Landenweb.nl

INDIA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Hindi, Engels
  Hoofdstad  New Delhi
  Oppervlakte  3.287.263 km²
  Inwoners  1.366.737.463
  (mei 2019)
  Munteenheid  Indiase roepie
  (INR)
  Tijdsverschil  +4.30
  Web  .in
  Code.  IND
  Tel.  +91

Steden INDIA

BangaloreMumbai

Populaire bestemmingen INDIA

Goa

Geografie en Landschap

Geografie

India (officiële Hindi-naam: Bharatiya Ganarajya, of verkort: Bharat, is een federatieve republiek in Zuid-Azië en ligt op het Indiase subcontinent. India heeft een oppervlakte van ca. 3,3 miljoen km2 en is daarmee ongeveer 79 keer zo groot als Nederland en het op zes na grootste land ter wereld.

advertentie

India Satellietfoto

Foto: NASA in het publieke domein

India grenst in het noorden en noordoosten aan Bangladesh (4053 km), Myanmar (1463 km), Bhutan (605 km), Nepal (1690 km), China (3380 km), en in het noordwesten aan Pakistan (2912 km).

India ligt ingeklemd tussen de Golf van Bengalen in het oosten, de Arabische Zee in het westen en de Indische Oceaan in het zuiden. De totale lengte van de kustlijn bedraagt ca. 7000 km. De afstand van oost naar west is 2950 kilometer en van noord naar zuid 3250 kilometer.

Tot het territorium van India behoren ook de eilandengroepen Lakshadweep in het de Arabische Zee en de Andamanen en Nicobaren in de Golf van Bengalen, meer dan 1000 kilometer oostelijk van het vasteland.

In het uiterste noorden liggen Jammu en Kasjmir, waarover de territoriale rechten zowel door India als door Pakistan worden geclaimd.

Landschap

Door de vele klimaattypen en de grootte van het land heeft India een enorme variatie aan landschappen. India bestaat uit drie hoofdgebieden: de Himalaya (Sanskriet: ‘land van de sneeuw’), de noordelijke vlakte en het schiereiland.

Noord-India wordt beheerst door de Himalaya, hoewel alleen de westelijke en oostelijke uiteinden van deze bergketen binnen de Indiase grenzen vallen. De Kanchenjunga (8598 m) in Sikkim en de Nanda Devi (7816 m), zijn de hoogste toppen van India.

De Himalaya wordt doorsneden door mooie dalen, zoals de vallei van Kasjmir.

advertentie

Kanchenjunga, hoogste berg van India

Foto:Aaron Ostrovsky Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Ten zuiden van de Himalaya ligt de grote noordelijke laagvlakte, met een gemiddelde breedte van ca. 320 km en op sommige plaatsen meer dan vijfhonderd kilometer breed. Deze laagvlakte wordt gedeeltelijk in beslag

genomen door het stroomgebied van de rivieren de Indus, de Ganges en de

Brahmaputra.

Deze gletsjerrivieren leveren water voor bevloeiing en jaarlijks een nuttige sliblaag. De dikke lagen alluvium maken de laagvlakte tot een van de vruchtbaarste landbouwgebieden ter wereld. Dijken of modderbanken zijn de enige opvallende kenmerken die het eentonige, vlakke landschap onderbreken. In het noordwesten, in de deelstaat Rajasthan, ligt de extreem droge Thar woestijn, ook wel Indian Desert genoemd.

advertentie

Deccan Plateau

Foto:Trusharn 512 CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het belangrijkste deel van het Indiase schiereiland is het droge Deccan-plateau, met de hoogste top in het zuiden. Het Deccan-plateau wordt door de lage Vindhyabergen gescheiden van de noordelijke vlakte. Naar het westen stijgt het plateau tot de maximaal 1646 hoge West-Ghats, die evenwijdig lopen met de westkust. Het Deccan-plateau helt zachtjes over naar het oosten, waar het uitloopt in een lage bergrug, de maximaal 1680 meter hoge Oost-Ghats. In het zuiden komen de Oost- en de West-Ghats samen en vormen daar de Nilgiriheuvels, die een hoogte bereiken van 2600 meter. Ten oosten van de Oost-Ghats daalt het land af naar de brede kustvlakte.

De grootste rivieren van het schiereiland, Cauvery, Godavari, Krishna, Mahanadi en Penner, stromen allen naar de Golf van Bengalen. In tegenstelling tot de Himalayarivieren zijn dit (moesson)regenrivieren, met als gevolg een sterk wisselende waterhoeveelheid.

Klimaat en Weer

Het klimaat van India wordt vooral bepaald door de droge noordoostmoesson en de natte zuidwestmoesson, die ieder weer in twee seizoenen uiteenvallen, de eerstgenoemde in het koude jaargetijde en het hete jaargetijde; de tweede in de regentijd en het seizoen van de zich terugtrekkende moesson. Het koude jaargetijde valt in januari en februari en wordt gekenmerkt door droog, zonnig en fris weer, met in het algemeen weinig wind. Alleen in het uiterste noorden valt dan wat neerslag.

Het hete seizoen valt van maart tot ongeveer midden juni. In het centrum van India is de gemiddelde temperatuur in mei 35°C, terwijl temperaturen tot boven 50°C regelmatig voorkomen. In het zuiden is het koeler door het waaien van oplandige winden, die ook wat regens brengen. De hoogste temperaturen vallen in het algemeen juist voordat deze regens een meer algemeen karakter krijgen bij het invallen van de regentijd. Dit gebeurt aan de westkust ca. begin juni en verder landinwaarts geleidelijk later, tot het in juli ook in het noordwesten regent. Vooral langs de westkust is de overgang van de seizoenen abrupt. De wind trekt aan en gedurende een week regent het overvloedig. Daarna komen ook opklaringen voor.

advertentie

Moesson regen India

Foto:McKay Savage Creative Commons Attribution 2.0 Generic

Vooral bij oplandige wind en aan de loefzijde van heuvels en bergen is de neerslag overvloedig, met vaak jaartotalen boven 2000 mm tot de ongelooflijke jaarlijkse neerslag van ca. 11 m te Cherrapunji in de noordoostelijke deelstaat Meghalaya; de hoogste jaarlijkse neerslag ooit bedraagt bijna 23 meter in 1861!. Dit is dan ook een van de natste gebieden op aarde. De moesson trekt zich van half september tot eind oktober het eerst terug in het noorden en noordwesten, het laatst in het zuiden en Bengalen. Geleidelijk worden de zuidwestelijke winden daarbij vervangen door noordoostelijke. Hoewel de temperatuur na het eindigen van de regens soms eerst nog even stijgt, begint zij al spoedig snel te dalen tot het volgende koude seizoen aanbreekt.

De neerslag varieert sterk van jaar tot jaar. Voor een deel dragen ook tropische cyclonen (ca. tien per jaar) tot de neerslag bij, vooral langs de oostkust. Zij komen hoofdzakelijk voor in de overgangsperiode tussen zuidwest- en noordoostmoesson.

In de Himalaya-deelstaten valt sneeuw en in Ladakh, dat door de sneeuwval vrijwel volledig van de buitenwereld is afgesloten, worden temperaturen van -50°C gemeten.

Planten en dieren

Planten

India heeft een rijk gevarieerde vegetatie met ca. 15.000 soorten planten.

De uitgestrekte wouden die vroeger het Indiase subcontinent bedekten zijn nu grotendeels verdwenen het op grote schaal onverantwoordelijk kappen van bomen. Ongeveer een kwart van het totale landoppervlak is in plaats daarvan bedekt met voornamelijk struikgewas.

Vochtige tropische wouden komen voor tussen de 450 m en de 1350 m op de West-Ghats ten zuiden van Bombay, en in Assam tot op een hoogte van 900 m. Waar de regenval daalt tot minder dan 3000 mm, gaat het vochtig tropisch woud over in droog tropisch woud, dat onder meer teakhout oplevert. Hier groeien ook damarbomen, sandelhout, riet, bamboe en dadel- en kokospalmen.

Langs de zeekust en vooral in Bengalen bevinden zich uitgestrekte mangrovebossen. Daarnaast zijn er subtropische en gematigde heuvelwouden in het zuiden (de Nilgiri- en Palaniheuvels) en het noorden (de Himalaja). Tussen de 1050 m en de 1500 m in zuidelijk India maakt regenwoud plaats voor gematigd nat bos.

advertentie

Assam Theepluk India

Foto:Akarsh Simha Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de Himalaja is er een verschil tussen het nattere oosten en het drogere westen. Terwijl vochtig heuvelbos met altijdgroene eiken, kastanjes en verschillende soorten rododendrons overheerst in het oosten, komen meer naar het westen subtropische pijnbomen en op grotere hoogte verschillende soorten coniferen voor. In het oosten is door de overvloedige regenval de verbouw van thee mogelijk, en Assam is de belangrijkste theeproducent van India.

Een groot deel van Rajasthan bestaat uit boomloze woestijn. In deze hete woestijngebieden overleven alleen sterke, droogtebestendige struiken en kleinere planten. Alpenvegetatie komt voor in de Himalaja.

Dieren

De dierenwereld van India is zeer rijk wegens de uitgestrektheid van het land en de vele klimaatzones: er zijn 400 soorten zoogdieren, 500 soorten reptielen en amfibieën, 1200 vogelsoorten en 30.000 soorten insecten. De fauna is over het algemeen Aziatisch van karakter en behoort tot het oriëntaalse gebied. Belangrijke grote zoogdieren zijn de Indische olifant en de Indische neushoorn; verder tijger, panter, veel hertensoorten (o.a.a het grote sambarhert en het piepkleine muishert), een wild rund (gaur), enkele antilopensoorten (nijlgau, Indische antilope, vierhoornantilope), en een aantal apensoorten. In het bergland komen nog wilde geiten- en schapensoorten voor.

advertentie

Dwergzwijn India

Foto:A. J. T. Johnsingh, WWF-India and NCF CC3.0 Unported no changes made

Het dwergzwijn is 's werelds kleinste en meest zeldzame, in het wild levende zwijn. Het wordt met uitsterven bedreigd en er zijn nog maar een paar kleine, geïsoleerde, in het wild voorkomende populaties.

Tegenwoordig komt het dwergzwijn alleen nog maar voor in Assam's grensgebied tussen Bhutan en Arunachal Pradesh. In feite is de enige populatie van deze soort te vinden in het Manas Tiger Reservaat (Manas Wildlife Sanctuary) en het kleinere Barnadi Wildlife Reservaat (Noord-west Assam) en verder nergens ter wereld. Het dwergzwijn wordt plaatselijk Nol Gahori of Takuri Borah in het Assamees, Oma Takuri in het Borees en Sano Banel in het Nepalees genoemd.

De vogelwereld is over het algemeen ook zeer rijk, vooral aan hoendervogels. De pauw is het nationale symbool van India. Kraanvogels, ooievaars, gieren en de zwarte wouw zijn alom aanwezig. De hoogvlakte van Deccan en Zuid-India zijn het woongebied van de ijsvogel en de opmerkelijke neushoornvogel. Bharatpur is het belangrijkste vogelreservaat van Azië. Het park herbergt 374 vogelsoorten, waaronder 117 soorten trekvogels. Op het droge land leven o.a. papegaaien, ijsvogels, spechten, patrijzen, haviken, buizerds, uilen en arenden; in en rond de waterplassen en moerassen leven o.a. tachtig soorten eenden, zeven soorten ooievaars, pelikanen, aalscholvers, flamingo’s, ibissen, reigers en slangenvogels. Bijzonder zijn de grote Saraskraanvogel en de sneeuwwitte Siberische kraanvogel. Zoogdieren die hier voorkomen zijn het sambarhert, de nijlgau, de mungo, een soort civetkat, en de jakhals.

advertentie

Corbett Natioanal Park

Foto:Bendale Kaustubh CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Corbett National Park is het eerste wildreservaat van India, opgericht in 1936. De rivier is hier de woonplaats voor de snavelkrokodil of gaviaal, de grote moeraskrokodil en rivierschildpadden. Op het land leven wilde zwijnen, paardherten, zwarte beren, chitals, hertzwijnen, stekelvarkens, resusaapjes en hoelmannen. Vogelliefhebbers komen ook aan hun trekken, met de kans om de zwarthalsooievaar te zien, de Indische slangenarend, de grijze neushoornvogel, de oranje rupsvogel en vele watervogels, duiven, parkieten en ijsvogels.

Reptielen zijn er in India genoeg te vinden: het land staat onder meer bekend vanwege het grote aantal gifslangen en een daarmee samenhangend groot aantal sterfgevallen aan slangenbeten. Gevaarlijke slangen zijn de cobra en de zeer giftige krait. Opvallend is de gaviaal, een visetende krokodillensoort die zes meter lang kan worden.

advertentie

Indiaase Tijger

Foto:Mandeep Singh Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Door de sterke bevolkingsdruk, landhonger en kaalslag van het bos wordt de oorspronkelijke dierenwereld met uitsterven bedreigd. Een netwerk van reservaten heeft niet altijd tot het gewenste resultaat geleid, omdat de gereserveerde gebieden vaak te klein en verbrokkeld zijn. Op dit moment worden in India veel soorten sterk in hun voortbestaan bedreigd: o.a. Indische leeuw, Bengaalse koningstijger, Indische olifant, Indische neushoorn, Nilgiritahr, enige herten en antilopen en dwergzwijn.

De belangrijkste reservaten zijn Gir (Indische leeuw), Corbett National

Park (tijger), Kanha National Park (herten en tijger) en Kaziranga National Park (Indische eenhoornige neushoorn en olifant).

In de noordelijke deelstaat Sikkim groeien 4000 planten waaronder veel zeldzame soorten. In de heuvels en bergen leven bijzondere dieren als het muskushert, de zwarte beer, de bedreigde rode panda en de zeer zeldzame sneeuwluipaard.

De hangul is een zeldzame hertensoort die alleen voorkomt in de Kasjmirvallei en in geïsoleerde gebieden in het oosten. De West-Ghats vormen de natuurlijke leefomgeving van de zwarte langoer. In de Thar-woestijn leven kuddes van de khur, de Indiase wilde ezel.

Geschiedenis

Indus-cultuur en de komst van de Ariërs

Sporen van menselijk leven op het Indische subcontinent gaan zo’n 40.000 jaren terug. Er zijn overblijfselen gevonden uit het Pleistoceen en het Laat-Paleolithicum (tot 30.000 jaar geleden). Schilderingen bij Bhimbetka in de buurt van Bhopal zijn tussen de 10.000 en 40.000 jaar oud.

advertentie

Zegel Indus Cultuur

Foto:Royroydeb Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het Indus-dal was tussen 3000 en 1500 v.Chr. de plaats waar de Indus-cultuur (ook wel Harappa-cultuur) opbloeide. Het was een stedelijke beschaving met als belangrijkste centra Lothal in Gujarat en Mohenjodaro en Harappa in het hedendaagse Pakistan.

De steden waren ontworpen volgens een systeem met rechte straten en huizen van baksteen, en verder hadden ze een riolering- en waterleidingsysteem. De Indus-beschaving kende een schrijftaal met pictogrammen en er werd druk gehandeld met de buurlanden.

Vanaf 1500 v.Chr. werd de Indus-cultuur aangevallen door Indo-arische groeperingen en werd het gebied vanuit het noordwesten gekoloniseerd. Men vermoedt dat deze groepen afkomstig waren uit Zuid-Rusland of uit Afghanistan. Ook het midden en oosten van India werden ingenomen en steden als Delhi en Benares ontstonden in deze periode. Deze volkeren vermengden zich met de autochtone bevolkingen onder hun bewind ontstond het voor India zo typerende kastesysteem. Ook werden in deze tijd de in het Sanskriet geschreven Veda’s opgesteld, de heilige schriften waar het hindoeïsme op gebaseerd is.

De arische koninkrijken werden tussen 327 en 324 v.Chr. aangevallen door Alexander de Grote. Hij trok zich echter plotseling terug, waar Candragupta, de stichter van de Maurya-dynastie, van profiteerde. Met een enorm leger veroverde hij het noorden van India en delen van Afghanistan en Pakistan; alleen het zuiden van India wist hem te weerstaan. Pas in 274 v.Chr. lukte het Ashoka, de kleinzoon van Candragupta, om het zuiden te veroveren. Deze strijd ging tegen de Kalinga’s en kostte vele tienduizenden burgers en soldaten het leven. Geschokt door deze massaslachting bekeerde Ashoka zich tot het boeddhisme en zorgde tevens voor de verspreiding van deze godsdienst naar de buurlanden.

Na zijn dood raakte het cultureel hoogstaande rijk van Ashoka in verval. In 185 v.Chr. werd de laatste heerser van de Maurya-dynastie gedood en viel het rijk uiteen in elkaar bestrijdende koninkrijkjes.

India’s tweede belangrijke koninkrijk was Kushana, dat zijn bloeiperiode had van de 1e eeuw v.Chr. tot de 3e eeuw n.Chr. Het omvatte Centraal-Azië en Noord-India en strekte zich uit tot Varanasi en Vaishali bij Bhopal. De hoofdsteden waren Peshawar (nu in Pakistan) en Mathura. De grootste leider was de boeddhistische bekeerling Kanishka.

Gupta’s, Pallawa’s en Chola’s : de klassieke periode

Scene uit de Ramayana Gupta periode

Foto:Hiart in het publieke domein

In de periode 320-544 werd Noord-India een politieke eenheid en bloeide de cultuur op. Tijdens deze zogenaamde Gupta-periode leefde het hindoeïsme op ten koste van het boeddhisme. Het Gupta-rijk stortte na 470 in door invallen van Hunnen uit Perzië en Turkije en viel weer uiteen in verschillende rijken. In het zuiden ging de strijd tussen verschillende Dravidische dynastieën. De Pallawa’s beheersten grote delen van het zuiden vanuit de hoofdstad Kanchipuram, en in de 7e eeuw en 8e eeuw stond het rijk van de Pallawa’s op haar hoogtepunt.

Rond 850 werd het rijk veroverd door de Chola’s, waarvan Raja Raja I in 985 de troon besteeg. Onder zijn bewind, en dat van Kulottunga I, breidde het gebied van de Chola’s zich uit tot in het noorden van Ceylon, Maleisië en delen van Sumatra. Vanaf ca. 1150 trad het verval in en rond 1250 werd het Chola-rijk door de Pandya’s geannexeerd.

Islamieten vallen het noorden van India aan

Het noorden werd vanaf het begin van de 11e eeuw aangevallen door islamieten uit Afghanistan en in 1192 waren de vele koninkrijkjes in de islamitische handen van Mohammed Ghur gevallen.

Na zijn dood werd hij opgevolgd door de generaal en ex-slaaf Qutb-ud-din, de sultan van Delhi. Deze slavendynastie zou tot 1526 het sultanaat Delhi besturen, dat het grootste deel van Noord-India besloeg. Onder de Tughluq-dynastie zette het verval van het sultanaat Delhi in, en het gebied werd in 1398 veroverd door de meedogenloze veroveraar Timoer de Kreupele (Timoer-Lenk), de ‘gesel gods’.

In het zuiden kreeg de islam niet echt grond onder de voeten en het hindoekoninkrijk Vijayanagar kende een uitzonderlijke bloeiperiode van 1350-1550.

Het rijk van de mogols

Het sultanaat Delhi werd in 1526 veroverd door de uit Turkestan afkomstige Baboer. In de slag bij Panipat werd de laatste sultan van Delhi, Ibrahim Lodi, verslagen, en ook het zich verzettende krijgersvolk van de Rajpoeten werd verslagen door Baboer. Op dat moment was Baboer de stichter en eerste keizer van het mogolrijk. Dit rijk werd tot 1707 steeds machtiger, bracht India meer politieke eenheid, en zorgde voor een geweldige opleving van allerlei kunstuitingen.

Baboer’s zoon Hoemayoen werd in 1540 nog verslagen door de Afghaanse heerser Sjer Shah, maar na diens dood in 1554 keerde Hoemayoen weer terug. Hoemayoen werd opgevolgd door zijn 13-jarige zoon Akbar, die het verbazend goed deed, en naast een goed militair ook een liefhebber van kunst was. Begin 17e eeuw beheerste hij geheel Noord-India, onder leiding van zijn regent Bairam Khan. Zijn rijk werd bestuurd door overheidsdienaren en lokale vorsten die, als ze zich onderwierpen, hun rechten behielden en soms zelfs hogere functies kregen. Zo zorgde Akbar voor eenheid in zijn rijk en zelfs religieuze verschillen werden getolereerd. Hij stichtte zelfs een nieuwe religie: het Goddelijk Geloof, min of meer een mix van alle essentiële elementen uit hindoeïsme, islam en christendom.

Taj Mahal India

Foto:Malpaniashutosh CC Attribution-Share Alike 4.0 Internationa no changes made

Akbar werd opgevolgd door zijn zoon Jehangir die tot 1627 zou regeren. Jehangir werd in dat jaar opgevold door Shah Jahan, die het rijk verder uitbreidde en de handel en economie stimuleerde. Verder bouwde hij ter ere van zijn overleden vrouw de prachtige Taj Mahal.

In 1658 werd Shah Jahan door zijn zoon Aurengzeb afgezet. Onder deze vorst bereikte het mogolrijk zijn grootste omvang, want ook grote delen van het zuiden van India werden veroverd. De religieuze vrijheid werd onder Aurengzeb echter een halt toegeroepen en er volgde een periode van islamisering met het vervolgen van ongelovigen en het afbreken van hindoetempels. Rajpoeten en Marathen, beiden hindoevolken, verzetten zich hevig, en samen met uitbreken van een opvolgingsstrijd en de toenemende invloed van Europa, stortte het mogolrijk langzaam in elkaar.

Europese invloeden breiden zich uit

De zeeweg naar India via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika was ondertussen in 1498 gevonden door de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama. In datzelfde jaar landde hij op de zuidwestkust van India in Calicut, in Kerala. Nadat Goa in 1510 veroverd werd, wisten de Portugezen tot en met de 17e eeuw een handelsmonopolie te behouden in deze regio.

Ook de andere grote zeevarende naties lieten hun ogen op India vallen. De Hollanders stichtten handelsposten in Zuid-India en de Fransen bezaten vanaf 1672 verschillende handelskolonies in Pondicherry. De meeste macht en invloed kreeg de Engelse Oost Indische Compagnie, met handelsposten in Surat (1612), Chennai (1640), Mumbai (1688) en Calcutta (1690). Zowel de Franse als de Engelse compagnieën hielden zich allen bezig met de handel en bemoeiden zich niet met binnenlandse aangelegenheden.

Door de problemen tussen de grootmachten Frankrijk en Engeland in Europa veranderde rond 1750 de situatie in India grondig. Eigenbelang stond nu voorop en de strijd tussen Frankrijk en Groot-Brittannië bereikte het hoogtepunt in de Slag bij Plassey in Bengalen (1757). De Britten versloegen een enorm Bengaals leger dat gesteund werd door de Fransen.

Britse suprematie

Honderd jaar later stond ca. 60% van het Indiase grondgebied onder directe Britse controle. De rest van het land werd bestuurd door lokale vorsten en maharadja’s die echte wel de soevereiniteit moesten erkennen van de Engelsen.

In 1857 brak de Sepoy-opstand uit, de ‘Mutiny’, de eerste grote opstand tegen de Britse machthebbers. De Sepoys, soldaten uit de Indiase regimenten van het Britse koloniale leger, waren niet tevreden over het Britse bestuur en werden daarin gesteund door afgezette hindoevorsten en leden van de mogoldynastie. De opstand werd zeer hardhandig neergeslagen en de regering in Groot-Brittannië reageerde door in 1858 het bestuur in handen te geven van een gouverneur-generaal, die als titel onderkoning of ‘Raj’ kreeg. Koningin Victoria werd toen keizerin van India en de East India Company was volledig uitgespeeld. In datzelfde jaar werd de laatste mogolkoning afgezet, Bahadur Shah II, en daarmee kwam er een definitief eind aan het mogolrijk.

Bahadur Shah Zafar

Foto:Publek domein

India maakte nu deel uit van het Britse rijk, met een onderkoning als belangrijkste bestuurder; de Indiërs waren onderdanen van koningin Victoria. Van 1840 tot 1914 was India de belangrijkste handelspartner van de Britten en het land kreeg een vrij grote mate van autonomie. In 1877 werd koningin Victoria uitgeroepen tot keizerin van India.

Nationalistische gevoelens

De Indiase elite ontwikkelde in de tweede helft van de 19e eeuw een politiek bewustzijn en begon zich af te zetten tegen de Britse koloniale overheersers. Ook eisten zij meer invloed op in het landsbestuur. Dit alles kreeg in 1885 een vervolg met de oprichting van het India National Congres, dat aandrong op meer invloed van de bevolking op het bestuur van het land, voor zowel hindoes als moslims. Al snel ontstond er een radicale stroming in het congres die ook niet voor geweld terugdeinsden. In 1906 scheidden de moslims zich af en werd de All India Muslim League of Moslim Liga opgericht. Het uit elkaar drijven van de hindoes en de moslims leek een goede ontwikkeling voor de Britse koloniale politiek.

Door de Britten te steunen tijdens de Eerste Wereldoorlog hoopten de Indiërs na de oorlog een onafhankelijk Gemenebestland te worden. Dit streven werd wreed onderdrukt op 13 april 1919, toen tijdens een demonstratie in Amritsar (deelstaat Punjab) de Britten zonder aanleiding 379 demonstranten doodden en verder vielen er meer dan 1200 gewonden.

Gandhi en Nehru

Door deze ongelukkige actie van de Britten wakkerde het nationalisme verder aan, onder leiding van de charismatische Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi. Na een rechtenstudie in Engeland en een verblijf in Zuid-Afrika keerde hij in 1915 terug naar India.

Hij kreeg al snel een vooraanstaande positie in de onafhankelijkheidsbeweging en begon in 1920 met een grote campagne voor ’svaraj’ of zelfbestuur. De campagne kenmerkte zich door geweldloze acties, die daardoor zeer lastig te bestrijden waren door de Britten. Ze besloten toch om Gandhi te arresteren en hij werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, maar vanwege zijn slechte gezondheid werd hij al in 1924 weer vrijgelaten.

Ghandi enn Nehru

Foto:Publiek domein

In 1930 werd Gandhi door Pandit Jawaharlal Nehru, de voorzitter van het Congres, aangesteld als leider van een nieuwe campagne tegen het zoutmonopolie van de regering. In 1931 nam Gandhi namens het Congres deel aan een rondetafelconferentie in Londen over de toekomst van zijn land. Deze conferentie leverde de ‘Government of India Act’ op, eigenlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden.

In de Tweede Wereldoorlog wilde een meerderheid van het Congres de Britten steunen in ruil voor onafhankelijkheid na de oorlog. De Britten weigerden hierop in te gaan waarna het Congres de actie ‘Verlaat India’ startte, die echter alleen maar resulteerde in de arrestatie van de leider van deze actie.

India onafhankelijk, Pakistan scheidt zich af

Na de oorlog kwamen de Britten toch tot de conclusie dat koloniale status van India niet meer te handhaven was. De soevereiniteitsoverdracht ging echter niet zo soepel door de tegenstellingen tussen hindoes en moslims. Het Congres werd op dat moment gedomineerd door hindoes die voor een onafhankelijke staat voor alle Indiërs waren. De Moslim-liga onder leiding van Jinnah wilde een eigen moslimstaat, Pakistan. In 1946 werd het land verdeeld in twee staten, India en Pakistan. De soevereiniteitsoverdracht vond plaats op 15 augustus 1947 (Indian Independence Act), en vanaf dat moment waren het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan twee onafhankelijke staten. Ze bleven beide wel bij het Gemenebest en Lord Mountbatten trad als gouverneur-generaal namens Groot-Brittannië op. Minister-president van India werd Congresleider Nehru. De onafhankelijkheid was wel het sein voor grote volksverhuizingen. Pakistan werd overspoeld door islamitische vluchtelingen uit India en door hindoes uit Pakistan. Problemen deden zich vooral voor in de Indiase deelstaat Punjab en de het Pakistaanse Bengalen. Uiteindelijk botsten miljoenen vluchtelingen op elkaar en over en weer werden ca. een half miljoen doden geteld.

Op dat moment waren er in India ongeveer 500 vorstendommen die zich aansloten bij India of bij Pakistan en een grote mate van zelfstandigheid behielden. Een probleem ontstond door weifelende houding van de hindoevorst van het overwegend islamitische Kasjmir. Pakistan greep militair in en door de Indiase reactie hierop ontstond er in 1948 een Indiaas-Pakistaanse oorlog. De Verenigde Naties intervenieerde en zorgde voor een wapenstilstand, maar de kwestie Kasjmir zou tot op de dag van vandaag de relatie tussen India en Pakistan beheersen. Op 10 januari 1948 ging er een schok door de wereld toen Gandhi vermoord werd. Op 21 juni 1948 legde Mountbatten zijn functie neer. Op 26 januari 1950 werd in New Delhi de republiek uitgeroepen en de grondwet aangenomen.

In de jaren vijftig kon Nehru's India een bemiddelaarsrol in het Korea-conflict en de eerste Vietnamese oorlog (Conferentie van Genève, 1954) spelen. Nehru weigerde een 'derde neutraal blok' te vormen, maar in de Verenigde Naties had India tussen 1950 en 1960 een belangrijke stem.

Periode Indira Gandhi

Begin jaren zestig van de vorige eeuw raakte India ernstig gebrouilleerd met buurland China. Zowel China als India maakten namelijk aanspraken op delen van Ladakh en uiteindelijk volgde er in 1962 een Chinese invasie.

Wat de binnenlandse politiek betreft waren er voor Nehru veel problemen op te lossen met verschillende deelstaten en met de precaire economische situatie. In 1961 had India de Portugese gebieden Goa, Daman en Diu blijvend bezet (in 1974 door Portugal erkend).

Nehru overleed in 1964 en werd opgevolgd door Lal Bahadur Shastri, die meteen in een oorlog verzeild raakte met Pakistan over de moerasprovincie Rann van Kutsch en de kwestie Kasjmir. In 1965 brak een tweede Pakistaans-Indiase oorlog uit, waarbij opnieuw de status van Kasjmir in het geding was. De bemiddeling door de Sovjet-Unie leidde in januari 1966 tot de wapenstilstand van Tasjkent. Shastri overleed op 11 januari 1966 en de nieuwe premier werd Indira Gandhi, de enige dochter van Nehru en trouwens geen familie van Mahatma Gandhi. Ze werd echter wel de leider van een land dat in grote economische en sociale problemen verkeerde. Bovendien brak er onder haar bewind een grote hongersnood uit.

Indira Ghandi

Foto:Anil 946 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In 1971 brak er voor de derde keer een oorlog uit tussen India en Pakistan om de kwestie Kasjmir. De verkiezingen van 1971 werden door de Congrespartij van Gandhi gewonnen dankzij haar belofte om een einde te maken aan de armoede. Extra populair werd ze door het ingrijpen van India in Oost-Pakistan, waar de onafhankelijke staat Bangladesh in december werd uitgeroepen. Door alle conflicten met Pakistan en China werd India in de richting van de Sovjet-Unie gedreven, zeker na steun van China en de Verenigde Staten aan Pakistan. In 1971 sloot India een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie.

Begin jaren zeventig daalde de populariteit van Indira Gandhi snel door haar autoritaire regeringsstijl en door gevallen van corruptie, onder andere tijdens de verkiezingen van 1971. Ook het uitblijven van door Indira Gandhi beloofde landhervormingen leidde tot groeiende spanningen in de deelstaten en ondergroef het vertrouwen in haar partij. In 1973-1974 werd een vijftal deelstaten onder presidentieel bewind geplaatst. Om het prestige van India te vergroten werd in 1974 de eerste ondergrondse kernbom tot ontploffing gebracht. In mei 1975 werd Sikkim geannexeerd en tot bondsstaat verklaard. Om meer steun te krijgen riep Gandhi vol vertrouwen in 1977 nieuwe verkiezingen uit, die echter desastreus verliepen voor haar Congrespartij. Een regeringsoproep voor gedwongen sterilisatie om de explosieve bevolkingsgroei te stoppen was ook debet aan de verkiezingsnederlaag.

De Janata-partij onder leiding van Morarji Desai kwam nu aan de macht (premier werd Charan Singh), een coalitie van oppositiepartijen. Zonder een goed politiek programma nam de chaotische toestand in India snel toe en het was dan ook niet vreemd dat de verkiezingen van 1980 weer een overwinning voor Indira Gandhi opleverde en zij voor de tweede keer premier werd. In deze nieuwe regeringsperiode staken weer diverse etnische conflicten de kop op, vooral in Noord- en Centraal-India.

Met name in de Punjab, het thuisland van de Sikhs, deden zich ernstige ongeregeldheden voor. De Sikh-meerderheid voelde zich achtergesteld en economisch leeggezogen door de centrale overheid, zonder daar iets voor terug te krijgen. De gematigde Sikh-partij eiste zelfbestuur, meer geld en een aantal zaken van religieuze aard. Radicale Sikhs eisten zelfs een onafhankelijke staat, Khalistan genaamd. Ze zetten hun eis kracht bij door middel van terreuracties tegen de hindoe-middenklasse en later tegen alle hindoes en zelfs tegen de gematigde Sikhs. De Gouden Tempel in Amritsar was het bolwerk van de extremisten en deze tempel werd op 6 juni 1984 bestormd door het Indiase leger, op bevel van Indira Gandhi. Ongeveer 1500 mensen, waaronder zeer veel Sikhs, werden tijdens de gevechten gedood. Deze actie kostte Indira Gandhi indirect haar leven: op 31 oktober 1984 werd ze vermoord door twee van haar eigen Sikh-lijfwachten.

Als reactie hierop richtte zich de woede van de bevolking op de Sikhs en alleen al in New Delhi werden drieduizend Sikhs vermoord. Op 13 november. 1984 kondigde de nieuwe premier algemene verkiezingen aan voor 24 december. De overwinning van Rajivs Congrespartij was overweldigend (80% van de zetels).

Periode Rajiv Gandhi

Indira Gandhi werd als premier opgevolgd door haar zoon Rajiv Gandhi. Hij werd een geliefd leider maar ook hij wist geen verzoening met de Sikhs te bereiken, ondanks zijn bereidheid tot flexibiliteit tegenover separatisten. Er werd nog wel een akkoord gesloten met de Akali Dal-partij –Akkoord van Punjab-, maar de onrust en de aanslagen bleven doorgaan en in 1986 ontsnapte Rajiv nog net aan een aanslag.

Rajeev Ghandi

Foto:Bart Molendijk / Anefo CCAttribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes

Bij de verkiezingen van november 1989 leed de Congrespartij van Rajiv Gandhi een desastreuze nederlaag als gevolg van een corruptieschandaal. Gandhi werd opgevolgd door V.P. Singh als premier van een minderheidsregering die bestond uit de Janata-partij, de rechtse hindoepartij Bharatiya Janata (BJP) en de communisten. Ook Singh werd echter voortdurend geconfronteerd met etnisch geweld in de Punjab, in Uttar Pradesh en natuurlijk Kasjmir. Eind 1989 volgde er in Kasjmir een gewapende opstand door militante moslims, die afscheiding van India eisten. Na slechts één regeringsjaar viel de regering-Singh in november 1990 over de bouw van een omstreden hindoetempel in Ayodhya, en de BJP bracht de regering uiteindelijk ten val.

Het geweld tijdens de nieuwe verkiezingen bereikte een dieptepunt met de moordaanslag op Rajiv Gandhi. De dader was een vrouwelijk lid van de militante Tamil Tijgers, die Gandhi beschouwden als een verrader vanwege zijn bemoeienissen met de burgeroorlog op Sri Lanka.

Periode Rao

De verkiezingen werden gewonnen door de Congrespartij, echter zonder een meerderheid te behalen. Ook nu was men weer gedwongen om een minderheidsbeweging te vormen door de nieuwe premier P.V. Narasimha Rao.

P.V. Narasimha Rao

Foto:Pranayraj 1985 CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Onder Rao volgde een snelle economische groei door liberalisering en protectionistische maatregelen die afgeschat werden. Hierdoor namen de buitenlandse investeringen flink toe. Voor het arme deel van de bevolking werd de situatie echter nauwelijks beter doordat subsidies werden afgeschaft en de inflatie steeds hoger werd.

Ondertussen werd het wat rustiger in de Punjab, maar Kasjmir bleef een kruidvat. Eind 1992 speelde de kwestie rond de Rama-tempel op. Hindoe-fundamentalisten bestormden de Babar-moskee, die compleet vernield werd en vervangen door een hindoetempel. Daarop escaleerde de zaak volkomen en kwamen duizenden hindoes en moslims in heel India om het leven. Een aardbeving in september 1993 kostte meer dan 20.000 mensen het leven.

Periode Vajpayee

De grote verliezer van de verkiezingen van mei 1996 werd de regerende Congrespartij. De partij eindigde na de BJP en het Verenigd Front op de derde plaats, de zwaarste nederlaag in het bestaan van de partij. Ook nu was er weer een corruptieschandaal die de Congrespartij de das omdeed er er de oorzaak van was dat ex-premier Rao aftrad als voorzitter van de Congrespartij. Ook armen en kastelozen die niet profiteerden van de economische bloeiperiode stemden vooral niet op de Congrespartij. Het Verenigd Front, met premier Deve Gowda, vormde weer een minderheidsregering met gedoogsteun van de Congrespartij. Iets meer dan een jaar later bracht diezelfde Congrespartij de regering ten val. In maart 1998 vroeg president Narayanan, de eerste 'onaanraakbare' president, de leider van de nationalistische hindoepartij BJP, Atal Behari Vajpayee, een nieuw kabinet te vormen.

Vajpayee India

Foto:Deccan Herold Attribution 2.0 Generic (CC BY 2.0) no changes made

Kesri trad in maart 1998 af als leider van de Congrespartij ten gunste van Sonia Gandhi, de weduwe van Rajiv Gandhi. Ook in maart 1998 riep de Pakistaanse premier Nawaz Shamir zijn Indiase collega Vajpayee op de dialoog tussen beide landen te hervatten. Herhaaldelijk beloofde de regering het liberaliseringsbeleid voort te zetten, maar de meeste wetten en privatiseringen werden door de sterke linkervleugel in het parlement tegengehouden.

Op 11 en 13 mei 1998 voerde India in de woestijn in Rajasthan vijf ondergrondse kernproeven uit. De kernproeven werden vooraf gegaan door militante taal ten opzichte van China en Pakistan. De jubelstemming bij de aanhangers van de regering duurde niet lang. Pakistaanse kernproeven enkele weken later maakten een einde aan de Indiase superioriteit en de door de westerse landen afgekondigde sancties brachten eind 1998 India ertoe aan te kondigen het kernstopverdrag te zullen ondertekenen.

Na de atoomproeven verslechterden de verhoudingen tussen India en Pakistan verder, ondanks overleg om de betrekkingen te verbeteren. Het eerste bezoek van een Indiase premier aan Pakistan in tien jaar werd tevens het begin van de eerste directe busverbinding tussen beide landen, toen premier Vajpayee met zijn gevolg als erepassagiers de eerste busrit van Delhi naar Lahore meemaakten. Tijdens de daarop volgende topontmoeting met de Pakistaanse premier Nawaz Sharif werd afgesproken maatregelen te nemen om de kans op ongelukken met kernwapens te verkleinen.

De verkiezingen van september/oktober 1999 werden gewonnen door de Nationale Democratische Alliantie (NDA), een nieuwe coalitie van veertien regionale, hindoeïstische en seculiere partijen onder leiding van de BJP.

21e eeuw

Op 26 januari 2001 werd West-India getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag bij Bhuj, een stad in Gujarat. Meer dan 300 dorpen in de omgeving werden met de grond gelijk gemaakt en de hele staat werd zwaar getroffen. Meer dan 20.000 mensen kwamen om en nog meer mensen werden dakloos.

In 2001 werd de regering Vajpayee achtervolgd door een aantal financiële en

corruptieschandalen en in de eerste maanden van 2002 leed de BJP tijdens vier deelstaatverkiezingen forse verliezen. In de deelstaat Gujarat vonden in februari-april 2002 ernstige religieuze onlusten plaats tussen hindoes en moslims, waarbij ca. 2000 personen, veelal moslims, de dood vonden en 140.000 personen ontheemd raakten.

In de deelstaat Jammu & Kasjmir vonden eind september/begin oktober in vier fases deelstaatverkiezingen plaats. De periode daaraan voorafgaand ging met veel geweld gepaard, waaronder ca. 400 doden. De zittende regering van vader en zoon Abdullah, de National Conference, verloor zwaar, maar bleef de grootste partij in het parlement. De Congrespartij en de People’s Democratic Party vormden een coalitieregring.

Begin juli werden vervolgens enkele belangrijke wijzigingen in het nationale kabinet doorgevoerd om de positie van de BJP te versterken. Op 15 juli 2002 werd de moslim A.P.J. Abdul Kalam gekozen tot nieuwe president van India.

Sonia Ghandi

Foto: Publiek domein

De parlementsverkiezingen van mei 2004 werden verrassend gewonnen door de Congrespartij van Sonia Gandhi, de weduwe van de vermoorde oud-premier Rajiv Gandhi. Premier Vajpayee van de regeringscoalitie trad af en zijn besluit om de verkiezingen met een half jaar te vervroegen bleek achteraf funest.

De Congrespartij (145 zetels) en haar bondgenoten (72 zetels) haalden samen met de linkse partijen (61 zetels) 278 van de 543 parlementszetels. De Bharatiya Janata Party van Vajpayee haalde 183 zetels en andere kleine partijen en onafhankelijken kwamen uit op 69 zetels. In totaal brachten 380 miljoen mensen hun stem uit.

Tot grote verrassing en verbijstering van iedereen liet Sonia Gandhi al snel weten het premierschap niet te accepteren. Uit protest tegen Gandhi’s weigering legden alle leden van het centrale comité van de partij hun functie neer. Gandhi hield echter voet bij stuk, naar verluidt hadden angst voor een aanslag op haar leven en over haar Italiaanse afkomst haar ervan weerhouden de functie te aanvaarden.

Daarop schoof de Congrespartij de 71-jarige technocraat Manhoman Singh naar voren, die de functie aanvaardde en de nieuwe premier van India werd, terwijl Sonia Gandhi aanbleef als partijleider.

Singh beloofde onder andere dat hij de bestaande economische hervormingen zou handhaven en riep investeerders op het land niet in de steek te laten. Ook beloofde hij vrede met buurland Pakistan prioriteit te geven en gaf daarmee aan de ingezette weg van zijn voorganger Vajpayee en de Pakistaanse president Musharaff te willen volgen.

Op tweede kerstdag in 2004 werden veel landen, waaronder India (met name de provincie Tamil Nadu), in het zuiden van Azië getroffen door een enorme natuurramp.

Er deed zich een zeebeving voor die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. Het epicentrum van de beving lag voor de westkust van Sumatra, ter hoogte van de provincie Atjeh.

De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van India en veel andere landen spoelde. De golven van deze zogenaamde tsunami bereikten op sommige plaatsen een hoogte van tien meter. In totaal vielen er meer dan 125.000 doden, waaronder meer dan 15.000 In India.

Pratibha Patil

Foto:Jaisigh Rathore Creative Commons Attribution 2.5 Generic no changes made

In juli 2007 is Pratibha Patil de eerste vrouw die als president van India wordt gekozen. De periode 2005 tot en met 2008 kenmerkt zich door veel geweld en bomaanslagen door extremisten. In november 2008 vinden er aanslagen plaats bij Mumbai met meer dan 200 doden. In mei 2009 wint de Congrespartij van premier Manmohan Singh de verkiezingen en haalt bijna de absolute meerderheid.

In mei 2010 wordt de enige overlevende aanslagpleger van Mumbai veroordeeld. In juli 2012 wordt Pranab Mukherdee gekozen als 13e president van India. In december 2012 wordt India opgeschrikt door een brute verkrachtingszaak die de dood veroorzaakte van het slachtoffer. Er vind relatief veel seksueel geweld plaats in India. De regering is bang dat er minder vrouwelijke toeristen India bezoeken. In september 2013 worden de daders veroordeeld tot de doodstraf. In mei 2014 wint Narendra Modi van de Hindoe nationalistische Bharatiya Janata Party met overmacht de parlementsverkiezingen. In de jaren 2015 en 2016 is India negatief in het nieuws door een aantal groepsverkrachtingen. In juli 2017 wordt Ram Nath Kovind president, het is bijzonder omdat hij van een lage kaste is. In augustus 2018 stapt Malcolm Turnbull op na een mislukte rechtse coupe tegen zijn leiderschap, waardoor de conservatieve maar pragmatische minister van Financiën Scott Morrison de rol van premier en liberale partijleider kan overnemen. Scott Morrison leidt de liberaal/nationale coalitie naar een meerderheid in de parlementsverkiezingen van mei 2019. In 2020 veroorzaakt een ongekende hittegolf bosbranden die ten minste 25 mensen en miljoenen dieren doden en ongeveer 2000 huizen in het zuidoosten van het land vernietigen.

Bevolking

Samenstelling en spreiding

De bevolking vertoont in etnisch opzicht een grote verscheidenheid. Er zijn twee hoofdgroepen: de Indiden (Indo-ariërs; ca. 72%) en de Melaniden (zwarte Indiërs; ca. 25%); de eersten wonen in de vlakte van de Ganges, in Rajasthan en in centraal-Deccan, de laatsten in Zuidoost-India (Tamil Nadu) en in het uiterste noordoosten van Deccan. Weddoïden leven in de wouden van Deccan. Tot de Mongoliden behoren vele bergvolken van de Himalaya en Noordoost-Indië.

India Bevolking

Foto:Yann in het publieke domein

In de loop van de 20ste eeuw heeft zich een scherpe daling van het sterftecijfer afgetekend (in 1911 geschat op 43‰, in 2002 op 8,49‰) ten gevolge van betere ziektebestrijding en betere, zij het niet afdoende bestrijding van de hongersnoden door het opslaan van reservevoorraden en het aanleggen van wegen. Het geboortecijfer onderging in deze periode een veel geringere daling (ca. 48‰ in 1911, ca. 23‰ in 2002). (De nauwkeurigheid van het demografisch cijfermateriaal wordt overigens aangetast door het feit dat veel geboorten en sterftegevallen niet worden geregistreerd.) De sterke bevolkingsgroei is een van de grootste problemen waar de overheid zich voor gesteld ziet. Sinds 1958 wordt dan ook van overheidswege veel propaganda gevoerd voor geboortebeperking, m.n. op het platteland. Deze campagne is in de jaren zeventig nog geïntensiveerd en heeft ook tot excessen geleid (o.a. gedwongen sterilisatie). Na 1977 werd de campagne versoepeld. In de periode van 1990 tot 1995 bedroeg de jaarlijkse bevolkingsgroei 1,8%, voor de periode 1995-2000 werd de groei op 1,65% geschat. In 2014 wa het groeipercentage 1,25%. De levensverwachting bij geboorte (in 1951 nog ruim 32 jaar) bedroeg in 2017 67,6 jaar voor mannen en 70,1 jaar voor vrouwen. In 2017 was 27,3% van de bevolking jonger dan 15 jaar en slechts 6,2% ouder dan 65 jaar.

De spreiding van de bevolking is zeer ongelijk. Over het geheel genomen is India dichtbevolkt, maar de regionale verschillen in bevolkingsdichtheid zijn groot. Met een bevolkingsdichtheid van ongeveer 390 inwoners per vierkante kilometer is het land één van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dichtbevolkt zijn de Ganges- en de Brahmaputravlakte (Uttar Pradesh, Bihar, West-Bengalen) en de staten Kerala en Tamil Nadu. Dunbevolkt zijn de oostelijke berggebieden (Manipur, Meghalaya en Nagaland) en de droge gebieden (Rajasthan en Jammu en Kashmir). Met een bevolking van 150.000 en een bevolkingsdichtheid van iets meer dan één inwoners per km2 is Ladakh een van de minst bevolkte streken van India. Slechts ca. 33,5% van de bevolking woonde in 2017 in steden, waarvan met name de miljoenensteden enorme huisvestingsproblemen kennen.

n 2017 telde India 1.281.935.911 inwoners. India had sinds 11 mei 2000 om 8.44 uur in de morgen officieel één miljard inwoners. Dat maakte de nationale commissie voor de volkstelling toen bekend. India werd daarmee, na China, het tweede land in de wereld waar meer dan een miljard mensen wonen.

Grootste steden (agglomeraties) in 2017 zijn New Delhi (25,7 miljoen), Mumbai (vroeger Bombay 21 miljoen inw.), Calcutta (11,8 miljoen), Chennai (9,6 miljoen) en Bangalore (10 miljoen).

Ongeveer 70 miljoen Indiërs leven nog steeds in stamverband. Al deze groepen samen worden Adivasi’s (oorspronkelijke bewoners) genoemd. In het huidige India leven meer dan 500 stammen die meer dan 40 talen spreken en hun oude gewoonten en religieuze gebruiken in ere houden.

De meeste stammen leven in de ontoegankelijke dichtbeboste gebieden van India, zoals in Zuid-Bihar, West-Orissa, gedeelten van Madhya Pradesh, de Andaman-eilanden en de deelstaten in het noordoosten.

Taal

India telt ca. 850 talen en dialecten, waarvan verschillende met een eigen schrift. Door de oppervlakte van het land en het isolement van veel bevolkingsgroepen door klimatologische en landschappelijke omstandigheden, is de grote diversiteit aan talen kunnen blijven voortbestaan. De indeling van India in deelstaten is dan ook voornamelijk op taalgrenzen gebaseerd en een landstaal ontbreekt dan ook. Vijftien talen zijn door de Indiase regering officieel erkend.

India Talen

Foto:Jure Snoj Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De talen kunnen in drie groepen verdeeld worden:

1. de talen van de autochtone volken. Deze talen worden vooral gesproken in het bergland en de jungle van Midden- en Oost-India en in de noordoostelijke staten.

2. de Dravidische talen, die in het zuiden gesproken worden. Tot de Dravidische taalgroep behoren 23 afzonderlijke talen die vooral in het zuiden gesproken worden. De vier belangrijkste Dravidische talen zijn het Tamil, het Telugu, het Malayalam en het Kannara.

3. de Arische talen van het noorden. Hierbij horen onder andere het Sanskriet en het Hindi. Sanskriet wordt nog door een paar duizend mensen gesproken. Van de moderne Indische talen wordt het Hindi het meest gesproken, door ca. 40% van de bevolking. Het Hindoestani of Urdu is van het Hindi afgeleid en is vooral de taal van de islamieten in Noord-India. Het Punjabi wordt door de Sikhs gesproken. Andere Indo-Arische talen zijn het Assami (Assam), het Bengali (Calcutta en omstreken), het Oriya (Orissa), het Gujarati (Gujarat), het Marathi (Bombay en Maharashtra) en het Kashmiri (Kashmir). Het Rajasthani en het Bihari behoren tot taalfamilie van het Hindi.

Het Engels, de taal van de vroegere koloniale overheerser, is nog wijdverbreid en wordt nog steeds gebruikt in het bestuur en het parlement. Ook de communicatie tussen inwoners van verschillende deelstaten gebeurt vaak in het Engels.

De naam India is afgeleid van die van de rivier de Indus (ook: Indos), van Perzisch hind en Sanskriet sindhu (= rivier, stroom).

Godsdienst

Algemeen

India is een land met vrijheid van godsdienst en er bestaat een scheiding tussen kerk en staat. De vijf grote wereldgodsdiensten zijn dan ook ruimschoots vertegenwoordigd: hindoeïsme, boeddhisme, islam, christendom en jodendom.

Verder kent India nog het sikhisme en het jainisme, twee godsdiensten die alleen in dit land voorkomen. Ook een van de oudste godsdiensten ter wereld is in India te vinden, het mazdeïsme, de godsdienst van de parsi’s.

Hindoeïsme

Ongeveer 85% van de Indiase bevolking hangt het hindoeïsme aan, en dat betekent concreet ca. 900 miljoen mensen. Het raamwerk voor het hindoeïsme zijn de vier veda’s, in het Sanskriet opgestelde religieuze teksten. Deze veda’s werden ca. 1000 v.Chr. geïntroduceerd. Het hindoeïsme is een zeer tolerante religie zonder dogma’s, heeft geen kerkelijke organisatie en kent ook geen stichter. Hindoes houden wel sterk vast aan bepaalde regels en gebruiken. Zo worden de rigide kastenregels nog vaak toegepast en zijn tempels alleen voor de eigen aanhangers toegankelijk.

HHindu Goden

Foto in het publieke domein

De belangrijkste grondgedachte in het hindoeïsme is het geloof in ‘samsara’, de kringloop van geboorte, leven, sterven en wedergeboorte of reïncarnatie. De wet van ‘karma’ bepaalt dan hoe je in een volgend leven terugkeert. Als je je leven positief afgesloten hebt, kom je in een hogere sociale rang op aarde terug. Het einddoel is bevrijding uit de cyclus van wedergeboorten. Uiterlijk op zijn vijfde verjaardag wordt men in de geloofsgemeenschap opgenomen door middel van het scheren van het hoofdhaar of ‘churakarma’. Het leven wordt afgesloten met de crematie of ‘antyeshtikarma’.

Het hindoeïsme kent vele goden, maar het zijn allen manifestaties van de drie hoofdgoden, Brahma, Vishnoe en Shiva. Deze drie goden zijn weer terug te voeren tot één principe: Brahman, symbool voor de in balans zijnde kosmos, het Al.

Brahma is de oergod en de schepper van het heelal en het wezen der dingen. Hij heeft vier armen en vier hoofden. Uit de vier monden zouden de vier veda’s voor het eerst gekomen zijn. De bekendste Brahmatempel staat in Pushkar.

Vishnoe is de god die het leven beschermt en de kosmos in stand houdt. Hij heeft de aarde in verschillende, vaak dierlijke, gedaantes bezochten zijn symbolen zijn de schelp en de discus en zijn voertuig is de ‘garuda’, de mythische adelaar. Een populaire verschijningsvorm van Vishnoe is Krishna, een fluit spelende jongeling.

Shiva is zowel schepper als vernietiger. Hij heeft vijf gezichten, vier armen en drie ogen en kent evenals Vishnoe verschillende verschijningsvormen. De levensgezellin van Shiva is Parvati, de godin van de levenskracht. De symbolen van Shiva zijn de drietand en de fallus of ‘lingam’, het symbool van vruchtbaarheid. De volgelingen van deze god zijn de heilige mannen of ‘sadhu’s’.

Ganesh, de god van wijsheid en voorspoed, is de zoon van Shiva en Parvati. Ganesh heeft een olifantskop en het voertuig van hem is een muis.

Boeddhisme

De grondlegger van het boeddhisme is Sidharta Gautama (560-480 v.Chr.), die leefde in het huidige Nepal. Hij kwam op een gegeven moment tot het inzicht dat leven lijden is, en gekenmerkt wordt door ziekte, ouderdom en dood. Hij ging leven als een asceet, maar dit bracht hem geen geluk. Toen kwam hij erachter dat het lijden veroorzaakt wordt door de begeerte van de mens en zijn vasthouden aan het leven. De oplossing was dat de mens zich uit de kringloop van geboorte, sterven en wedergeboorte moet zien te bevrijden. Gematigdheid werd het toverwoord waardoor de mens zich kan bevrijden en de toestand van gelukzaligheid kan bereiken, het ‘nirwana’.

India Bhoedistische tempel

Foto:Dennis Jarvis Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Het boeddhisme kent in India ongeveer zeven miljoen aanhangers in de deelstaten Sikkim en Maharashtra. Evenals het hindoeïsme kent ook het boeddhisme geen dogma’s of een kerkelijke organisatie. Het boeddhisme is meer een filosofie en levenshouding en kent bijvoorbeeld ook geen goden. De laatste jaren groeit het boeddhisme door het toetreden van ‘onaanraakbaren’, de laagste kaste, die het hindoeïstische kastenstelsel moe zijn.

Het boeddhisme is verdeeld in twee stromingen: het hinayana-boeddhisme stelt de individuele verlossing van de mens voorop, het mahayana-boeddhisme richt zich op universele verlossing van alle levende wezens. De leer van het boeddhisme werd op schrift gesteld en heet Tripitaka of ‘Drie manden’.

Islam

De stichter van de islam, Mohammed, werd in het jaar 571 geboren in Mekka. In 610 kreeg hij een goddelijk visioen waarbij de aartsengel Gabriël hem opdroeg de leer van de enige ware god, Allah, te verbreiden. Na de dood van Mohammed in 632 verspreidde de islam zich razend snel. India werd vanaf de 11e eeuw aangevallen door moslims en in 1206 werd het islamitische sultanaat van Delhi gevestigd. Hoogtepunt van de moslimoverheersing in India was het mogolrijk (1526-1857). Door de gewelddadige uitingen van de islam kwam deze religie al snel in botsing met het hindoeïsme. Dieptepunt was de zeer gewelddadige deling van India in 1947, toen het islamitische Pakistan zich afscheidde van India.

De (soennitische) islam heeft in India ca. 120 miljoen aanhangers en is daarmee de tweede religie van het land. Opmerkelijk is dat India meer islamitische inwoners heeft dan enig Arabisch land. De meeste islamieten bevinden zich in de deelstaat Kasjmir.

Sikhisme

De stichter van het sikhisme is de goeroe Nanak, die leefde van 1469-1539. Het sikhisme telt maar één god, Hari, de schepper van hemel en aarde. Het sikhisme kent geen priesters en heeft zowel van het hindoeïsme als van de islam zaken overgenomen, o.a. reïncarnatie, crematie en karma.

Gouden tempel Amritsar

Foto:lovedeepsingh CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De belangrijkste tempel voor de sikhs is de Gouden Tempel in Amritsar. De bouw hiervan werd gestart door goeroe Arjun, die tevens de leer van het sikhisme vastlegde in een heilige schrift, de ‘Granth Sahib’. Als reactie op de vervolgingen door de islam richtte men een militaire organisatie op, de Khalsa. Dit betekende het begin van een lange militaire traditie. Van 1761 tot 1849 hadden de sikhs een eigen staat en in 1947 verlieten veel sikhs Pakistan en vestigden zich in de vruchtbare Punjab. De sikhs streven op dit moment naar meer autonomie of zelfs zelfstandigheid.

Het sikhisme is de vierde religie van het India met ca. 20 miljoen aanhangers. De sikhs wonen vooral in de deelstaat Punjab en ook de hoofdstad Delhi kent een groot aantal sikhs.

Sikh-mannen noeten in het bezit zijn van vijf ‘kakkars’ of symbolen, geïntroduceerd door goeroe Gobind Singh om ervoor te zorgen dat mannen elkaar gemakkelijk als sikh zouden herkennen:

1.’kesha’ (ongeknipt haar)

2.’kangha’ (ivoren kam)

3.’kachha’ (militaire onderkleding)

4.’kirtipan’ (zwaard, dolk, of afbeelding daarvan)

5.’kara’ (stalen armband)

Jainisme

De stichter van het jainisme was Vardhamana, die leefde in de 5e eeuw v.Chr. Het jainisme ontstond in de deelstaat Bihar als reactie op de verstarring in het hindoeïsme. De naam jainisme stamt af van de bijnaam van Vardhamana, Jina (overwinnaar).

Het jainisme is net als het boeddhisme, dat ook geen goden heeft, geen echte godsdienst, maar meer een filosofisch systeem en een gedragscode. Ziel en materie spelen een belangrijke rol is het leven van een jaina. Materie kan namelijk de ziel binnendringen en daarmee het karma van de mens, en daarmee zijn reïncarnatie beïnvloeden. Het doel van het jainisme is om de ziel te bevrijden van de materie en de heilloze cyclus van wedergeboortes te doorbreken. Wie dat bereikt wordt een ‘kevalin’, een verloste.

Jain Nonnen

Foto:Grenavitar Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De zachtaardige jaina’s hebben zeer veel respect voor het leven. Ze zijn uiteraard vegetariër, dragen geen leren voorwerpen en het doden van een levend wezen, zelfs insecten, is volstrekt uit den boze. In de eerste eeuw n.Chr. ontstonden er twee stromingen, de ‘digambara’ en de ‘sivetambara’. De eersten wezen alle materie af en liepen dan ook naakt rond; de sivetambaraa zijn altijd in het wit gekleed. Naakte jaina’s zijn trouwens wel uit het straatbeeld verdwenen.

De ca. 4 miljoen Jaina’s wonen vooral in de miljoenenstad Mumbai en in de deelstaten Gujarat, Maharashtra en Rajasthan. Gandhi kwam uit Gujarat en is in zijn jeugd waarschijnlijk beïnvloed door het jainisme. Mooie tempels zijn te vinden de Rajasthaanse steden Jaisalmer en Ranakpur.

Mazdeïsme (parsisme)

Een van de oudste nog bestaande godsdiensten ter wereld is het mazdeïsme, genoemd naar de god Ahura Mazda, de schepper van hemel en aarde en God van het Licht. De volgelingen van deze monotheïstische godsdienst heten parsi’s en de godsdienst staat dan ook wel bekend onder de naam parsisme (de parsi’s stammen af van de provincie Pars in Perzië). Het mazdeïsme werd in de 6e eeuw v.Chr. gesticht door de profeet Zarathoestra.

Het symbool van Ahura Mazda is het vuur, en Ahriman, Heer van de Duisternis, is zijn eeuwige tegenstander. De mens kan de strijd tussen deze twee rivalen positief beïnvloeden door juiste woorden, denkwijze en daden. De Avesta is de heilige schrift van de parsi’s.

Parsi’s aanbidden Ahura Mazda in vuurtempels, waar het eeuwige vuur in stand gehouden wordt. Doden worden niet begraven of gecremeerd, maar in de openlucht op ‘dakhma’s’ of Torens der Stilte gelegd. De lijken worden dan opgegeten door gieren en roofvogels.

Er wonen ongeveer 130.000 parsi’s in India, de meeste in de omgeving van Mumbai in gesloten gemeenschappen.

Joden

Op dit moment leven er in een aantal Indiase steden nog maar ca. 5000 joden. De bekendste joodse gemeenschap is die van Kochi in de deelstaat Kerala, die al dateert van de zesde eeuw v.Chr. De laatste jaren emigreren veel joden naar Israël.

Christenen

Al in de 1e eeuw n.Chr. verschenen de eerste christenen in India. De werkelijke grondlegger van het christendom in India is de Spaanse jezuïet Franciscus Xavier, die in 1542 in de Portugese kolonie Goa arriveerde. Vanuit Goa ondernam hij vele missiereizen door Azië.

Het aantal rooms-katholieken bestaat uit ca. 13 miljoen personen en er bestaat een Syrisch-orthodoxe en een Latijnse stroming.

Het protestantisme werd in de 17e en 18e eeuw door onder andere Nederlandse en Duitse zendelingen geïntroduceerd. Op dit moment zijn er ongeveer 5 miljoen protestanten.

De meeste christenen wonen in de zuidelijke deelstaten Goa en Kerala en in de noordelijke deelstaten Nagaland en Meghalaya.

Lamaïsme

De meeste inwoners van Ladakh zijn aanhangers van het lamaïsme; ‘lama’ is de naam van de monniken van deze religie en betekent ‘boven alle dingen staand’.

Het lamaïsme is een bijzondere vorm van het boeddhisme die rond 650 in Tibet werd ingevoerd. De religie beleefde in het midden van de 8e eeuw onder invloed van de goeroe en magiër Padma Sambhava een grote bloei en deed in de 10e eeuw zijn intrede in Ladakh.

Na een vervalperiode stichtte de Tibetaanse hervormer Tsjongkhapa rond 1400 de sekte van de Gelugspa, op dit moment de belangrijkste stroming binnen het lamaïsme. Deze sekte wordt vanwege zijn kleding ‘geelmutsen’ genoemd, een andere sekte zijn de ‘roodmutsen’.

De geelmutsen beschouwen hun hoogste priester, de Dalai Lama, als een reïncarnatie van de als god vereerde Avalokitesjvara. De voornaamste Dalai lama was Ngagdbang-Lobsang (1617-1682). Hij was de vijfde Dalai Lama en kreeg naaste het geestelijk gezag ook de wereldlijke macht over Tibet.

Dalai Lama

Foto:Yancho Sabev e Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Aan de top van het lamaïsme staat de Dalai Lama en de Panchen Rimpoche of Panchen Lama, die alleen religieus gezag heeft. Hierna komen de Ashutuktu (bisschoppen) en lama’s (leraren).

In 1959 bezette China Tibet en kwam er een einde aan de wereldlijke macht van de Dalai Lama. Hij week uit naar India en stichtte daar een regering in ballingschap, terwijl de Panchen Lama in Tibet achterbleef. De Dalai Lama reist de hele wereld af om de Tibetaanse zaak onder de aandacht te brengen en tot een politieke oplossing te komen. Voor deze vreedzame inspanningen kreeg hij in 1989 de Nobelprijs voor de vrede.

De Dalai Lama bezoekt regelmatig het Tibetaanse vluchtelingenkamp Choglamsar, dat sinds 1959 onderdak biedt aan ca. 80.000 vluchtelingen uit Tibet.

Samenleving

staatsinrichting

India is een parlementaire democratie met een federale bestuursvorm; kenmerkend is echter de grote macht van de centrale regering. De Indiase grondwet is gedeeltelijk nog een voortzetting van de Brits-koloniale wetgeving en sinds 1950 op uiteenlopende punten al tientallen keren gewijzigd.

Hoogste regeringsorgaan is de gekozen volksvertegenwoordiging waarvan bovendien ook alle ministers nog lid van zijn en daaraan verantwoording schuldig. Het parlement omvat twee Kamers: het rechtstreeks gekozen Lagerhuis of Lok Sabha en het indirect gekozen Hogerhuis of Rajya Sabha. Dit Hogerhuis is een permanent orgaan. Op deelstaatniveau bestaat meestal hetzelfde tweekamersysteem.

Het Lagerhuis telt 545 leden en wordt elke vijf jaar rechtstreeks gekozen volgens een districtenstelsel. Twee leden worden door de president benoemd. In het Lagerhuis zijn verder 79 zetels gereserveerd voor vertegenwoordigers van de kastelozen en 40 voor leden van inheemse volken.

Het Hogerhuis heeft 245 Leden die door de parlementen van de deelstaten gekozen worden. Elke twee jaar vinden er verkiezingen plaats voor een derde van de zetels van het Hogerhuis. De kiesgerechtigde leeftijd is achttien jaar.

Obama in Indiaas Parlement

Foto:Publiek domein

Het formele staatshoofd van India is de president, die eens in de vijf jaar gekozen wordt door een kiescollege dat samengesteld is uit de nationale volksvertegenwoordiging en de deelstaatparlementen. De president is herkiesbaar; hij heeft een vnl. ceremoniële en representatieve functie, behalve in tijden van instabiliteit.

Dan kan hij de bestuursmacht aan zich trekken, het parlement ontbinden en tussentijdse verkiezingen uitschrijven. Hierbij heeft hij echter de instemming van de meerderheid van de ministers nodig.

Van 1997 tot 2002 was Shri K.R. Narayanan president, de eerste kasteloze in de geschiedenis van India.

De ministerraad, bestaande uit twintig kabinetsministers, twintig 'gewone' ministers en twintig vice-ministers, vormen het kabinet en vooral de kleine kabinetscommissies (waarvan de premier steeds voorzitter is) die de dagelijkse besluitvorming in handen hebben. De feitelijke sleutelfiguur in het bestel is de minister-president, die als leider van de parlementsmeerderheid en van de ministerraad optreedt; het parlement kan weinig zelfstandig tegenspel bieden en alleen bij ernstige interne verdeeldheid binnen de regering enige invloed uitoefenen. De leider van de grootste partij wordt premier en stelt de ministerraad samen.

De bevoegdheden van de deelstaten zijn grondwettelijk vastgelegd in de State list, die van de centrale regering in de Union list; de Concurrent list vermeldt die terreinen waarop beide niveaus bevoegd zijn; bij geschillen inzake competentie prevaleert vrijwel altijd de centrale overheid. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

De federatieve republiek India is bestuurlijk ingedeeld in 28 deelstaten en 6 unieterritoria. Verder is er een onderverdeling in districten, talugs of tehsils (bestaande uit enige honderden dorpen), steden en dorpen. Grote steden worden bestuurd door corporaties, geleid door een gekozen burgemeester.

De unieterritoria worden rechtstreeks vanuit New Delhi bestuurd en de president benoemt voor elk territorium een administrateur; ook benoemt hij de gouverneurs van de deelstaten. In bepaalde gevallen kan de centrale regering het bestuur van afzonderlijke deelstaten overnemen (zoals het geval is geweest in Punjab, Jammu en Kashmir, en Assam). De deelstaten hebben bestuurlijke autonomie op het gebied van landbouw, welzijn, politie en lokaal transport. De federale regering gaat over o.a. defensie, buitenlandse politiek, spoorwegen en posterijen. Financieel zijn de deelstaten natuurlijk erg afhankelijk van de federale regering.

Ten slotte zijn op lokaal niveau nieuwe bestuursorganisaties opgezet (community development en panchayati raj), die de bevolking sterker moeten betrekken bij de sociaal-economische opbouw van het land.

India Staten

Foto:Planemad CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Vanaf 1 juni 2014 kreeg India er een nieuwe staat bij na de splitsing van de zuidelijke staat Andhra Pradesh, en komt daarmee op 29 staten. De nieuwe staat heet Telangana en de inwoners van Telangana wilden afsplitsing van Andhra Pradesh omdat ze in een economisch veel minder ontwikkeld gebied wonen en zich achtergesteld voelden. De nieuwe staat telde in 2014 ca. 35 miljoen inwoners en de huidige hoofdstad Hyderabad wordt tot 2024 zowel hoofdstad van Telangana als van Andhra Pradesh.

Unie-territoriaHoofdstadaantal inwoners
Adamanen en NicobarenPort Blair365.000
ChandigarhChandigarh905.000
Dadra en Nagar HaveliSilvassa225.000
Daman en DiuDaman en Diu160.000
LakshadsweepKavaratti61.000
PondicherryPondicherry990.000
Deelstatenhoofdstad
Andhra PradeshHyderabad76.000.000
Arunachal PradeshItanagar1.115.000
AssamDispur27.000.000
BiharPatna84.000.000
ChhattisgarhRaipur21.000.000
DelhiNew Delhi14.000.000
GoaPanaji1.350.000
GujaratGandhinagar51.000.000
HaryanaChandigarh22.000.000
Himachal PradeshShimla6.500.000
Jammu en KasjmirSrinagar11.000.000
JharkhandRanchi27.000.000
KarnatakaBangalore53.000.000
KeralaThiruvananthapuram32.000.000
Madhya PradeshBhopal61.000.000
MaharashtraMumbai (Bombay)98.000.000
ManipurImphal2.500.000
MeghalayaShillong2.500.000
MizoramAizawi900.000
NagalandKohima2.000.000
OrissaBhubaneswar38.000.000
PunjabChandigarh25.000.000
RajasthanJaipur58.000.000
SikkimGangtok550.000
Tamil NduChennai (Madras)63.000.000
TripuraAgartala3.500.000
Uttar PradeshLucknow170.000.000
UttaranchalDehra Dun9.000.000
West-BengalenCalcutta81.000.000

Onderwijs

Het onderwijssysteem lijkt veel op het westerse model. Het is opgebouwd uit zeven jaar basisonderwijs, drie jaar middenschool, twee jaar hoger onderwijs en drie jaar universiteit.

India Schoolkla

Foto:Shimin k sam: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het basis- en voortgezet onderwijs is openbaar en verplicht. Toch gaan lang niet alle kinderen naar school. Pennen en uniformen moeten de ouders zelf betalen en velen hebben daar eenvoudigweg het geld niet voor. Vaak moeten de kinderen ook meehelpen op het land of in de huishouding. Ca. de helft van alle leerplichtige kinderen verlaat al na vier de basisschool.

Het aantal analfabeten is daardoor nog erg hoog. Van alle mensen van 15 jaar en ouder is ca. 40% analfabeet. De verschillen tussen de regio’s en tussen mannen en vrouwen zijn alarmerend groot. In deelstaten als Rajasthan, Madhya Pradesh en Bihar is meer dan de helft van de bevolking analfabeet, in Kerala ‘maar’ 20% van de bevolking. In geheel India is ongeveer 30% van de mannen analfabeet en meer dan 50% van de vrouwen. In Rajasthan zijn er bijna geen vrouwen die kunnen lezen en schrijven.

Het hoger onderwijs is wel goed ontwikkeld met honderden universiteiten en duizenden scholen voor ander hoger onderwijs. Het onderwijs aan het hoger onderwijs is praktisch alleen voorbehouden aan de rijkere mensen.

New Delhi heeft twee belangrijke universiteiten, de Delhi University en de Jawaharlal Nehru University.

Typisch India

KASTESTELSEL

Het hindoeïsme geeft het kastestelsel haar bestaansgrond. Het hindoeïsme is namelijk gegrondvest op de Veda’s, o.a. lofzangen en hymnen, maar ook regels voor het dagelijks leven. Het hindoeïsme gaat dan uit van een fundamentele ongelijkheid en de Indiase maatschappij wordt dan ook ingedeeld in meerdere en mindere Indiërs. Daar komt nog bij dat twee hindoe-begrippen erg belangrijk zijn: karma en dharma.

Het begrip kharma verklaart dat de hindoe in een bepaalde kaste geboren is vanwege zijn daden in een voorgaand leven.

Het begrip dharma legt er de nadruk op dat de hindoe deze plaats dient te accepteren zonder protest en er het beste van moet maken.

India Kastensysteem

Foto:Giveaway 285 CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Ca. 1500 jaar v.Chr. vielen zich Ariërs noemde stammen Noord-India binnen. Om als heersers te kunnen blijven fungeren wilden ze hun ras zuiver houden en zonderden ze zich af van de oorspronkelijke bevolking. De Ariërs onderscheidden zich in drie hoofdkasten:

-brahmana’s, priesters

-ksatria’s, krijgslieden en vorsten

-vaisya’s, kooplieden

Daaronder stonden de sjoedra’s, arbeiders en boeren, en paria’s die tot geen enkele kaste behoorden. Paria’s waren onder andere slaven en krijgsgevangenen en worden ook wel harijans of onaanraakbaren genoemd. In de loop der tijden werd deze onderverdeling steeds verder verdeeld in vele subkasten.

Na de onafhankelijkheid in 1947 werd de onaanraakbaarheid door de Wetgevende Vergadering officieel opgeheven. De praktijk is echter heel anders. Door de economische afhankelijkheid van grootgrondbezitters werken de paria’s vaak voor niets of voor een zeer laag loon. In feite hebben ze vooral plichten en nauwelijks rechten.

Voor het overige wordt het kastestelsel steeds minder belangrijk, met name in de grote steden. De indeling in klassen wordt steeds meer gebaseerd op economische verhoudingen en economisch bezit. Op het platteland is de indeling in kasten nog prominent aanwezig en dat zal voorlopig ook nog wel zo blijven.

BOLLYWOOD

Al in 1896 werden er in Mumbai (toen nog Bombay) films vertoond, en in de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde de filmindustrie zich stormachtig. Sinds de jaren vijftig is Mumbai de grootste filmstad ter wereld met ca. 300 films per jaar, meer dan in Hollywood.

Filmposter Bollywood

Foto:Ryan Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Er worden vooral populaire Hindi-films gemaakt waar de grote massa op af komt. Het zijn vaak uren durende spektakelstukken met de nadruk op zang, dans, romantiek, drama en actie. De Hindi-films zijn over het algemeen zeer stereotiep met een duidelijke scheiding tussen goed en slecht, waarbij het goede altijd overwint.

De filmsterren verdienen sloten met geld en wonen in het Beverly Hills van Munbai, Bandra. Sommigen van hen zijn de politiek ingegaan en hebben het zelfs geschopt tot premier van een deelstaat.

Kwaliteitsfilms worden vooral gemaakt in de filmstudio’s van Calcutta. Azië’s grootste filmstudiocomplex, MGR Film City, ligt aan de rand van Chennai. Hier staan 36 filmsets gereed, en de films worden opgenomen en ook nagesychroniseerd in het Malajalam, het Telugu en het Hindi, maar de Tamilcinema produceert de meeste films.

Economie

Algemeen

Sinds de onafhankelijkheid in 1947 probeert de overheid door middel van vijfjarenplannen bepaalde sectoren van de economie te ontwikkelen. De genationaliseerde sector speelt een belangrijke rol en daarin wordt door de overheid veel geld in geïnvesteerd. Er is echter geen sprake van een strakke planning en het aandeel van de overheid in de nationale economie is in bepaalde periodes sterk teruggelopen.

De vanaf de onafhankelijkheid gevolgde importsubsidie als ontwikkelingsstrategie heeft halverwege de jaren tachtig plaats gemaakt voor liberalisatie. Het aandeel van de overheidssector zal volgens het zevende vijfjarenplan dalen met 5% in vergelijking met het zesde vijfjarenplan.

In de jaren tachtig was er sprake van een geleidelijke groei van het inkomen per hoofd van de bevolking (1980-1995 een stijging van 3%). In 1994 was het nationale inkomen per hoofd van de bevolking $310. De inflatie bleef in die periode hoog (bijna 10% in 1985-1995), maar kon in 2002 tot 5,4% teruggedrongen worden.

Mumbai Financiee en industrieel centrum India

Foto:Ville Hyvönen Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Hoewel de reële economische groei in 1988-1989 naar ruim 10% steeg, bedroeg die in 1995-1996 nog maar 4,5% en in 2002 4,3%: een teken voor de instabiliteit van de Indiase economie. Toch behoort India met deze groeicijfers tot een van de snelst groeiende economieën ter wereld. In de 21e eeuw maakt India een economische groeispurt door. De groei percentages zijn hoog al lijkt dat de laatste jaren weer wat af te zwakken, De percentages over 2011,2012 en 2013 zijn achtereenvolgens 6,3%, 3,2% en 3,8%. Hierna klimt het percentage weer tot 6,7% in 2017. Het BBP per hoofd van de bevolking bedroeg in 2017 $7.200.

Betrouwbare cijfers over de werkloosheid zijn eigenlijk niet te krijgen. Men schat dat ca. een derde van de beroepsbevolking geheel of gedeeltelijk werkloos is (officieel 8,5% in 2017). Door de hoge jaarlijkse toename van de beroepsbevolking met miljoenen tegelijk, lijkt het werkloosheidsprobleem alleen maar toe te nemen.

De Indiase economie is zeer divers, met veel regionale en structurele verschillen. Enerzijds behoort India tot de tien meest geïndustrialiseerde landen ter wereld, met een hoog technologisch niveau op gebieden als ruimtevaart, kernenergie en satellietcommunicatie. Aan de andere kant is nog een groot gedeelte van de bevolking afhankelijk van de vaak kleinschalige landbouw. Het gebied rondom Mumbai is al decennia lang een belangrijk industrieel en commercieel centrum. Rond Bangalore heeft zich een soort Indiase ‘Silicon Valley’ ontwikkeld. Veel economische activiteiten vinden ook plaats rond de steden New Delhi en Madras. Arme staten zijn Bihar, Madhya Pradesh en delen van Oost- en Noordoost-India.

Belangrijk voor de economische ontwikkeling van India is ook de steeds verdergaande decentralisatie van de federale overheid naar de deelstaten, die ook steeds meer ruimte krijgen om zich te profileren. Deelstaten als Andhra Pradesh, Maharashtra en Gujarat weten het internationale bedrijfsleven voor zich te interesseren.

Agrarische sector

India is nog steeds voornamelijk een agrarisch land, waarvan ongeveer 75% van de bevolking op het platteland woont. De agrarische sector biedt werk aan 47% van de beroepsbevolking en draagt voor ca. 15,4% bij aan het bruto nationaal inkomen (2017). De agrarische productie is tegenwoordig voornamelijk gericht op de binnenlandse markt. Het landbouwareaal wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen als tarwe en rijst. India twee oogstseizoenen: de kharif, na de natte, hete zomer (voornamelijk rijst, katoen en gierstsoorten), en de rabi, na de koele winter (voornamelijk tarwe, bonen en aardappelen).

Rijstvelden India

Foto:Tierecke Creative Commons Attribution 2.5 Generic no changes made

Rijstverbouw is kenmerkend voor het nattere deel van India: o.a. Assam, Orissa, Andhra Pradesh en Kerala; tarwe is hoofdgewas in de Punjab en in Haryana, gierst op de Deccan. De belangrijkste (export)handelsgewassen zijn katoen, jute en thee. Koffie, suiker, specerijen, noten, tabak en rubber zijn voornamelijk gewassen voor de binnenlandse markt.

De veestapel heeft een laag economisch rendement, mede door de religieuze gewoonte de koe te respecteren. Van systematische veehouderij is vrijwel geen sprake: runderen worden vooral gebruikt als trek- en lastdier. Alleen in de Punjab wordt de melkveehouderij gestimuleerd.

De agrarische bedrijven zijn over het algemeen klein, met name in Oost-India (Bihar); in de Punjab, het rijkste landbouwgebied van India, vindt men vooral (middel)grote gemoderniseerde bedrijven; zeer grote, extensieve bedrijven komen alleen voor in de drogere, minder vruchtbare gebieden in Centraal-India.

Bosbouw en visserij

Ca. 20% van het grondgebied van India is met bos bedekt en ongeveer de helft daarvan wordt geëxploiteerd. Sandelhout en teakhout zijn de belangrijkste producten.

De daling van de hoeveelheid bosgronden, behalve door excessieve houtkap m.n. ook door erosie en verzilting van de bodem, probeert de overheid tegen te gaan met herbebossing projecten.

India heeft sinds 1977 een 200-mijlszone geclaimd als territoriale wateren. Ongeveer 80% van de visvangst vindt plaats langs de westkust en er is zoetwatervisserij in Assam en Zuid-Maharashtra.

Mijnbouw en energievoorziening

India bezit belangrijke minerale rijkdommen, met name in de deelstaten Bihar en Orissa. De ijzerertsreserves (± 20 miljard ton) die daar aanwezig zijn behoren tot de grootste van de wereld. Bovendien worden hier ook veel steenkool, mangaan, kalksteen, dolomiet, magnesiet, apatiet, fosforiet, mica, koper (± 422 miljoen ton) en andere ertsen worden aangetroffen. In Madhya Pradesh, Andhra Pradesh en Tamil Nadu worden eveneens mangaan en ijzererts gewonnen; Karnataka bezit goudmijnen en Kerala bauxiet (± 2,7 miljard ton) en uranium.

Aardolie wordt gevonden in het noordoosten en het westen; een deel van de benodigde aardolie moet worden geïmporteerd, maar India hoopt in de toekomst zelfvoorzienend te kunnen zijn. De deelname van de particuliere sector in de mijnbouw neemt toe, en voor participatie in goud- en diamantmijnen is vanuit het buitenland belangstelling.

Thermische Krachtcentrale India

Foto:Getsuhas08 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De energievoorziening vormt nog altijd een van de grootste problemen voor India: met name de elektrificatie op het platteland is nog lang niet voltooid. Steenkool vormt de belangrijkste energiebron en de reserves bedragen naar schatting ongeveer 200 miljard ton. De waterkrachtcentrales zijn van minder groot belang als gevolg van de grote verschillen in de hoeveelheid regenval per periode. De grootste waterkrachtcentrale is de Nagarjunasagardam (1450 m lang) in de rivier de Krishna bij het dorp Nandikonda in de deelstaat Andhra Pradesh.

Op het gebied van de kernenergie bezit India, technologisch gesproken, een hoge mate van onafhankelijkheid, die voortkomt uit het feit dat toen India in staat bleek zelf atoombommen te kunnen vervaardigen, Westerse landen zich van verdere samenwerking op dit gebied onthielden. Daarna is het India gelukt door de bouw van een opwerkingsfabriek en een snelle kweekreactor een complete brandstofkringloop te ontwikkelen.

Industrie algemeen

Het aandeel van de industrie in het bruto nationaal product bedroeg in 2017 23%. Het grootste industriegebied ligt rond Mumbai en Poona, met onder meer katoenindustrie als meest prominente industrie en verder chemische, petrochemische, elektrotechnische, automobiel- en plasticindustrie. Poona bezit machinefabrieken en Ahmedabad (Gujarat) textielindustrie; kleinere centra in dit gebied zijn Surat (katoen) en Baroda (petrochemie).

Het tweede industriegebied omvat Calcutta en omgeving en het grensgebied Bihar-Orissa-Madhya Pradesh langs de rivier de Damodar. In Calcutta domineert de jute-industrie, en verder metaalverwerkende industrie, papierindustrie, chemische- en farmaceutische industrie. Het Damodargebied is het centrum van mijnbouw en zware industrie.

Een derde belangrijk gebied vormt het zuiden, met als centra Bangalore, Coimbatore en Madras, met onder andere elektrotechniek, vliegtuigbouw, staalindustrie, textiel, aardolieraffinaderijen en leerindustrie.

Verder zijn er verspreid over het land diverse grote industriesteden zoals Vishakapatnam met scheepsbouw, Hyderabad met machinefabrieken, Benares met textiel en locomotieven, Bhopal met elektrotechniek en chemische industrie, Kanpur met leer en textiel en in de Punjab Ludhiana, Jullundur en Amritsar met rijwielen, sportartikelen en textiel.

Belangrijk is ook de filmindustrie; India is een van de grootste filmproducenten ter wereld en de voornaamste zijn Mumbai (Bollywood) Malayalam en Calcutta.

Chemische en kunststoffenindustrie

De marktomvang voor chemische producten is groot, met als belangrijkste marktsegmenten petrochemische intermediates (o.a. ethyleen, xyleen, benzeen, methanol, fenol), kunstmest (o.a. ureum en diammonium fosfaat), industriële chemicaliën (o.a. pigmenten, farmaceutische producten, smeermiddelen, kunsthars) kleur- en verfstoffen en landbouwchemicaliën.

Alle grote Nederlandse multinationals in deze sector zijn in India aanwezig, evenals een aantal kleinere Nederlandse bedrijven. Ca. een derde van de Nederlandse export naar India, betreft chemische producten.

Kleding- en textielindustrie

De textielindustrie is de grootste werkgever in India, want houdt ca. 120 miljoen mensen aan het werk. Deze zeer belangrijke economische sector levert bijna 14% van de totale industriële productie, vormt 4% van het bnp en brengt ruim een derde van de inkomsten uit export op.

Arbeiders in textielindustrie India

Foto:Fabrics for fredom Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Indiase textielsector is sterk op de export georiënteerd, ongeveer een derde van de totale productie is voor de export bestemd. De regering stelt zich ten doel om de voorwaarden te scheppen voor een toename van de Indiase export van textiel en kleding tot een bedrag van 50 miljard dollar. Belangrijk onderdeel om dit streven te bereiken is het aanmoedigen van buitenlandse investeringen.

Machine-industrie en metaalindustrie

De belangrijkste marktsegmenten zijn industriële installaties en zogenaamde process machinery machinewerktuigen, grondverzet- en bouwmachines.

De belangrijkste productgroepen zijn turbines, cementmachines, boilers, chemische installaties, elektrische generatoren en textielmachines. De Indiase overheid is nog steeds prominent aanwezig in deze sector.

De belangrijkste leveranciers van kapitaalgoederen zijn Duitsland, de Verenigde Staten, Japan en Italië, terwijl Nederland jaarlijks voor ca. 150 miljoen euro aan kapitaalgoederen naar India exporteert.

Staalindustrie India

Foto:P.K Niyogi Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De staalindustrie is geconcentreerd in zes grote staalfabrieken en ca. 180 kleinere fabrieken. Vijf van de grote staalfabrieken zijn van de staat, alle kleinere staalfabrieken zijn in particuliere handen.

Transportmiddelenindustrie

In 1980 werd de productie van auto’s opengesteld voor buitenlandse investeringen. De productie steeg daarna enorm. en op dit moment worden er ca. 600.000 auto’s en vrachtwagens per jaar gemaakt. De concurrentie op de markt voor kleine auto’s is er groot, met als marktleider Maruti met ongeveer 335.000 eenheden. Een aantal grote internationale autofabrikanten zijn joint ventures aangegaan.

India fabriceert verder het grootste aantal fietsen, bromfietsen, motors en scooters ter wereld.

Handel

India importeert machines, ijzer, staal, aardolieproducten (goed voor 27,2% van de totale invoer), katoen, chemicaliën, kunstmest, voedselgranen en rijst. Belangrijkste leveranciers zijn de China, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten, Zwitserland en Saoedi-Arabië.

De belangrijkste exportartikelen zijn edelstenen, kunstnijverheid, sieraden, textiel, katoen, jute, thee, ijzererts, huiden en vellen voor de leerindustrie, verse vruchten, noten en suiker.

Bank van India

Foto:Digamber CC CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication no changes made

Een relatief nieuwe, sterk groeiende categorie exportartikelen wordt gevormd door de 'engineering products': spoorwegwagons, koelkasten, elektrische kabels en leidingen, dieselmotoren en auto's, maar de export daarvan nam aan het begin van de jaren tachtig af als gevolg van de recessie in de ontwikkelde landen. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten, China, Hongkong, de Verenigde Arabische Emiraten en Singapore.

De Indiase handelaren en ondernemers spelen in Azië een prominente rol (Midden-Oosten, Zuidoost-Azië); daarnaast werken vele Indiërs als gastarbeiders in de landen rond de Perzische Golf en hun verdiensten vormen een zeer belangrijke deviezenbron voor het land.

De handelsbalans was sinds de jaren tachtig vrijwel steeds negatief. In 2017 werd er voor $452,2 miljard geïmporteerd en voor $304,1 miljard geëxporteerd.

Vervoer en toerisme

De gebrekkige infrastructuur vormt een van de belangrijkste hindernissen voor de economische ontwikkeling van India. Met name het platteland is per trein of auto niet of nauwelijks bereikbaar.

Spoorwegen, scheepvaart en luchtvaart zijn voor de nationale economie belangrijker dan het wegennet, dat nog niet voldoende is uitgebouwd.

In 2003 had het wegennet een lengte van ongeveer 3 miljoen km, waarvan ca. de helft verhard. Ongeveer 58.000 kilometer bestaat uit nationale snelwegen, maar dat is slechts 2% van het totale wegennet. De kwaliteit van de snelwegen is over het algemeen genomen niet best door slecht onderhoud. Bijna twee derde van het nationale hoofdwegennet was enkelbaans. De afgelopen tien jaar is 13.000 kilometer van de snelwegen van meer banen voorzien.

Het spoorwegnet, eigendom van de staat voor ongeveer een kwart geëlektrificeerd, is met bijna 62.500 km het langste van Azië en het op drie na langste ter wereld. De spoorwegen zijn geheel in handen van de staat en bieden werk aan ca. 1,5 miljoen werknemers.

Haven Vigaz India

Foto:Nballa at the English language Wikipedia CC3.0 Unported no changes made

Als scheepvaartnatie staat India hoog in de wereld qua tonnage. Het heeft de grootste koopvaardijvloot onder de voormalige ontwikkelingslanden. Vergeleken met havens in andere delen van Azië is de arbeidsproductiviteit laag en wordt er onvoldoende in de havens geïnvesteerd. Hierdoor blijft de gemiddelde looptijd te lang, evenals de wachttijd voordat aangemeerd kan worden.

India heeft 12 grote havens, die allen gerund worden door de Port Trust of India, en ca. 150 kleinere havens worden gerund door de deelstaatregeringen. Belangrijke havens aan de westkust zijn Mumbai, Kandla, Nhava Sheva, Marmagao, Cochin en Mangalore. Aan de oostkust liggen de belangrijke havens van Kolkata-Haldia, Chennai, Paradip, Tuticorin en Visakhapatnam.

De binnenlandse waterwegen hebben een totale lengte van 13.500 kilometer, waarvan een vijfde goed bevaarbaar is voor grotere schepen. Dit soort vervoer vindt voornamelijk plaats in de deelstaten Tamil Nadu, Bihar, Orissa, West-Bengalen en Kerala.

Het luchtvervoer wordt verzorgd door de staatsbedrijven Air India (buitenlandse vluchten) en Indian Airlines (binnenlands en buurlanden in Zuid-Azië).

India heeft zes internationale luchthavens en enkele honderden andere luchthavens. Minder dan 100 luchthavens zijn operationeel. Palam (New Delhi), Santa Cruz (Mumbai), Dum-Dum (Kolkata) en Meenambakkam (Madras) zijn de belangrijkste luchthavens. De pas aangelegde internationale luchthaven van Bangalore komt als eerste Indiase luchthaven in particuliere handen.

Meer dan de helft van het totale luchtverkeer verloopt via de luchthavens van Mumbai en New Delhi. Het luchtverkeer is het afgelopen decennium met meer dan 125% gegroeid.

Vakantie en bezienswaardigheden

De toeristische sector in India is economisch niet van levensbelang. Het is voor India de op drie na belangrijkste bron van inkomsten uit export en meer dan negen miljoen mensen vinden werk in deze sector.

Jaarlijks bezoeken ca. 3 miljoen buitenlanders India. Op zich is dat niet zoveel, want dat aantal ligt nog lager dan het aantal Indiërs dat jaarlijks naar het buitenland reist. Negatieve punten zijn het grote tekort aan hotelaccommodatie, de vrees van buitenlanders voor infectieziekten en de politieke spanningen met Pakistan.

Jaipur India

Foto:Sidharth jha Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De bekendste bezienswaardigheid van Idia is de Taj Mahal. Dit monument ligt dichtbij de stad Agra. Keizer Shahjahan liet uit liefde voor zijn overleden vrouw dit mooie monument bouwen. Shahjahan had het plan om naast het witte mausoleum een exacte kopie te laten bouwen als laatste rustplaats voor hemzelf, maar dan van zwarte marmer. Maar na de dood van de keizer in 1666 is hij naast Mumtaz Mahal in het witte praalgraf bijgezet. Andere bezienswaardigheden zijn het rode fort vlakbij Delhi en de stad Jaipur die als bijnaam Pink City heeft omdat het oude centrum is opgebouwd uit roze zandsteen.

Bangalore Bull Temple

Foto:Marc Smith Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Bangalore officieel Bengaluru is de hoofdstad van de Indiase deelstaat Karnataka. De stad wordt ook wel de Garden City genoemd vanwege zijn prachtige parken en tuinen. Tipu Sultan's Summer Palace werd gebouwd in 1791. Dit fraaie twee verdiepingen hoge, prachtig versierde houten gebouw, met ragfijn bewerkte zuilen, bogen en balkons vlakbij de markt. Vandaag de dag is het een museum dat kunstvoorwerpen van kunst uit de Hyder-Tipu periode bevat. Bangalore Palace (1862) ligt in de buurt van het Mekhri plein en het station en is gebouwd als een kleinere replica van Windsor Castle in Engeland. Mayo Hall werd ontworpen ter nagedachtenis aan Lord Mayo en wordt beschouwd als een van de mooiste ontwerpen van de Britse architectuur in Bangalore. De Bull Temple stamt uit de tijd van Kempe Gowda I en doet denken aan de 16e eeuw Dravidische stijl in de architectuur. Het heeft een enorme granieten monoliet van Nandi. De tempel ligt aan de stier tempel weg. De Basavangudi Shri Nimishamba Devi tempel is gebouwd in de traditionele Parashurama Kshetra architectonische stijl en is een unieke tempel in Bangalore. De tempel werd gebouwd door de aanbidders van Shri Nimishamba Devi. De ISKCON tempel (International Society for Krishna Consciousness) is een harmonieus en sierlijk gebouw. De Krishna tempel is een mix van moderne technologie en spirituele harmonie en ligt op een gebied bezetten zeven hectare. Het is een mix van traditionele en moderne architectuur. Lees meer op de Bangalore pagina van landenweb.

Mumbai

Foto:Avinash Anand Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Mumbai, voorheen Bombay, is de hoofdstad van de Indiase deelstaat Maharashtra. Mumbai is gebouwd op een archipel van zeven eilanden. De eilanden zijn al meer dan 2000 jaar bewoond. Tussen de tweede eeuw voor Christus en de negende eeuw na Christus, kwamen de eilanden onder controle van opeenvolgende inheemse dynastieën. De eilanden werden opgenomen in het onafhankelijke sultanaat Gujarat, dat in 1407 werd opgericht. Gedurende het tijdperk van het sultanaat werden talrijke moskeeën gebouwd. De architectuur van de stad is een mix van neo-gotische stijl, Indo-Saraceense kunst, Art Deco, en gevarieerde hedendaagse stijlen. De meeste gebouwen stammen uit de Britse periode, zoals de Victoria Terminus en de universiteit van Bombay. Deze gebouwen werden gebouwd in neo-gotische stijl. De architectuur van Bombay omvat veel Europese invloeden. Art Deco monumenten zijn te vinden langs de Marine Drive. Mumbai heeft het tweede grootste aantal Art Deco gebouwen in de wereld na Miami. In de nieuwere buitenwijken domineren moderne gebouwen het landschap. Mumbai heeft verreweg het grootste aantal wolkenkrabbers in India. De Chhatrapati Shivaji Terminus en de Elephanta Caves zijn opgenomen als werelderfgoed. Lees meer op de Mumbai pagina van landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

INDIA LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• India Vliegtickets.nl
• India Tui Reizen
• Djoser Rondreis India
• Rondreis India
• Rondreizen India
• Vakantie India
• Travelworld India
• India Hotels
• India Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

Alles over Dehli:Startpagina (N)
Alles over treinreizen India (N+E)
Dieren in India (N)
Fietsen door Noord- en Zuid-India (N)
India Foto's
India Reisstart (N+E)
India Startkabel (N)
Indiase restaurants in Nederland
Indiaweb (N)
Online Vakantie (N)
Reisfoto's India
Reisinformatie India (N)
Reizendoejezo – India (N)
Rondreis door India (N)
Rondreis India (N)
Startpagina India (N)
Vakantiebestemming.info Noord-India (N)

Bronnen

Boon, H. / India : mensen, politiek, economie, cultuur

Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Caldwell, J.C. / India

Chelsea House

Chatterjee, M. / India

Dorling Kindersley

Dunlop, F. / India

Van Reemst

Nicholson, L. / India

Kosmos-Z&K

Peterse, L. / India

Gottmer/Becht

Srinivasan, T. / India

Times Books

Te gast in India

Informatie Verre reizen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt April 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems