Landenweb.nl

GALAPAGOSEILANDEN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Puerto Baquerizo Moreno
  Oppervlakte  7.880 km²
  Inwoners  ca. 32.000
  (2019)
  Munteenheid  Amerikaanse dollar
  (USD)
  Tijdsverschil  -7
  Web  .ec
  Code.  ECU
  Tel.  +593

Populaire bestemmingen ECUADOR

Galapagoseilanden

Geografie en Landschap

Geografie

Galápagoseilanden (letterlijk vertaald: Schildpaddeneilanden; officieel: Archipiélago de Colón), is een provincie van Ecuador en bestaat uit dertien grote en meer dan veertig kleine eilanden, waarvan er vijf bewoond worden.

advertentie

Satellietfoto Galapagoseilanden

Photo:Public domain

De archipel ligt 970 km ten westen van de kust van Ecuador in de Grote Oceaan. Costa Rica ligt 1100 km ten noordoosten van de archipel. De totale landoppervlakte bedraagt ca. 7800 km2 en de gehele archipel strekt zich uit over een gebied van ongeveer 60.000 km2. Het grootste eiland is Isabela (vroeger: Albemarle; 50% van de totale provincie).

De eilanden zijn van vulkanische oorsprong en honderden vulkanen bepalen dan ook het landschap. De oudste toppen zijn 4-5 miljoen jaar oud en het gebied is een van de meest actieve vulkanische gebieden ter wereld. Op de eilanden Isabela, Fernandina en Marchena komen nog regelmatig erupties voor, de laatste die van de vulkaan La Cumbre op het eiland Fernandina in 1995 en de Cerro Azul op Isabela in oktober 1998. De eilanden zijn nooit met het vasteland verbonden geweest en daardoor kon er in biologisch opzicht een uniek gebied ontstaan.

De kuststreken van de eilanden zijn vaak woestijn- of steppeachtig. Alleen op de hoogste delen van de hellingen van de vulkanen vindt men tropisch bos. In 1959 is de archipel tot nationaal park uitgeroepen.

Het hoogste punt is de Cerro Azul op het eiland Isabela en meet 1689 meter. Gemeten vanaf de zeebodem is de vulkaan ca. 4500 meter hoog. Op het eiland San Cristóbal ligt de hoofdstad Puerto Baquerizo Moreno waar ongeveer de helft van de bevolking woont. De bewoners van de Galápagoseilanden leven van de verbouw van suikerriet, katoen, groenten en vruchten en verder van de visserij en veeteelt en natuurlijk van het toerisme.

advertentie

Puerta Ayora op het eiland Santa cruz, Galapagoseilanden

Photo:A Flores Lopez Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Klimaat en Weer

De eilanden liggen op de evenaar maar er doen zich toch grote seizoensverschillen voor door met name de invloed van de zeestromingen. Van juni tot december waait het vaak hard en komt de temperatuur niet veel hoger dan 18° en 20°C. Van januari tot mei liggen de temperaturen tussen de 24° en 28°C met regelmatig tropische stortbuien. Veel neerslag valt er in september en oktober.

Planten en dieren

De plantenwereld is vergeleken met de dierenwereld vrij eentonig, maar wel heel bijzonder. Ongeveer de helft van de 350 oorspronkelijk voorkomende soorten is endemisch. Het relatief kleine aantal soorten komt door de droogte op de eilanden en de onvruchtbare bodem.

Op de zuidhellingen van de bergen komt een regenwoud voor met o.a. talrijke houtige composieten. Enkele karakteristiek planten zijn de adelaarsvaren, de miconia en de scalesia. De scalesia is de Darwinvink van de planten. Ze variëren van struikjes tot metershoge bomen, maar stammen af van één soort.

advertentie

Galapagoseilanden vegetatie

Photo:MusikAnimal CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Aan de kust groeien bijzondere cactusachtige gewassen als Euphorbia viminea en Opuntia galapagensis en vormen daar soms gigantische schijfcactuswouden. De metershoge candelabra-cactus is opvallend door zijn grote buisachtige bladeren. Aan de kust vinden we verder onder andere verschillende soorten mangrove: zwarte, witte, rode en knoopmangrove.

Een andere opvallende plant is de"palo santo", waarvan het hout een opvallende geur verspreid, die als wierook naar het vasteland van Ecuador geëxporteerd wordt. De lavacactus groeit op pure lava.

Opmerkelijk is dat er geen palmbomen op de eilanden voorkomen, dit in tegenstelling tot alle andere eilanden in de Grote Oceaan. In het binnenland, waar het wat vochtiger is, wordt het landschap gekarakteriseerd door uitgestrekte savannen. Hier groeit bijvoorbeeld de"lechesos", een 10 meter hoge soort zonnebloem. Bloemen hebben alleen een witte of gele kleur. De jongere eilanden zijn vrijwel onbegroeid.

De dierenwereld van de Galápagoseilanden is wetenschappelijk bijzonder belangrijk: er komen naast elkaar antarctische vormen (pinguïns) en tropische elementen voor. Er zijn vele endemische soorten d.w.z. die alleen op de Galápagoseilanden voorkomen; dit geldt vooral voor de broedvogels (76 soorten van de 89) en de reptielen.

De bestudering van deze dierenwereld leverde mede de grondslag voor de evolutietheorie van Charles Robert Darwin, die in 1835 de eilanden bezocht tijdens zijn legendarische reis met de Beagle. Hij constateerde ook dat diersoorten onder druk van het milieu veranderen en daardoor ontstaan er op den duur ook nieuwe soorten. Verder zijn de eilanden beroemd door het voorkomen van nauw met elkaar verwante ondersoorten op de verschillende eilanden. Opmerkelijk is dat de dieren op de eilanden van nature tam zijn door het ontbreken van natuurlijke vijanden.

Verwilderde huisdieren, vnl. geiten, varkens, honden, katten en ratten hebben de oorspronkelijke dieren- (en planten)wereld voor een belangrijk deel teruggedrongen en hier en daar bepaalde vormen al weggeconcurreerd. Men doet een redelijke geslaagde poging om dit gevaar voor de oorspronkelijke dierenwereld in te dammen.

Vogels

advertentie

Albatros Galapagoseilanden

Photo:putneymark Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De aalscholver kan overal ter wereld vliegen, behalve op de Galápagoseilanden. De lopende aalscholver heeft te kleine vleugels om nog te kunnen vliegen. Ze zijn alleen te vinden langs de kusten van de eilanden Fernandina en Isabela.

De grootste zeevogel van de Galápagoseilanden is de albatros met een spanwijdte van bijna 2,5 meter. Van januari tot maart leven ze vrijwel de gehele tijd op zee. De rest van het jaar leven ze vrijwel met zijn allen op het eiland Española.

De grote roze flamingo's leven in grote groepen en kunnen 120 cm groot worden met een vleugelwijdte van meer dan 1,5 meter. De flamingo is in tegenstelling tot de andere dieren niet tam en men denkt dat dit komt doordat ze nog niet zo lang op de eilanden aanwezig zijn.

De grote en kleine fregatvogel zijn opmerkelijk genoeg bijna even groot! Deze viseter kan niet onder water duiken en steelt zijn prooi vaak van andere vogels. De beste plaats om deze vogel te zien is Seymour, een rots voor de kust van Baltra.

De mooie blauwvoetige jan-van-gent en de roodvoetige en gemaskerde jan-van-gent leven in kleine groepen bij elkaar. De gemaskerde is de grootste soort en de roodvoetige de kleinste. Bijzonder is dat de vrouwtjes een ei tussen de vliezen kunnen meenemen naar een andere plek. Op het eiland Genovesa leeft een kolonie roodvoetigen van naar schatting 300.000 vogels. De blauwvoetige broedt met name op het kleine eiland Daphne Major.

De Galápagos-pinguïn is de meest noordelijk voorkomende soort pinguïn. Het is een van de kleinste soorten en vaak niet groter dan 50 cm. Broedplaatsen zijn vaak te vinden op de eilanden Isabela en Fernandina.

De meest voorkomende vogels zijn de beroemde Darwin-vinken. Dertien soorten zijn er die waarschijnlijk allemaal van één soort afstammen. De bestudering van deze vogels leidde o.a. tot de evolutietheorie van Darwin. Hij kwam erachter dat via natuurlijke selectie de vogels zich kunnen evolueren in een richting die de beste kans tot overleving biedt. Ook de vier soorten spotvogels stammen waarschijnlijk af van één voorouder.

In de hooglanden komt de rode vliegenvanger voor. Deze kleine vogel maakt in de lucht potsierlijke bewegingen. Een andere soort is de Galápagos- vliegenvanger.

Andere vogels die veel voorkomen zijn uilen, keerkringvogels, meeuwen (endemisch zijn de zwaluwstaartmeeuw en de lavameeuw), reigers (o.a. grote blauwe reiger, lavareiger en nachtreiger) en pelikanen. Endemische soorten zijn de Galápagos-havik (eigenlijk een buizerd!) en de Galápagos-duif.

Reptielen

advertentie

Iguana Galapagoseilanden

Photo:Jimrules 42 at en wikipedia CC Attribution 3.0 Unported no changes made

De leguanen of iguana's zien er prehistorisch uit. De zeeleguaan is de enige ter wereld die lang onder water kan blijven, sommigen meer dan een uur. Ze voeden zich voornamelijk met zeewier en leven voornamelijk bij Punta Suárez op het eiland Española. Op Isabela, Fernandina, Santa Cruz en Santa Fé komen twee soorten met uitsterven bedreigde landleguanen voor die meer dan 1,5 meter groot kunnen worden. Ze kunnen ongeveer 60 jaar oud worden. Ook de endemische reuzenschildpad wordt met uitsterven bedreigd door de eeuwenlange jacht op het dier.

De eilanden zijn naar deze dieren vernoemd. Er leven nog ongeveer 15.000 dieren, waarvan de meeste in reservaten. Er hebben veertien subsoorten bestaan waarvan er inmiddels al drie zijn uitgestorven. Ze kunnen 250 kilo wegen en tot 1,5 meter hoog worden.

De maximale leeftijd schat men op ca. 150 jaar. De groene Pacific-zeeschildpad is een van de vier soorten zeeschildpadden die op de Galápagoseilanden voorkomen. Ze zijn kleiner dan hun landgenoten, maar kunnen toch nog wel 150 kilo wegen. Andere soorten die soms te zien zijn: de lederschildpad en de onechte karetschildpad. Op de eilanden komen drie soorten van het geslacht Dromicus voor. Het zijn wurgslangen die ca. 1 meter lang kunnen worden. Andere reptielen zijn gekko's en lavahagedissen.

Schaaldieren en vissen

Sally Lightfoot krab Galapagoseilanden

Photo:Bargbagger Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bijzonder opvallend zijn de rood/oranje Sally Lightfoot-krabben die mooi afsteken tegen het zwarte lavazand. Verder octopussen, zeepokken, kreeften en zee-egels.

De meest opvallende vissen zij de roggen. De grootste is de manta met een spanwijdte van wel zes meter. Andere soorten zijn de gevlekte adelaarsrog en de gouden rog die soms in imposante scholen rondzwemmen. De stekelrog kan verwondingen veroorzaken als je erop trapt.

Haaien komen in veel soorten voor rond de eilanden. De hamerhaai is de meest opvallende verschijning die tot vijf meter lang kan worden. Andere soorten zijn de Galápagoshaai en de witpuntrifhaai.

Verder kent de natuur onder water vele tropische vissen en grote hoeveelheden koraal, waaronder het zeldzame zwarte koraal. Een willekeurige opsomming: meterslange tonijnen, stekelbaarsjes, zeebaarzen, zeepaardjes, papegaaivissen, egelvissen, geelstaartchirurgijnvissen en witbandkoningsvissen.

Geschiedenis

De Galápagoseilanden werden bij toeval op 10 maart 1535 ontdekt door de Spanjaard Tomás de Berlanga, bisschop van Panama. Uit gevonden potscherven kan afgeleid worden dat er al veel eerder mensen op de eilanden zijn geweest. Door de beschrijving van Berlanga noemde Abraham Ortelius de archipel in zijn Theatrum orbis terrarum (1570) Insulae de los Galopegos; de Spanjaarden noemden ze Las Encantadas, (betoverde eilanden), omdat zij geloofden dat ze op de golven dreven.

De eilanden werden na het bezoek van Berlanga lange tijd niet meer bezocht, behalve door wat piraten en deserteurs. De eilanden werden door deze lieden voornamelijk gebruikt als voedselbron; met honderden tegelijk werden de schildpadden in de schepen geladen. Na de piraten kwamen de walvisvaarders en de zeeleeuwjagers die de dieren jaagden voor hun huiden en dierlijke vetten. Grote schade aan de natuurlijke omgeving werd aangebracht door de dieren die de Europeanen meenamen zoals geiten, honden, ratten en andere huisdieren.

In 1807"vestigde" de Ierse banneling Patrick Watkins zich als de eerste mens op een van de eilanden. In 1812 werd de archipel door een Amerikaanse kapitein voor de Verenigde Staten in bezit genomen, maar na zijn terugkomst werd de inbezitneming door de Amerikaanse regering ongeldig verklaard. Op 12 februari 1832 werd de nog steeds onbewoonde groep door Ecuador officieel geannexeerd. Daarna werd door generaal José Villamil op het eiland Charles een kolonie gesticht, die naar Flores, de toenmalige president van de republiek, La Floreana werd genoemd. Al snel werd het een strafkolonie voor politieke gevangenen en misdadigers, een status die zo bleef tot 1958. Villamil werd opgevolgd door José Williams die zijn gezag met zeer harde hand uitvoerde.

In 1835 arriveerde Charles Darwin met het schip de Beagle op de eilanden.Naar aanleiding van zijn bevindingen schreef hij het boek"On the origin of species by means of natural selection or the preservation of favoured races in the struggle of life". Dit boek, waarin hij zijn evolutietheorie onthulde, ontketende een sociale en wetenschappelijke storm. Door de opening van het Panamakanaal (1914) werden de eilanden een strategisch punt van betekenis.

Van 1942 tot 1946 was op South Seymour een militair steunpunt gevestigd van de Verenigde Staten. In 1924 vestigde zich een nieuwe golf kolonisten op de eilanden die echter een harde en arme toekomst tegemoet gingen. In 1959 werd ter gelegenheid van het eeuwfeest van de publicatie van Darwins Origin of Species door de overheid met steun van UNESCO een biologisch onderzoekscentrum opgezet op het eiland Santa Cruz. In september 1995 bezette de gouverneur van de Galápagoseilanden, Eduardo Veliz, samen met de plaatselijke bevolking het nationale park en het Charles Darwin Research Station. Ze eisten meer controle op de inkomsten uit het toerisme en wilde er ook zelf meer van profiteren. De heftige protesten duurden twee weken waarna in AQuito een overeenkomst gesloten werd.

Zie verder ook de geschiedenis van Ecuador op Landenweb.

Bevolking

In 2017 woonden er in Ecuador 16.290.913 mensen. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 63 inwoners per km2, en is daarmee de hoogste van Zuid-Amerika. In de Oriente (ca. 50% van de oppervlakte van Ecuador) woont slechts 2% van de bevolking; de overige bewoners zijn ongeveer gelijk verdeeld tussen de Costa (rond 1900 nog maar 7%) en de Sierra. Ongeveer 64% van de bevolking woont in stedelijke gebieden. Guayaquil en Quito hebben meer dan één miljoen inwoners en andere grote steden zijn Cuenca, Machala, Portoviejo, Ambato, Manta, Santo Domingo, Esmeraldas en Loja.

In 2017 nam de bevolking toe met 1,28%. De sterfte van kinderen jonger dan één jaar was in 2017 16 per duizend levendgeborenen.

27% van de bevolking is jonger dan 15 jaar, dubbel zoveel als in Europa en Noord-Amerika; 65,5% van de bevolking is tussen 15 en 64 jaar oud; 7,5% van de bevolking is 65+.

Het geboorte- en sterftecijfer per 1000 inwoners is respectievelijk 17.9 en 5.1. De levensverwachting van mannen is ca. 734 jaar en die van vrouwen ca. 80,1 jaar. (2017)

Hoewel het door de vele mengvormen nauwelijks mogelijk is een exacte verdeling van de samenstelling van de bevolking te geven, gaat men er in 2017 van uit dat 72% mestiezen zijn, 14% indianen, 6% blanken, 7% mulatten en 2% Afro- Amerikanen.

De Ecuadoraanse samenleving is voornamelijk gevormd door de geschiedenis en de grillige geografie van het land. Daardoor zijn er grote verschillen ontstaan in uiterlijk en temperament tussen de bewoners van de Oriente, de Sierra en de Costa. De bewoners van de Sierra, de serranos, leven in een gevarieerd, vruchtbaar landschap dat meestal toebehoort aan rijke landeigenaren. De boeren (campesinos) hebben een zeer hard bestaan, zowel die van de Sierra als die van de Costa (costeños).

In de Sierra wonen vooral indianen, criollos (afstammelingen van in Ecuador geboren Spanjaarden), en mestiezen (indiaans-Europees bloed). Aan de Costa wonen naast deze groepen ook nog zwarten, mulatten en sambo's (indiaans en zwart bloed). In de noordwestelijke kustprovincie Esmeraldas, de Chotavallei en in de bergachtige provincie Imbabura wonen veel afro-Amerikanen, herkenbaar aan hun donkere huid en kroeshaar. In Guayaquil leeft een grote groep Chinezen en een andere groep, de Turken of Arabieren (vooral Libanezen) hebben een vooraanstaande positie op economisch en politiek gebied. Zo was Abdalá Bucaram, zoon van Syrisch/Libanese ouders van 1996 tot begin 1997 president van Ecuador. Ecuador telt tien verschillende inheemse, indiaanse bevolkingsgroepen met vaak hun eigen taal en cultuur. De meeste spreken een dialect dat afgeleid is van het Quechua. De grootste etnische groepen die in het tropische regenwoud leven zijn de Quichuas, de Shuar, de Achuar, de Huaorani, de Siona-Secoya en de Cofán.

De Quichuas zijn de grootste inheemse groep en zijn nauw verwant met de Quichuas van de hooglanden van de Ecuadoraanse Andes. Ze worden verdeeld in Quijos en Canelos (oerwoudmensen). Ze beschikken van oudsher over een goed ontwikkeld landbouwsysteem.

De Cofán en de Siona-Secoya leven in het noordelijke deel van de Oriente. De laatste groep bestaat uit twee aparte groepen die besloten samen te gaan toen hun aantal in de loop van de 20e eeuw zeer sterk afnam. Ze gebruiken de slash- en-burn techniek wat de landbouw betreft. Kleine stukjes regenwoud worden gekapt en daarna in brand gestoken om de struiken en de ondergroei weg te krijgen. Vervolgens worden er gewassen gezaaid en na enkele jaren trekt men weer verder en begint de cyclus opnieuw. Ze leven daardoor semi-nomadisch.

De Shuar en de nauw verwante Achuar leven in het zuidelijke deel van de Oriente. Ze leven eigenlijk maar van één gewas, de zoete maniok en de laatste jaren van het houden van vee. Hierdoor zijn het van semi-nomadische tot semi- permanente volken geworden.

Bekende hooglandstammen zijn Otavaleños, de Salasacas, de Cañaris en de Saraguros. De Otavaleños zijn in de zomer vaak te zien als muzikant in de Europese grote steden en verkopen daar ook handgemaakte kunstnijverheid. Ook in Ecuador zijn het ware handelsreizigers. De Saraguros leefden ooit in de buurt van het Titicacameer in Peru, maar werden door de Inca's gedwongen te verhuizen naar het huidige gebied rondom de stad Saraguro. Ze zijn direct te herkennen aan hun traditionele kleding. Het zijn nu voornamelijk veeboeren en van alle indiaanse groepen de meest succesvolle.

De positie van de oorspronkelijk bewoners, de indianen, is nog steeds zeer slecht. Ze worden onderdrukt en er zijn bijvoorbeeld nauwelijks indianen in het parlement vertegenwoordigd. Blanken en mestiezen beschouwen de indianen als tweederangs burgers en het racisme is dan ook diep geworteld. De blanken zijn nog steeds de machtigste bevolkingsgroep ondanks hun relatief kleine aantal. Ze bezitten de meeste economisch en politiek belangrijke posten.

Taal

De officiële taal van Ecuador is het Spaans, ook wel Castellano genoemd in plaats van Español; de Indianen in de Sierra spreken overwegend Chibcha en vooral Quechua, wat oorspronkelijk de gesproken taal van de Inca's was.

Het Quechua heeft verschillende dialecten die flink van elkaar verschillen en deze taal wordt ook nog in Peru en Bolivia gesproken. In de Oriente worden vele andere indianentalen en dialecten gesproken, soms een dialect van het Quechua maar meestal hebben ze geen enkele relatie met het Quechua.

Spaans Quechua 1 uno u'luc

2 dos iscai

3 tres quinsa

5 cinco phisca

10 diez chunca

morgen mañana tutamanta

zoon hijo churi

zwart negro yana

neus nariz senca

Nederlands: hoe oud ben je? Spaans: cuantos años tienes?

Quechua: masca huatayoctaccanqui?

De Galápagoseilanden hebben twee of soms wel drie namen. Van vroeger uit hebben ze een Spaanse en/of Engelse naam gekregen. In 1892 kregen de eilanden van Ecuadoraanse regering een officiële naam.

Godsdienst

Meer dan 90% van de totale bevolking belijdt het rooms-katholiek geloof. De katholieke kerk vervult naast de religieuze ook nog steeds een, weliswaar bescheiden, rol in het politieke leven. De rooms-katholieke kerk bestaat uit achttien bisdommen en drie aartsbisdommen, Cuenca, Guayaquil en Quito. Ecuador telt vele bedevaartplaatsen waar elk jaar honderdduizenden pelgrims heentrekken. De Ecuadoraanse grondwet garandeert vrijheid van godsdienst sinds 1904 en daardoor komen er, met name op het platteland, steeds meer andere geloofsgemeenschappen voor zoals mormonen, baptisten, zevendedagsadventisten, de pinkstergemeente en Jehova's getuigen. Deze groeperingen proberen naast evangelisatie ook geld te steken in kleine ontwikkelingsprojecten en de infrastructuur, om daarmee de bevolking aan zich te binden.

Oude indiaanse gebruiken en rituelen komen nog bij alle gezindten voor, met name onder de indiaanse leden ervan. Een deel van de indiaanse bevolking is aanhanger van natuurreligies.

Samenleving

Staatsinrichting

Ecuador is een republiek met een democratisch gekozen parlement en aan het hoofd staat een president. Sinds 1979 wordt het land democratisch geregeerd.

Volgens de in augustus 1998 van kracht geworden grondwet, de negentiende sinds de eerste grondwet van 1830, berust de wetgevende macht bij het parlement dat uit één kamer (Cámara Nacional de Representantes) bestaat van 121 volksvertegenwoordigers die door rechtstreekse verkiezingen voor vier jaar gekozen worden. 79 leden worden gekozen via algemene verkiezingen en 42 leden worden gekozen via provinciale verkiezingen, twee per provincie.

De uitvoerende macht is in handen van de president, die door de bevolking rechtstreeks voor vier jaar gekozen wordt. Bij de presidentsverkiezingen moet de president meer dan 50% van de stemmen behalen. Haalt hij dit niet dan volgt er een tweede ronde tussen de twee grootste concurrenten. Doordat er ca. 15 verschillende politieke partijen zijn is er meestal een tweede ronde nodig. De volgende ambtsperiode is hij niet herkiesbaar, daarna weer wel. De president is tevens hoofd van de strijdkrachten en benoemt zijn eigen kabinet.

Er is algemeen kiesrecht voor burgers van achttien jaar en ouder en tot 1979 was dit recht voorbehouden aan hen die konden lezen en schrijven en in het bezit waren van een identiteitsbewijs. Dat was op dat moment maar 10 à 15% van de bevolking.

Ecuador is administratief verdeeld in 21 provincies, die onderverdeeld zijn in 183 kantons (cantones) die vervolgens weer verdeeld zijn in 746 gemeenten. De provincies worden bestuurd door een gouverneur die benoemd wordt door de president.

Ecuador is lid van o.a. de volgende internationale organisaties: de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Latijns-Amerikaanse Integratie Associatie (LAIA), het zgn. Andes-Pact en van het Latijns- Amerikaanse Economische Systeem (SELA), het Verdrag van Amazonische Samenwerking uit 1978, waarin economische en ecologische relaties met aan het Amazonebekken grenzende buurlanden geregeld zijn. Voor de actuele politieke situatie van Ecuador zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Onderwijs is officieel voor iedereen negen jaar verplicht. Vaak gaan kinderen hooguit zes jaar naar school, met name op het platteland. De middelbare school wordt daar door maar weinig kinderen bezocht. Vaak is het zo dat de verspreid wonende bevolking niet eens vervoer heeft om bij de scholen te komen en bovendien zijn de kosten vaak te hoog voor de arme boeren.

Op het middelbaar onderwijs is een groot tekort aan leraren waardoor er veel te grote klassen zijn die het niveau van onderwijs weer omlaag halen. Van de kinderen die het voortgezet onderwijs gaan volgen, haalt maar de helft een diploma; de rest haakt voortijdig af. Het diploma behaald op het middelbaar onderwijs is een must om hoger onderwijs te kunnen volgen. Er zijn ongeveer twintig universiteiten en technische hogescholen.

Ongeveer 14% van de volwassen bevolking is analfabeet, maar op het platteland en onder de indiaanse bevolking ligt dit percentage aanzienlijk hoger. Verder wordt de moedertaal van de meeste indianen nog steeds niet onderwezen, waardoor vele indiaanse kinderen in feite van onderwijs verstoken blijven.

Vanwege salarisproblemen wordt er door de leerkrachten regelmatig gestaakt. De particuliere scholen doen het veel beter dan de overheidsscholen. Ongeveer 20% van de leerlingen zit op het particulier onderwijs. In de hooglanden loopt het onderwijsjaar van september tot juni en aan de kust van mei tot januari.

Economie

Ecuador algemeen

Ecuador was tot begin jaren zeventig een van de minst ontwikkelde landen van Zuid-Amerika. Het land bleek echter grote oliereserves te hebben (in 1967 ontdekt door Texaco) en de economie drijft dan eigenlijk voor de helft op aardolie. De voorraden in Ecuador zijn echter niet zo groot en men denkt dat het nog maar twintig jaar een belangrijke inkomstenbron vormt. Ook bananen en garnalen zijn belangrijke exportproducten, maar evenals olie sterk afhankelijk van de wereldmarktprijzen en daardoor kwetsbaar. Het toerisme is sinds de laatste drie decennia ook steeds belangrijker voor de economie van Ecuador geworden.

Dankzij de groei van de olieproductie en de stijging van de olieprijs groeide het bnp tussen 1970 en 1980 met gemiddeld 9,5% per jaar. Sinds 1972 heeft de uitvoer van olie de economische structuur ingrijpend gewijzigd. Het aandeel van de verschillende sectoren in het bruto binnenlands product (bbp) was in 2017 als volgt: landbouw (bananen, koffie, cacao en suiker) 7,7%, industrie 35,2% (waarvan mijnbouw (inclusief olie) 11%, handel en diensten 56,9%.

De economische groei bedroeg in de jaren 2010 tot en met 2013 rond de 5%. in 2017 is de groei 2,7%. Van de beroepsbevolking is 55,5% werkzaam in handel en diensten, 26,1% in de landbouw en 18,4% in de industrie en mijnbouw. De werkloosheid bedraagt officieel 4,6%; de verborgen werkloosheid is echter veel groter.

Tot op de dag van vandaag blijft het grootste deel van de opbrengst van de economie bij een kleine groep van de bevolking en verdient de rest van de bevolking daarmee vergeleken maar weinig. Ongeveer 21,5% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. (2017)

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Van het totale landoppervlak is ca. 12% in gebruik voor landbouw, 11% is weidegrond en 60% is met bos bedekt. Van de landbouwgrond ligt rond 60% in de Costa en bijna 40% in de Sierra; het landbouwpotentieel in de Oriente wordt geschat op 35% van het totale landbouwoppervlak. Belangrijke producten van de Costa zijn bananen, cacao, en koffie. De Costa produceert verder palmpitten, rijst, katoen, suikerriet en tropische vruchten. In 1993 was Ecuador nog de belangrijkste bananenexporteur ter wereld en lagen de inkomsten rond de 1 miljard dollar. De arbeidsomstandigheden van de bananeros zijn slecht, o.a. door bestrijdingsmiddelen die zonder beschermende kleding gebruikt worden. Toch zijn zeer vele Ecuadoranen direct of indirect afhankelijk voor hun inkomen van de bananensector.

Koffie en cacao waren eens belangrijke exportproducten, maar leveren nu nog maar een paar procent van de totale exportinkomsten op. De dalende prijzen op de wereldmarkt zijn hier voornamelijk debet aan.

In de Sierra worden aardappelen, maïs, tarwe en gerst verbouwd, en is de rundveehouderij belangrijk. De veeteelt kent sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een explosieve groei o.a. door de invoer van sterke rassen.

De nationale productie van tarwe, gerst en melk is te klein om te voldoen aan de binnenlandse vraag. Vanaf eind jaren tachtig worden in de noordelijke Andes snijbloemen geteeld. Vooral veel vrouwen werken in deze sector. Een bijzonder exportproduct is tagua of plantaardig ivoor. De tagua-noot bestaat uit vast wit vruchtvlees dat na het oogsten moet harden en dan praktisch niet van echt ivoor te onderscheiden is. Door het verbod op olifantenivoor stijgt de belangstelling voor de tagua.

Ondanks de landhervormingen is de landbouwgrond nog grotendeels in handen van grootgrondbezitters: ca. 10% van de eigenaren beschikt over driekwart van de grond. Meer dan 70% van de landbouwbedrijven is kleiner dan 5 ha. Een bekend gezicht zijn de op een veelkleurige lappendeken lijkende hellingen van de Andes. De agrarische hervormingen hebben ook geen einde kunnen maken aan de traditionele vorm van deelpacht (huasipungo), waarbij de"pacht" voldaan wordt door arbeid te verrichten voor de grootgrondbezitter.

De grote houtreserves van het land, vooral in de oerwouden in de Oriente, worden slechts op bescheiden schaal geëxploiteerd. Door kolonisatie wordt echter jaarlijks 90.000 hectaren Amazone-woud ontbost, ca. 1% van de totale oppervlakte oerwoud. Deze kolonisatie is voor een deel spontaan en voor een deel overheidsbeleid. Men stimuleerde de migratie naar de Oriente omdat men dacht dat de landbouwgrond daar onuitputtelijk zou zijn. Dit bleek echter niet waar te zijn; de dunne vruchtbare bodemlaag was al snel uitgeput en kon daarna alleen nog maar als weiland dienen.

Ecuador heeft een belangrijke en snel groeiende zeevisserij (sardines en tonijn). De kweek van schaaldieren vormt op dit moment een belangrijke bijdrage aan de export. Het grootste deel van de garnalen wordt gekweekt in de Golf van Gayaguil en in de provincie Esmeraldas. Ecuador is inmiddels de vierde garnalenproducent ter wereld. Om de visgronden, vooral rond de Galapagoseilanden en voor de kust, te beschermen heeft Ecuador een 200-mijlszone ingesteld.

Mijnbouw en energievoorziening

Sinds de koloniale tijd is de winning van goud en zilver (bij Portovelo in de provincie El Oro) van belang, en op beperkte schaal wordt koper en zwavel gewonnen. Verder is er zink, antimoon en uraan gevonden dat echter nog niet te exploiteren valt. Volgens de nieuwe mijnbouwwetgeving van 1974 zijn alle mijnen staatseigendom en de exploitatie en verkoop dient in samenwerking met de staat te geschieden.

In de jaren zeventig is de winning van aardolie economisch van groot belang geworden. De ontdekking in 1967 van zeer rijke olievelden in de Oriente (provincie Napo) maakte Ecuador na Venezuela de tweede olie-exporteur van Zuid- Amerika. Sinds 1972 is er een ruim 450 km lange oliepijpleiding van de wingebieden naar Esmeraldas in gebruik. Door de beperkte raffinagecapaciteit wordt de olie voor het grootste gedeelte ongeraffineerd uitgevoerd.

Vanaf 1972 werken de Noord-Amerikaanse maatschappijen nauw samen met de in 1971 opgerichte staatsoliemaatschappij CEPE, sinds 1989 Petroleus del Ecuador. De aardoliewinning heeft wel zeer negatieve gevolgen voor het milieu. Grote stukken oerwoud zijn gekapt en grote hoeveelheden zware metalen zijn in de grond en het grondwater terecht gekomen. Ook lekken veel aardoliepijpleidingen waardoor nu al vele honderdduizenden liters olie in het milieu zijn terecht gekomen.

In de Golf van Guayaquil zijn grote aardgasreserves ontdekt. De geïnstalleerde capaciteit voor de opwekking van elektriciteit (waarvan 48% door waterkracht) is nog onvoldoende. Er zijn nieuwe waterkrachtcentrales bij Pisayambo, Paute en Agoyán in werking gesteld.

Industrie

De industriële productie groeide in de jaren tussen 1972 en 1982 met gemiddeld 10,5% per jaar, maar stagneerde in de jaren tachtig als gevolg van teruglopende investeringen. Nieuwe fabrieken voor chemie, hout- en papierverwerking en metaalverwerkende industrie schoten als paddestoelen uit de grond.

Tussen 1982 en 1992 steeg de industriële productie nog maar met 0,2% per jaar. Sinds 1992 is er weer sprake van groei. Een groot deel van de industriële expansie, gericht op importsubstitutie, is tot stand gebracht door buitenlandse investeringen (voornamelijk de Verenigde Staten), buitenlandse kredieten en een sterke uitbreiding van overheidskredieten. Buitenlandse bedrijven kregen dezelfde rechten als de nationale bedrijven.

De industrie is voor driekwart geconcentreerd in Guayaquil en Quito. De belangrijkste producten zijn textiel, plantaardige oliën en vetten, cacaoproducten, suiker, tabak, bier, cement, papier, metaalwaren en rubber. Het doel van een groots opgezet industrieplan is het aanzwengelen van de export en een vermindering van de afhankelijkheid van de import. Grondstof verwerkende, chemische en kunststofindustrie worden sterk gestimuleerd.

De meeste werknemers in de industrie werken in kleine familiebedrijven van minder dan 500 arbeidsplaatsen. Bedrijven met meer dan 500 werknemers zijn er niet veel te vinden in Ecuador.

Handel en verkeer

Aardolie, garnalen, bananen, koffie, cacao en snijbloemen zijn de belangrijkste exportproducten. De belangrijkste exportpartners zijn de Verenigde Staten, Colombia, Italië, Chili en Peru. In 2017 werd er voor 19,1 miljard dollar geëxporteerd.

Ingevoerd worden vooral machines, halffabricaten en voedingsmiddelen. De belangrijkste importpartners zijn de Verenigde Staten, Colombia, Venezuela, Japan en Mexico. In 2017 werd er voor 19 miljard dollar geïmporteerd. De toegenomen internationale kredietwaardigheid heeft geleid tot een snelle groei van de buitenlandse schuld.

De belangrijkste belemmering voor het binnenlandse en buitenlandse transport over de weg wordt gevormd door het oerwoud in de Oriente en de Andesketens in de Sierra. De belangrijkste wegverbindingen zijn het Ecuadoraanse deel van de Carretera Panamericana (1392 km) tussen Tulcán aan de grens met Colombia en Macará aan de grens met Peru. Er zijn vier spoorlijnen met een totale lengte van ruim 1500 km waarvan echter nog maar 971 km wordt gebruikt die dan ook nog maar van weinig betekenis voor de economie zijn.

De binnenvaart speelt als verkeersverbinding een belangrijke rol, zowel in het vrijwel ontoegankelijke oerwoud in de Oriente als in de Costa. Voor de buitenlandse handel van Ecuador is de zeescheepvaart van groot belang; 95% van de export verlaat via de havens het land. De belangrijkste haven is die van Guayaquil; andere belangrijke havens zijn Puerto Bolívar en Esmeraldas/El Balao (olie) en Manta (visserij). De koopvaardijvloot bestaat uit ca. 160 zeeschepen, waaronder 22 tankers.

Internationale vliegvelden zijn de luchthaven Mariscal Sucre bij Quito en het Simón Bolívar-vliegveld bij Guayaquil; verder zijn er meer dan honderd kleinere vliegvelden en landingsstrips die vooral belangrijk zijn voor het transport van mensen en goederen in de Oriente. Compañía Ecuatoriana de Aviación (CEA) is de nationale luchtvaartmaatschappij.

Vakantie en bezienswaardigheden

De Galápagos zijn een aards paradijs. Ze worden"Enchanted Islands" genoemd, waar in vrede, ver weg van de mensheid, bijzondere, prachtige en unieke soorten dieren leven. Op de eilanden hoeven de dieren ook niet bang te zijn voor de mens. In deze plaats, misschien wel de enige van de wereld zijn er geen wapens, geen roofdieren, geen conflict. De relatie van de dieren van de Galapagos met de mensen in hun omgeving is in een zeer precaire toestand van evenwicht. In dit kansarme leefgebied waar voedsel met mate aanwezig is, wordt het leven steeds ter discussie gesteld. Alles wat deze kale eilanden te bieden hebben is voor de dieren. Het is een unieke wereld en een zeer ruw paradijs. Het is een van de zeldzame plaatsen van deze planeet waar de mensheid slechts kort stopt en er van massatoerisme geen sprake is. De vraag is hoe lang nog?

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

GALAPAGOSEILANDEN LINKS

Advertenties
• Galapagoseilanden Vliegtickets Tix.nl
• Djoser Rondreis Galaagoseilanden
• Rondreizen Galapagoseilanden
• Bouw je eigen Ecuador en Galapagos rondreis
• Hotels Galapagoseilanden
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Foto's Galapagoseilanden
Reisinformatie Galapagoseilanden (N)
Startpagina Ecuador (N)
Vakantiebestemming.info Galapagoseilanden (N)

Bronnen

Ecuador

Cambium

Luft, A. / Reishandboek Ecuador en de Galápagoseilanden

Elmar

Rachowiecki, R. / Ecuador & the Galápagos islands

Lonely Planet

Renterghem, O. van / Ecuador : mensen, politiek, economie, cultuur

Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Vries, W. de / Ecuador, Galápagos

Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt April 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems