. Gebrek aan veevoer en een slechte infrastructuur zijn de belangrijkste belemmeringen voor groei in deze sector. De intensieve veehouderij is daardoor flink afgenomen, vooral het aantal schapen en runderen. Het minst getroffen is de productie van varkensvlees.

De visvangst op de Oostzee en daarbuiten wordt door een grote visserijvloot bedreven. Kabeljauw en haring zijn de voornaamste producten.

Industrie: algemeen

De meeste industrie is gevestigd in het zuiden van het land, met als zwaartepunt Opper-Silezië (metaal-, elektrotechnische, chemische en houtverwerkende industrie). Grote industriesteden zijn daarnaast Lódz (chemische industrie en vooral textiel), Warschau (werktuig- en machinebouw, textiel, bouwmaterialen), Poznan (machinebouw, cellulose, bouwmaterialen, textiel) en Gdansk (scheeps- en machinebouw).

Chemie en kunststoffen

De chemische sector is belangrijk voor de economie en er is veel buitenlands kapitaal nodig om deze industrietak te vernieuwen. EU-wetgeving schrijft strenge milieueisen voor en ook daarvoor zijn extra investeringen nodig.

bedrijven produceerden artikelen van rubber en plastic, chemicaliën, chemische producten en kunstvezels. Meer dan 600 bedrijven zijn eigendom van buitenlandse investeerders.

Dienstensector

Poolse banken en andere financiële instellingen vertonen nog steeds een aantal zwakke punten, onder andere inefficiënte organisatie, een beperkt aanbod aan moderne diensten en onervaren management. Creditcards en ook het on-line bankieren wordt steeds populairder in Polen.

Verdergaande liberalisering zal tot een verdere sanering van de Poolse banksector leiden, iets wat trouwens ook is afgesproken in een overeenkomst tussen de EU en Polen. Ook hebben zich al veel buitenlandse banken in Polen gevestigd, waaronder een aantal Nederlandse zoals ING, ABN-Amro, en Rabobank.

De verzekeringssector is inmiddels geheel geprivatiseerd. De grootste speler op de verzekeringsmarkt is het voormalige staatsverzekeringsbedrijf PZU met een marktaandeel van 60%. Sinds 1999 is het buitenlandse verzekeringsmaatschappijen toegestaan om actief te zijn op de Poolse markt. Nationale Nederlanden is prominent aanwezig op de Poolse markt.

ICT-sector

Het internetgebruik onder particulieren en zakelijke gebruikers stijgt de laatste jaren snel.

Telecommunicatie is een van de snelst groeiende sectoren in de Poolse economie. Sinds de jaren negentig wordt het sterk verouderde en met capaciteitsproblemen kampende telecommunicatienetwerk gemoderniseerd en uitgebreid. Het aantal mobiele aansluitingen stijgt sterk.

Machine-industrie

De machine-industrie bestaat in Polen vooral uit machines voor de verpakkingsindustrie, landbouw, gereedschapsmachines, houtbewerkingsapparatuur en bouw- en infrastructuur. Deze industrietak ondergaat op het moment grote veranderingen waarbij bekende buitenlandse ondernemingen als Siemens, Danfoss en Bosch een grote rol spelen. Zij hebben alleen de laatste jaren al meer dan 1 miljard euro geïnvesteerd.

De Polen maken over het algemeen uitstekende producten maar zelfs zij ondervinden al de concurrentie uit de echte lage-lonen landen. Ook worden er veel tweedehands onderdelen en machines geïmporteerd waardoor de binnenlandse vraag naar deze producten terugloopt. Door de groei van de bouwsector en de herstructurering van fabrieken kan deze Poolse industrietak zich redden.

Metaalindustrie

Na het communistische tijdperk werd de Poolse metaalsector als een van de eerste industrietakken geherstructureerd. Dit had in korte tijd gigantische gevolgen voor de werkgelegenheid in de sector. In 1998 werkten er nog 592.000 mensen in de metaal, in 2001 waren dit er nog maar 38.000.

Ca. 50.000 banen werden verplaatst naar sectoren buiten de staalsector.

De metaalsector kent drie sub sectoren: metaalproducten, machine- en apparatenindustrie en basismetalen. De metaalproductenindustrie groeit het hardst met ca. 41.000 veelal kleine bedrijfjes in het zuiden van Polen.

De grootste omzet in deze totale sector wordt behaald door de basismetaalindustrie. De tien grootste hoogovens zijn goed voor 58% van de omzet in deze sub sector.

Mijnwezen

Polen is rijk aan delfstoffen, onder meer steenkool en bruinkool. Steenkool wordt gewonnen in Opper-Silezië, Neder-Silezië en het Lublinbassin. De voorraden steenkool zijn enorm, ca. 65 miljard ton. Verreweg het grootste deel van de energie wordt nog steeds opgewekt door kolen, die trouwens een uitstekende kwaliteit hebben.

De kolenwinning wordt door de steeds dieper liggende lagen steeds moeilijker en ook zijn de installaties verouderd. De kolenwinning is daardoor op dit moment verliesgevend en er wordt dan ook gewerkt aan een grootscheepse sanering van de mijnen.

Verder beschikt het land over rijke koper-, zink- en zwavelvoorraden. Winning van ijzererts, gas en aardolie vindt ook plaats, maar wordt onvoldoende geëxploiteerd om in de eigen behoefte te voorzien.

Bouw- en infrastructuur

Sinds 1989 is de Poolse bouwmarkt interessant voor buitenlandse investeerders door het vele achterstallig onderhoud en het gebrek aan investeringen in het verleden. De Poolse bouwmarkt zal de komende jaren nog een van de snelst groeiende markten in Europa zijn.

Er zijn meer dan 300.000 bedrijven actief in de bouw en de sector biedt werk aan bijna 1 miljoen mensen. Minder dan 1% van de bedrijven heeft meer dan 100 werknemers in dienst, maar zij zijn wel verantwoordelijk voor meer dan 30% van de totale omzet in de branche.

De belangrijkste buitenlandse investeerders komen uit Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Nederland.

De infrastructuur van Polen is nog niet zo denderend. De staat van onderhoud van het ruim 350.000 kilometer lange wegennetwerk is maar voor 15% goed te noemen, voor 50% redelijk en voor 35% slecht.

Ook de modernisering en uitbreiding van de spoorwegen, de zee- en luchthaven zal nog vele miljarden kosten. Sinds 2000 kan Polen jaarlijks rekenen op 120 miljoen euro van de EU voor de ontwikkeling van het wegennet.

Voedselverwerkende industrie

Deze sector is voor Polen zeer belangrijk, want verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de totale industriële productie. De laatste tien jaren is er voor 5,7 miljard euro geïnvesteerd door vooral buitenlandse ondernemingen.

Daarbij zijn grote namen als Heineken (met een marktaandeel van 32% in de biermarkt), Coca Cola, Philip Morris, Nestlé, Pepsico en Farm Frites. Grote winkelketens uit West-Europa hebben al een marktaandeel van 30% in handen, en verwacht wordt dat dat zal oplopen tot 50% binnen niet al te lange tijd.

Binnen de EU zijn Duitsland en Nederland de grootste importeur van voedsel naar Polen. Duitsland is de grootste importeur van voedsel uit Polen.

Energie

Het grootste gedeelte (97%) van de Poolse elektriciteit wordt opgewekt met steen- en bruinkool gestookte centrales. De rest van de energie wordt opgewekt door waterkrachtcentrales. De laatste jaren bedroeg de kolenproductie meer dan 100 miljoen ton en de bruinkoolproductie ca. 60 miljoen ton. Een groot nadeel van de gestookte energiecentrales is de luchtverontreiniging die ze veroorzaken in Polen. Groene energie begint langzaam op te komen, bijvoorbeeld windenergie. Elektriciteit wordt onder andere geïmporteerd uit Duitsland, Wit-Rusland en de Oekraïne.

De aardolie die in de Baltische Zee werd aangeboord, blijkt nog gelimiteerd en de faciliteiten voor raffinage en verwerking van olie zijn dringend aan modernisering toe.

Wat aardgas betreft is Polen nog sterk afhankelijk van Rusland (90% is uit dat land afkomstig). In 2001 zijn er contracten gesloten met een Deens en een Noors bedrijf om de afhankelijkheid van Rusland terug te dringen.

Handel

Polen heeft een tekort op de handelsbalans. Belangrijkste exportproducten zijn steenkool, chemische producten en levensmiddelen. Ingevoerd worden o.a. machinerieën, aardolie, chemische producten en levensmiddelen. Voornaamste handelspartner is Duitsland en verder Italië, Rusland, Groot-Brittannië, Nederland en Frankrijk.

Bankwezen

Per 31 dec. 1989 werd het gehele bankwezen gereorganiseerd. De Nationale Bank van Polen werd hierdoor onafhankelijk van de overheid en kreeg vergaande bevoegdheden inzake de wisselkoers en het niveau van de rente. Na 1989 is het aantal commerciële banken explosief gegroeid. Ook werd vanaf dat jaar een aantal banken, geheel of gedeeltelijk in privébezit opgericht. In 1991 werd de beurs in Warschau geopend.

Verkeer

De ontwikkeling van het spoorwegnet is achtergebleven bij de economische groei. Van het totale net (bijna 25.000 km) is minder dan de helft geëlektrificeerd. Het wegennet is tegenwoordig redelijk goed.

De koopvaardijvloot omvat ongeveer 600 schepen (uitgezonderd de visserijvloot). De voornaamste zeehavens zijn Szczecin, Gdynia en Gdansk.

Warschau heeft een internationale luchthaven. De nationale luchtvaartmaatschappij is de Polskie Linie Lotnicze (LOT).

Vakantie en bezienswaardigheden

De toeristische sector is sterk in omvang toegenomen. In 2000 werd Polen door 84,5 miljoen buitenlanders bezocht, waarvan meer dan 17 miljoen als toerist. Er is nog een groot tekort aan accommodaties in de middenklasse.

Internationale hotelketens zitten vooral in de hoofdstad Warschau en de meeste toeristenaccommodaties zijn te vinden aan de kust van de Baltische Zee, in de berggebieden en in het Mazoerië merendistrict.

Veel westerse investeerders zijn al actief in Polen, en Nederland neemt op de ranglijst van investeerders in de toeristische sector een belangrijke plaats in.

Warschau is de hoofdstad van Polen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het historische centrum van Warschau, Stare Miasto, met veel zorg gerestaureerd. Dit werd zo goed gedaan dat het volledig is opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het oude stadsdeel vormt dan ook dé belangrijkste bezienswaardigheid van Warschau. Het middelpunt van Stare Miasto is het oude marktplein. Absolute aanraders om te bezoeken zijn het koninklijk kasteel, de goed bewaarde Barbacane (originele stadsmuren van Warschau) en de Sint-Johanneskathedraal. lees meer op de Warschau pagina van landenweb.

Krakow is een must voor toeristen die Polen bezoeken en heeft talrijke monumenten van wereldklasse, charmante uitzichten, een heerlijke sfeer en uitstekende restaurants. Je vindt er verbazingwekkende historische monumenten, de hele oude binnenstad staat onder UNESCO's werelderfgoed bescherming. Er is een aparte pagina van landenweb.nl over Krakow

Lódz is een grote stad, vol leven en pittoreske Art Nouveau gebouwen. Hoewel de stad niet echt geldt als een toeristische bestemming komen veel mensen hier vanwege de rijke filmgeschiedenis, want de stad is de thuisbasis van toonaangevende Poolse filmstudio's en een beroemde filmacademie, bekend in heel Europa. Hier vindt u tevens het Museum voor moderne kunst met kunstwerken van bekende kunstenaars als Chagall, Picasso, Adler, Vantongerlo, Leger en sommige moderne kunstenaars uit Polen, zoals Hiler, Witkiewish en Czyzewski. Lees meer op de Lodz pagina van landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

POLEN LINKS

Advertenties
• Polen Tui Reizen
• Polen Vliegtickets.nl
• Polen Hotels
• Polen Vliegtickets Tix.nl
• Djoser Rondreis Polen
• Autoverhuur Sunny Cars Polen
• Polen met de Trein
• Rondreis Polen Sawadee
• Transport Polen - TTS Quality Logistics B.V
• Polen campings

Nuttige links

Dieren in Polen (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Polen Reisfotografie
Polen Reisstart (N)
Polen Startnederland (N+E)
Reisinformatie Polen (N)
Reisverslag Polen (N)
Reizendoejezo – Polen (N)

Bronnen

Dydynski, K. / Poland

Lonely Planet

Hus, M. / Polen

ANWB media,

Wijnands, S. / Polen

Gottmer,

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt April 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems